U bent hier: Home » ... » ... » De collecties mineralogie » Mineralen die voor de eerste keer in België werden ontdekt

Mineralen die voor de eerste keer in België werden ontdekt

Deze pagina naar iemand opsturen Deze pagina afdrukken

Achttien mineralen werden voor de eerste maal ontdekt in de Belgische ondergrond. Vóór 1830, tijdens de Hollandse bezetting, deden drie mineralogen de eerste ontdekkingen : de Schot David Brewster (1781-1868) beschreef in 1824 een zinkfosfaat uit de mijn van Altenberg (oude berg), hopeiet. In 1826 is het de beurt aan de Franse mineraloog Pierre Berthier (1782-1861) om een witte klei uit Angleur te beschrijven, halloysiet, terwijl de naar Nederland uitgeweken Franse mineraloog Armand Lévy (1795-1841) een nieuw zinksilicaat bestudeerde dat hij willemiet noemde.

Na de onafhankelijkheid volgden de ontdekkingen mekaar op tijdens de hele negentiende eeuw, terwijl in het land vele mineraalexploitaties bestonden : ottreliet, mangaansilicaat uit de leisteengroeven van Ottré (1833); delvauxiet, een calcium- en ijzerfosfaat uit Visé (1838); ardenniet, een complex silicaat uit Salmchâteau (1872); davreuxiet, een mangaanaluminosilicaat uit Ottré (1878); destineziet, een ijzerfosfaat uit de steenkoolader van Argenteau, beschreven in 1880, nadien gedeklasseerd als diadochiet en recentelijk gerehabiliteerd als mineraalsoort; richelliet, een calcium- en ijzerfosfaat uit Richelle (1883); koninckiet, een waterhoudend ijzerfosfaat, eveneens uit Richelle (1884). In de twintigste eeuw werd fraipontiet, een zinkaluminosilicaat, in 1927 beschreven in Moresnet.

In de twintigste eeuw ging de mijnexploitatie er voortdurend op achteruit, omdat de ertslagen uitgeput raakten of weinig opbrachten in vergelijking met de overzeese mineraalreserves. De metaal- en steenkoolmijnen hebben al hun activiteiten gestaakt. Steengroeven worden nog uitgebaat voor stenen voor de bouw en cementfabrieken. Ook bestaan er nog zandgroeven, kleigroeven en een enkele artisanale leisteen- of coticula(slijpsteen)-uitbating. Recente ontdekkingen van nieuwe mineraalsoorten hebben meer te maken met de vooruitgang van wetenschapstechnologie dan met de exploitatie van nieuwe mijnsites. Voortaan kan men werken op minimale hoeveelheden materie; met elektronische microsonde en X stralen microdiffractie kan men mineraalsoorten definiëren die tot dan aan de aandacht van de onderzoekers waren ontsnapt.

De zeven laatste mineralen die in België werden beschreven zijn, in chronologische volgorde, viseiet, een fosfaathoudend aluminosilicaat van calcium uit Visé (1943), drugmaniet, een complex fosfaat uit Richelle (1979), vantasseliet, een aluminiumfosfaat uit Bihain (1987), ferristrunziet, een ijzerfosfaat uit Blaton (1987), viaeneiet, een ijzer-en loodoxysulfide, ingesloten in sfaleriet uit Engis (1996), graulichite-(Ce), een zeldzame aarden arsenaat uit de Devillium kwartsiet van Hourt (2003) en tenslotte, vers van de pers, Stavelotite-(La), een complex Mn en zeldzame aarden-houdend sorosilicaat uit Le Coreux (2005).

Een overzicht van het geheel van deze mineralen, de namen van hun ontdekkers en de reden van hun naamgeving staat in de volgende tabel.

 

Naam van het mineraal Ontdekkers Redenen van naamgeving
Hopeiet Brewster, 1824 Thomas Hope, hoogleraar in de scheikunde aan de Universiteit van Edinburgh
Halloysiet Berthier, 1826 J. d'Omalius d'Halloy (1783-1875), Belgisch geoloog
Willemiet Lévy, 1830 Willem I, koning der Nederlanden
Ottreliet Davreux, 1833 Plaats van de ontdekking
Delvauxiet Dumont, 1838 J. Delvaux de Fenffe (1782-1863), hoogleraar in de scheikunde aan de universiteit van Luik
Ardenniet von Lasaulx, 1872 Streek van de ontdekking
Davreuxiet De Koninck, 1878 C. Davreux (1800-1863), hoogleraar aan de universiteit van Luik
Destineziet Forir & Jorissen, 1880 P. Destinez (1847-1911), assistent in de mineralogie aan de universiteit van Luik
Richelliet Cesàro, 1883 Plaats van de ontdekking
Koninckiet Cesàro, 1884 L. L. de Koninck (1809-1887), Belgisch paleontoloog
Fraipontiet Cesàro, 1927 C. Fraipont (1883-1946) hoogleraar in de paleontologie aan de universiteit van Luik
Viseiet Mélon, 1943 Plaats van de ontdekking
Drugmaniet Van Tassel et al, 1979 J. Drugman (1875-1950), Belgisch mineraloog
Vantasseliet Fransolet, 1987 R. Van Tassel, afdelingshoofd aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen
Ferristrunziet Peacor et al, 1987 Ijzerhoudende variëteit van strunziet
Viaeneiet Kucha et al, 1996 W. Viaene (1940-2000), hoogleraar in de mineralogie aan de Katholieke Universiteit Leuven
Graulichiet-(Ce) Hatert et al, 2003 Jean-Marie Graulich (1920-2001), Belgisch mijningenieur en Ere-directeur van de Geologische Dienst van België.
Stavelotiet-(La) H.-J. Bernhardt et al, 2005 Streek van de ontdekking (Massief van Stavelot)

 



 

 
Laatst gewijzigd : 25 september 2006