De tentoonstelling
Zone "Hardlopen": Zonder spieren en poten kan je niet lopen.
Op een 25 meter lange piste kan je tegen een jachtluipaard, een struisvogel, een zebra en... een slak rennen. Je staat in de startblokken, je hoort het signaal, de chronometer start en daar ga je!
Wie zal er winnen? De jachtluipaard, want hij is het snelste landdier en haalt wel 120 km per uur. Hoe hij dat doet? Hierover krijg je heel duidelijke uitleg.
Wie komt er als laatste aan? De slak, want ze heeft geen poten. Maar ze kan wel op muren en bomen klimmen, zelfs ondersteboven. Probeer het zelf maar eens.
Zone "Springen": Om te springen moet je ook pezen, gewrichtsbanden en
gewrichten hebben. De spieren hebben energie nodig.
Op een 14 meter lang tapijt spring je samen met een vlo, een kangoeroe, een boomkikker, een impala en een nijlpaard om ter hoogst.
Wie zal hier winnen? De kangoeroe. Hoe dat komt, leer je hier.
Tegen een vlo haal je het makkelijk. Ze springt inderdaad niet ver, maar toch wel tot honderd twintig keer haar lichaamslengte.
Zone "Schieten": Allerlei boeiends over gezichtsveld, reflex, snelheid en precisie.
Hoe doen een kameleon, een lama of een meeuw het?
Je komt in een verduisterde schietstand. Op de muren zie je een bos waarom 16 paar - rode of groene - ogen willekeurig oplichten. Zodra je een paar ziet oplichten, moet je op de knop met de juiste kleur drukken. Zo steek je wat op over gezichtsveld, reflexen en reactiesnelheid.
Wist je dat de vlugge kameleon zijn tong tegen 100 km/uur uitsteekt naar een prooi?
Je ziet er ook een trechter waarvoor een schietschijf met gaten ronddraait. Je moet dan met piepschuimballen door de voorbijkomende gaten gooien. Heb je goede reflexen? Mik je snel en nauwkeurig?
Nu heb je echt ervaren wat een goede olympische schutter onderscheidt: hij is niet alleen vlug en nauwkeurig, maar ook geconcentreerd, ontspannen, geduldig en gespierd.
Zone "Zwemmen": hydrodynamica
Hier zie je een simulatie van een zwemwedstrijd: als je aan een zwengel draait, gaan de deelnemers vooruit. Wie wint er? De zwaardvis, want die maakt de beste bewegingen. De haai doet het ook niet slecht, met zijn soepele en turbulentiewerende huid.
De mens heeft voor zijn zwemtechnieken (crawl, schoolslag, rugslag en vlinderslag), maar ook voor zijn zwemkledij en zwemvliezen, bij de dieren gespiekt.
Zone "Oriëntatieloop": op het zicht, op de geur...
Met kaart en kompas ga je op zoek naar vijf bakens in de zaal. Hou koers. Wat heb je nodig om te slagen in zo'n proef?
Ontdek hoe een duif, een zalm, een duizendpoot en een bonobo zich oriënteren. Vaak is het grappig. Een bonobo bijvoorbeeld onthoudt niets, dus bakent hij als Klein Duimpje zijn spoor af.
Zone "Finale": de ideale atleet.
Onze supersporter: een twee meter hoog standbeeld, met alle kenmerken om in alle vijf sporttakken uit te blinken. Hij klieft door water en lucht. Hij ziet alles. Hij loopt razendsnel...
Onze superatleet haalt superprestaties doordat hij de dieren nabootst! Wij kunnen nog veel van de natuur leren. Dát zijn nu net Natuurwetenschappen.