U bent hier: Home » ... » ... » ... » ... » Actualiteit - Evenementen » Publicaties

Actualiteit | Publicaties

Deze pagina naar iemand opsturen Deze pagina afdrukken
Nieuwste publicaties van de SGB

Boeken

Cover: Ardoise et coticule en Terre de Salm
prix-25euros

Ardoise et coticule en Terre de Salm - Des pierres et des Hommes

door Eric Goemaere (Editor)
(408 bladzijden; 2008; Taal: Fr)
(*) 25,00 EUR + verzendingskosten
Plus d'informations

| Samenvatting |


Coticule en Leisteen

De coticule of slijpsteen en de leisteen hebben eeuwenlang bijgedragen tot de welvaart van de Salmstreek. Dankzij zijn uitzonderlijke kwaliteit voor het slijpen van metaal werd de slijpsteen, die uniek is in de wereld, naar alle uithoeken van de wereld uitgevoerd. De leisteen is overal in het dagelijks leven te vinden: van gebruiksvoorwerp tot architecturale creatie. Zo ongeveer alles kan in leisteen worden uitgevoerd. Deze industrieën, die tot op vandaag voortleven, hebben een onuitwisbare stempel gedrukt op het Land van de Salm.

Geschiedenis

Meer dan 20 onderzoekers, historici, botanici, zoölogen en geologen, vertellen over de geologische oorsprong van de leisteen en de slijpsteen, de geschiedenis van de ateliers, de verschillende stappen in de ontginning van de gesteenten, eerst aan de oppervlakte, later in ondergrondse galerijen, en de bewerking tot afgewerkte producten in de ateliers. De technische vooruitgang en de levensomstandigheden van de arbeiders volgen de evolutie van de maatschappij en van de grenzen van Europa. Een opmerkelijke flora en fauna hebben de ondergrondse holen, de rotswanden en de steenhopen in bezit genomen. Een aantal van deze sites werden als natuurreservaat geklasseerd en vele andere sites verdienen dit ook te worden. Leisteen en slijpstenen worden nu niet enkel samengebracht door musea en in de schoonheid van ons architecturaal patrimonium, maar ook in de voortzetting van de ambachtelijke ontginningen, die niet enkel voortbouwen op voorouderlijk meesterschap, maar zich ook aanpassen aan moderne noden en smaken.

Eerbetoon

Dit multidisciplinaire werk is overvloedig geïllustreerd met oude en recente foto's en vaak onuitgegeven documenten. Het wil een herinnering en eerbetoon zijn aan het werk en het meesterschap van de mannen, vrouwen, industriëlen en kinderen van het Land van de Salm.

2008: Het Internationale Jaar van de Planeet Aarde

2008 is het Internationale Jaar van de Planeet Aarde. Dit boek kadert in de activiteiten rond dit evenement, dat het unieke en onvervangbare karakter van onze planeet in de schijnwerpers zet. Het wil de fakkel doorgeven aan de jongere generaties om hun geschiedenis een toekomst te geven.

Voor meer informatie, zie de pagina "GEOSCIENCES" waar u één hoofdstuk van het boek vrij kan gedownloaden.

Cover: les plus beaux rochers de wallonie
price-25euros

Les plus beaux rochers de Wallonie - Géologie et petite histoire

door L. Dejonghe & F. Jumeau
(358 bladzijden; 2007; Taal: Fr)
(*) 25,00 EUR + verzendingskosten
Plus d'informations

| Samenvatting |


Bepaalde rotsen maken deel uit van het culturele patrimonium van Wallonië. Maar hoeveel mensen kennen de natuur en de ouderdom van de gesteenten in deze rotsen, de afzettingen, de omstandigheden waarin ze werden geplooid of gebroken, waarin ze tot stand zijn gekomen? Vele sites zijn ook doordrongen van verhalen of legenden.

Het boek wil voor een groot publiek een licht werpen op al deze verschillende aspecten, die voor het eerst op overzichtelijke wijze worden behandeld. Het neemt de lezer mee terug in de tijd, naar 500 miljoen jaar geleden, en bezoekt met hem 78 bijzondere rotsformaties, die telkens op dezelfde manier, in 4 tot 6 rubrieken, worden beschreven.

De auteurs baseren zich op nauwkeurig wetenschappelijk werk, en benaderen het onderwerp vanuit een didactisch standpunt, met veel aandacht voor foto's en schetsen, om het lezen van de teksten te vergemakkelijken.

Het is een boek dat niet mag ontbreken in de bibliotheek van de natuurliefhebber en de streekkenner.

Voor meer informatie, zie de pagina "GEOSCIENCES" waar u één hoofdstuk van het boek vrij kan gedownloaden.

Professional Papers

Cover : Professional Paper no 305
price-10euros

Professional Paper n°305 (2009/1)
3de Vlaams – Nederlandse Natuursteendag, 14 –15 mei 2009, Gent. Vergane glorie of glorieus verdergaan?

door P. Jacobs, V. Cnudde, J. Dewanckele, K. Pieters, R. Dreesend, C.W. Dubelaar, M. De Ceukelaire, J. Elsen
(161 bladzijden, 132 figuren, 1 tabel, 11 fotografische platen; Taal: Ne)
(*) 10,00 EUR + verzendingskosten
Plus d'informations

| Samenvatting van de artikelen |

Overzicht natuursteengebruik in Oost-Vlaanderen - M. DE CEUKELAIRE

De provincie Oost-Vlaanderen is rijk aan natuursteen, ondanks een ondergrond van losse sedimenten. De aanwezige steenbanken gaven aanleiding tot systematische exploitatie als bouwsteen. Tegenwoordig is de steen meestal terug te vinden als een herinnering aan een verleden in het bouwkundig patrimonium. De vele natuurstenen gebouwen en monumenten vertellen een stukje geschiedenis. Elke steen heeft kenmerken die hun geschikt maakt voor een specifiek gebruik. Het voorkomen is ook streekgebonden. Er wordt vooral aandacht besteed aan de ‘eigen’ Oost-Vlaamse tertiaire bouwstenen en aan de Doornikse kalksteen, die ook in kaart wordt gebracht.


De Doornikse steen, bouwmateriaal sinds de Romeinse periode en een parel tussen de Belgische marmers - E. GROESSENS

De samenvatting van dit artikel bestaat niet in het Nederlands.
U kunt deze raadplegen in een andere taal: right In het Engels


Avendersteen - H. TOLBOOM; M. DUSAR; W. DUBELAAR; R. DREESEN; J. ELSEN; E. GROESSENS & C. VAN DER STAR

De samenvatting van dit artikel bestaat niet in het Nederlands.
U kunt deze raadplegen in een andere taal:
right In het Frans
right In het Engels


Geodiversiteit weerspiegeld in historische monumenten: Vlaamse natuursteenlandschappen als geotoeristische trekpleister - M. DUSAR & R. DREESEN

Het bouwkundig erfgoed in Vlaanderen vertoont een grote verscheidenheid aan streekeigen natuurstenen wat wijst op maximale benutting van het lokale potentieel aan stenige bouwmaterialen. De grote variabiliteit in uitzicht en duurzaamheid van de natuursteen verwijst naar verschillende gebeurtenissen in de geologische geschiedenis. Natuurstenen zijn aldus dragers van geodiversiteit. Zij zijn van uitzonderlijk belang wanneer zij de enige informatiebron over hun geologische oorsprong zijn, wanneer natuurlijke voorkomens van die steensoort uitgeput of niet meer bekend zijn. Hun regionale spreiding is een weerspiegeling van het geologisch substraat en van oude transportroutes. Zo kunnen van oost naar west en van zuid naar noord verschillende natuursteencombinaties herkend worden die in natuursteenlandschappen gegroepeerd kunnen worden en het bouwkundig erfgoed typeren. De relatie geologisch substraat – gebruik als bouwsteen is het duidelijkst bij de oudste gebouwen en vervaagt naarmate de technische vooruitgang en verruiming van transportcapaciteit exploitatie en gebruik zal beperken tot enkele hoogwaardige producten. Met de globalisering verliest natuursteen zijn betekenis als verwijzing naar lokaal landschap en geschiedenis. Geologische monumentenroutes, eventueel gekoppeld aan groeventochten, vormen een aanvulling op cultuurhistorische of bouwhistorische gidsen, waarin de beschrijving van de natuursteen maar summier aan bod komt. Zij ondersteunen het belang van authenticiteit in het monumentenbeheer maar vormen terzelfdertijd een mogelijkheid voor geologische ontdekking in een geürbaniseerde omgeving.


Wat leren ons de in de steengroeven bewaarde sporen over de ontginningstechnieken in het verleden? - F. DOPERÉ

De ontginningstechnieken in de middeleeuwse steengroeven verschilden niet zo sterk van die welke in de Griekse en de Romeinse tijd in gebruik waren. Sporen van middeleeuwse steengroeven werden recent ontdekt in de droge gracht van drie middeleeuwse burchten in de Belgische Maasvallei, nl. de burchten van Poilvache, Logne en Château-Thierry. Twee ontginningstechnieken werden daarbij toegepast. In de gracht van de burchten van Poilvache en Logne en ook in de ondergrondse groeve van de Grands Malades te Namur werden de blokken van de aanpalende rots losgemaakt door het uithakken van een aantal spiegaten met trapeziumvormige doorsnede vanaf de oppervlakte van de te ontginnen steenbank. Daarin werden op gelijkmatige wijze ijzeren spieën gedreven tot het blok loskwam. Tegelijk werden ook een aantal horizontale spiegaten aangelegd om het blok los te maken van de onderliggende rots. In de gracht van de burcht Château-Thierry werden de te ontginnen blokken eerst afgelijnd door diepe smalle sleuven, die werden uitgehouwen met een speciaal type houweel, de escoude (Fr.). Waarschijnlijk werden ze daarna ook met ijzeren spieën van de onderliggende rots losgemaakt, maar daarvan werden geen sporen teruggevonden. Het aantal spiegaten op eenzelfde lijn was in deze middeleeuwse groeven steeds erg klein, wat meer dan eens voor gevolg had dat het te ontginnen blok zich op een nogal willekeurige wijze van de rots afsplitste zodat er achteraf correcties nodig waren op de rotswand.


Waarom een steen (soms) zijn huid verliest - T. G. NIJLAND; R. P.J. VAN HEES & B. LUBELLI

De monumentenzorger is in veel gevallen een huidspecialist. De huid van de gebruikte natuursteen is in veel gevallen de drager van de wens tot expressie van de bouwmeester, van de slag van de steenhouwer, van (resten) polychromie en van het patina des tijds. Juist die huid wordt vaak afgestoten of pokdalig. In deze bijdrage wordt ingegaan op het waarom van dit verlies van de huid van natuursteen.


De grenzen aan een consoliderende behandeling - H. DE CLERCQ

Steenachtige materialen blootgesteld aan klimatologische omstandigheden worden gekenmerkt door verweringsprocessen waarbij verlies van cohesie optreedt. Een conserverende behandeling bestaat erin de aangetaste oppervlaktematerie te behandelen met een verstevigend middel. In België worden hiervoor voornamelijk producten op basis van ethylsilicaat gebruikt die veelvuldig hun efficiëntie hebben bewezen. Maar toch zijn grenzen aan een dergelijke behandeling die verband houden met de aanwezigheid van bepaalde kleiachtige materialen, de diepte van verwering, het afstoten van oppervlakteschilfers en/of de korrelgrootte van de samenstellende mineralen van natuursteen. In deze paper wordt elk van deze fenomenen aan de hand van een typerende case study uiteengezet.


Een nieuwe versie technische fiches voor natuursteen - V. BAMS; F. DE BARQUIN & D. NICAISE

In juni 2006 kwam de eerste interactieve technische voorlichting van het WTCB on-line. Deze TV 228 “Natuursteen” werd opgesteld door een werkgroep bestaande uit de federaties van de sector en in samenwerking met het Technisch Comité “Steen & Marmer”, uitgewerkt als herziening van de TV 205 “Natuursteen” die dateert van 1997. Sinds de publicatie van de TV 205 zijn er immers belangrijke evoluties in de natuursteensector opgetreden. Door de verschijning van nieuwe Europese proef- en productnormen voor natuursteen en het toenemende gebruik van geïmporteerde natuursteensoorten, waarvan de eigenschappen nauwelijks gekend zijn in de Belgische bouwsector, waren de oude TV 205 en de erin opgenomen technische fiches immers toe aan een update. De TV 228 is opgebouwd rond een database van technische fiches van de natuursteensoorten die het meest in België gebruikt worden. Deze fiches bevatten telkens algemene informatie over de steensoort, een macroscopische en microscopische beschrijving, technische karakteristieken en enkele aandachtspunten. Verder bevat de TV ook een hoofdstuk met uitleg over de bestaande proeven en criteria, een hoofdstuk dat de verschillende steensoorten beschrijft en een hoofdstuk over de afwerking en behouwingen van natuursteen. Deze TV 228 tracht een referentiedocument te zijn voor natuursteen om de gebruiker te helpen in zijn keuze en een leidraad te zijn doorheen de technische eigenschappen en benamingen.


Geïmporteerde natuursteen - Workshop - D. LAGROU

In de huidige geglobaliseerde wereld komt de lokale natuursteen steeds meer in concurrentie met gesteenten uit lageloonlanden. In de Westerse landen wordt voor de aanleg van terrassen, keukenwerkbladen en bestrating steeds meer beroep gedaan op Chinese, Indische en Vietnamese natuursteen in de plaats van de materialen uit eigen bodem. De hoofdreden voor de import op grote schaal is de lagere kostprijs van deze uitheemse materialen. De concurrentie die de Belgische Blauwe Hardsteen nu ondervindt kan, althans ten dele, vergeleken worden met wat de Belgische witstenen (Ledesteen en Gobertangesteen) reeds 100 jaar geleden overkwam. Ze kwamen toen onder druk door de massale import van Franse witsteensoorten (o.a. Massangis, Euville en Savonnières).


Ledesteen en alternatieven - Workshop - M. DE CEUKELAIRE, V. CNUDDE

Samenvatting niet beschikbaar.


Oost-Vlaamse natuursteen in gebruik – op bezoek in drie Oost-Vlaamse dorpen ten zuiden van Gent - M. DE CEUKELAIRE

De samenvatting van dit artikel bestaat niet in het Nederlands.
U kunt deze raadplegen in een andere taal: right In het Engels

Cover : Professional Paper no 304
price-4euros

Professional Paper n°304 (2008/2)
De Holocene evolutie van de Belgische kustvlakte

door C. Baeteman
(63 bladzijden, 27 figuren, 1 fotografische plaat; Taal: Ne)
(*) 4,00 EUR + verzendingskosten
Plus d'informations

| Samenvatting |

Deze uitgave is een uitgebreide samenvatting van de stand van zaken van de kennis van de Holocene geologie van de Belgische kustvlakte. Het is voornamelijk het westelijk deel ervan dat toegelicht wordt omdat aldaar afzettingen vanaf het begin van het Holoceen aanwezig zijn die toelaten om een volledige ontstaansgeschiedenis te reconstrueren. Deze stand van zaken wordt meestal nog bestempeld als “nieuwe inzichten” in de ontstaansgeschiedenis van het gebied. Nochtans is het onderzoek ervan reeds 30 jaar geleden gestart en ligt het in lijn met de onderzoekingen van de ons omliggende lage landen. De oorzaak daarvan is dat men blijkbaar moeilijk afstand kan doen van het transgressieregressie model dat in de jaren 50 door de Bodemkartering werd ingevoerd. Dit model met zijn duidelijke chronologie is inderdaad eenvoudig en gemakkelijk na te vertellen wat echter niet het geval is met de complexiteit van de geologische situatie.

Het onderzoek is vooral gericht op het achterhalen van de mechanismen en processen die de complexe verspreiding van de verschillende afzettingen bepaald hebben veeleer dan op een louter stratigrafische onderverdeling van de afzettingen. De resultaten van dit onderzoek zijn reeds in talrijke publicaties verschenen. Omdat de publicaties meestal in internationale tijdschriften en in de Engelse taal verschenen zijn, zijn ze inderdaad niet gemakkelijk toegankelijk voor iedereen. Deze uitgebreide samenvatting met de noodzakelijke figuren moet deze lacune opvullen. Deze uitgave is opgevat als een excursiegids waarbij verschillende thema’s aan bod komen, maar die samen met de inleidende achtergrond een beeld geven van de dynamiek van het kustgebied. Daarbij worden voldoende gegevens geleverd om afstand te kunnen doen van de verankerde eenzijdige benaderingswijze en de oude denkstrategieën met bijhorende hypothetische kaarten en figuren betreffende het ontstaan en de evolutie van onze kustvlakte.

Cover : Professional Paper no 303
price-5euros

Professional Paper n°303 (2008/1)
4th International Meeting of Anthracology; Charcoal and Microcharcoal; Continental and Marine records; Abstracts.

door F. Damblon, M. Court-Picon (editors)
(192 bladzijden; Taal: En)
(*) 5,00 EUR + verzendingskosten
Plus d'informations

| Inhoudsopgave |

De inhoudsopgave van deze Professional Papers bestaat niet in het Nederlands.
U kunt deze raadplegen in een andere taal: right In het Engels

Memoirs

Cover : Memoirs n°55
price-8euros

Memoirs n°55 (2008)
Hautrage (Lower Cretaceous) and Sclayn (Upper Pleistocene) Field trip guidebook. In: IVth International Meeting of Anthracology, Royal Belgian Institute of Natural Sciences, 8-13 September 2008. Charcoal and microcharcoal: Continental and Marine Records

door Damblon, Pirson & Gerrienne (editors)
(93 bladzijden, 30 figuren, 3 tabellen, 9 fotografische platen; Taal: En)
(*) 8 EUR + verzendingskosten
Plus d'informations

| Inhoudsopgave |

De inhoudsopgave van deze Memoirs bestaat niet in het Nederlands.
U kunt deze raadplegen in een andere taal: right In het Engels

Cover : Memoirs n°54
price-19euros

Memoirs n°54 (2007)
Observations paléontologiques réalisées dans les terrains néogènes belges de 1971 à 2004 entre Kallo et Doel, Port d’Anvers, Rive gauche (Flandre-Orientale, Belgique)
Le Miocène du Deurganckdok à Doel

door J. Herman & R. Marquet
(149 bladzijden, 2 figuren, 4 tabelen, 47 platen; Taal: Fr)
(*) 19,00 EUR + verzendingskosten
Plus d'informations

| Samenvatting |

Paleontologische waarnemingen in de Neogene afzettingen van België, van 1971 tot 2004, tussen Kallo en Doel, Haven van Antwerpen, Linkerhoeven (Oost-Vlaanderen, België).
Het Mioceen in het Deurganckdok te Doel. In deze publicatie wordt het voorkomen van mangroves (met resten van wortels en hout) en van het ermee geassocieerde ecosysteem voor het eerst in Belgische Miocene afzettingen aangetoond. Ze werden aangetroffen westelijk van Antwerpen, op de linkeroever van de Schelde. Het plotse afsterven en verdwijnen van deze levensgemeenschap wordt beschreven. Het grootste deel van de onderzochte resten is afkomstig van verharde blokken steen van verschillende samenstelling, aangeduid als lithificaties. Deze zijn alle afkomstig uit een horizon die in situ waargenomen kon worden. Dit laagje is een lithostratigrafische eenheid, een Bed, in het Lid van de Zanden van Kiel, Formatie van Berchem, en werd benoemd als Deurganckdok Zandstenen.
De invertebratenresten zijn veelal ontkalkt en soms geopaliseerd, wat hun identificatie bemoeilijkt. Enkel de overblijfselen van echinodermata bleken beter bestand tegen deze dubbele chemische aantasting. De fossiele houtresten werden anatomisch bestudeerd en hun systematische positie werd bepaald (cf. Supplement 1).

In deze verharde blokken werden de volgende vondsten gedaan: hout van Rhizophoraceae en Pinaceae, goniaster-achtige in het slijk wonende zeesterren, onregelmatige spatangiforme zeeëgels, een grote verscheidendheid aan dikwijls zeer gedetailleerd bewaard gebleven ichnofossielen, 46 soorten mollusken, waaronder een voor België onbekende pteropodensoort en twee onbeschreven taxa, schedels van archeoceten en dolfijnen.
Twee taxa van gastropoden, Vaginella austriaca Kittl, 1886 en Semicassis (S.) miolaevigatum gliberti nov. subsp., kenmerken deze horizon. De associatie van de twee bivalven Glossus lunulatus crassus (Nyst & Westendorp, 1839) en Glossus burdigalensis cypriniformis (Nyst in Dewalque, 1868) is ook merkwaardig. Twee nieuwe taxa zijn beschreven, één bivalvia, Allogramma miocaenica sp. nov., en één gastropoda, Semicassis (S.) miolaevigatum gliberti nov. subsp.

Elke dieren- en plantengroep wordt systematisch onderzocht en de ecologie wordt behandeld; de relevante bibliografie wordt telkens vermeld. De mollusken worden apart in het tweede deel van dit werk behandeld. De levensvoorwaarden, het afsterven en de inbedding van de verschillende groepen, de zeldzaamheid of afwezigheid van bepaalde taxa worden zo veel mogelijk verklaard.
Een interpretatie van de opeenvolgende gebeurtenissen wordt voorgesteld. De lithificaties zijn jonger dan de Zanden van Edegem en ouder dan deze van Antwerpen en vertegenwoordigen dus waarschijnlijk een facies van de Zanden van Kiel. Buiten de regionale geologische context bevestigt het voorkomen van een bepaalde pteropodensoort en de dinoflagellaten associatie (cf. Supplement 2) deze veronderstelling. De relatie van de fauna met diverse andere Europese fauna's wordt besproken, in het bijzonder met deze van het Heilig Kruis Gebergte in Polen (Badeniaan).

 
Laatst gewijzigd : 30 oktober 2009