Biodiversiteit in België
BIODIVERSITEIT
een overzicht

Voorwoord
Het woord `biodiversiteit' rolt steeds vaker over
Colofon
onze lippen, toch blijkt onze kennis over de
Redactie: Marc Peeters, Jackie Van Goethem, Anne Franklin,
planten en dieren in ons land eerder schaars.
Marianne Schlesser en Han de Koeijer, Nationaal knooppunt
voor het Verdrag inzake biologische diversiteit.
Slechts 4% van alle soorten die in ons land aan-
wezig zijn, werd al grondig onderzocht. Hoog
Met actieve medewerking van: Etienne Branquart en Marc
Dufrêne (Centre de Recherche de la Nature, des Forêts et du
tijd dus om ons in de overige 96% te verdiepen.
Bois), Claire Collin en Ines Verleye (Federale Overheidsdienst
In ons land leven immers zo'n 55.000 verschil-
Leefmilieu), Luc De Bruyn en Valérie Goethals (Instituut voor
Natuurbehoud), Machteld Gryseels (Brussels Instituut voor
lende soorten dieren, planten, paddestoelen en
Milieubeheer), Willem De Vos en Jean-Sébastien Houziaux (Ko-
micro-organismen.
ninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen), Francis
Kerckhof en Jan Haelters (Beheer van het marien ecosysteem /
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen), Els
Deze diversiteit duurzaam beschermen vraagt
Martens (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap).
om gedetailleerde informatie. Informatie
Foto's: Yves Adams, Benoît Bedin, Etienne Branquart, Kate
over het voedingspatroon van de planten- en
Grellier, Machteld Gryseels, Hans Henderickx, Thierry Hubin,
Jeroen Mentens, Paul Naylor, Michel Pirnay, Daniel Tyteca, Jeroen
diersoorten bijvoorbeeld is onontbeerlijk. Het
Van Wichelen, Didier Vangeluwe, Rollin Verlinde, Raphaël Willame,
verdwijnen van één soort kan het voortbestaan
Vincent Zintzen.
van tal van andere in gevaar brengen. Als we
Opmaak en lay-out: Koloriet, Danni Elskens
niet over deze cruciale informatie beschikken,
Druk: Sofadi
zal onze biodiversiteit snel achteruit gaan.
Deze brochure kwam tot stand met financiële steun van de
Federale Overheidsdienst Leefmilieu, het Federale Wetenschaps-
Wist u trouwens dat uitgerekend de mens de
beleid en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurweten-
schappen.
grootste bedreiging vormt voor de biodiversiteit?
Onze levenswijze brengt het voortbestaan van
Wijze van citeren: Peeters, M., Van Goethem, J., Franklin, A.,
Schlesser, M. & de Koeijer, H., 2006. Biodiversiteit in België: een
meer dan de helft van de aanwezige planten-
D
I
V
E
R
S
I
T
E
I
T
overzicht. Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschap-
en diersoorten in gevaar. Daarom, duik in deze
pen, Brussel, 20 pp.
brochure en ontdek meer over de biologische
Eerste druk, december 2004.
diversiteit in België. Wedden dat het ook bij u
Tweede druk, januari 2006.
zal gaan kriebelen om onze dieren- en planten-
© Mits bronvermelding wordt overname van tekst toegelaten en
zelfs aangemoedigd.
wereld mee te beschermen?
ISBN 90-73242-13-4
Bruno Tobback,
D/2006/0339/3
Minister van Leefmilieu en
B
I
ONUR 922, 941, 942, 120
Minister van Pensioenen.
Gedrukt op challenger silk: 100% gerecycleerd, chloorvrij en
Marc Verwilghen,
milieuvriendelijk geproduceerd.
Minister van Economie, Energie,
Voorpagina: bunzing (foto: R. Verlinde)
Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid.
2

Voorwoord
Wat is biodiversiteit ?
Biodiversiteit is de samentrekking van de woor-
den `biologische' en `diversiteit'. Diversiteit be-
tekent verscheidenheid. Biodiversiteit is dus de
verscheidenheid van alle levende wezens: dieren,
planten, zwammen en micro-organismen.

Biodiversiteit wordt dikwijls beschouwd op drie niveaus:
· diversiteit op soortniveau: de verscheidenheid van alle
verschillende soorten planten, dieren, zwammen en mi-
cro-organismen, bv. alle soorten orchideeën, vlinders,
© T. Hubin
vogels, paddestoelen of bacteriën;
· genetische diversiteit: de verscheidenheid aan genen in
Hoeveel biodiversiteit is er ?
planten, dieren, zwammen en micro-organismen. Zo zijn
poedels, dalmatiërs en golden retrievers allen honden,
maar door de genetische verscheidenheid binnen de
Momenteel zijn er wereldwijd ongeveer 1,9 miljoen le-
soort hond zien ze er heel verschillend uit;
vende soorten beschreven. Onderzoek toonde echter aan
· diversiteit van ecosystemen*: omvat alle verschillende
dat veel soorten nog niet zijn gekend. Schattingen van het
levensgemeenschappen die op aarde bestaan, zoals tro-
aantal levende soorten op aarde variëren van 3 tot 100
pische of gematigde bossen, woestijnen, moerassen, ri-
miljoen, met wellicht een goed werkgetal van 15 miljoen.
vieren, bergen, koraalriffen, enz., maar ook de landelijke
Elke dag worden door biologen nieuwe soorten ontdekt,
en stedelijke omgeving. Een ecosysteem is het geheel
de meeste ervan zijn insecten en andere ongewervelden.
van soorten samen met het leefgebied waarin ze voor-
komen.
R
.

V
erlinde

©

er

boomkikk
3

Biodiversiteit is mooi, ontspannend, inspirerend,... Het is
een genot om bloemen te zien en te ruiken, om naar de
zang van vogels te luisteren en naar dieren te kijken, om
de kleuren van bomen doorheen de seizoenen te zien va-
riëren. Talloze gezinnen maken een wekelijkse wandeling in
de natuur, ecotoerisme zit al jaren in de lift, vele mensen
geven aan dat zij de natuur als onthaaster nodig hebben
om een evenwicht te vinden in hun jachtige bestaan.
Biodiversiteit speelt dus een belangrijke rol in vele aspec-
ten van ons dagelijks leven: voeding, gezondheid, economie,
transport, bouw, opvoeding, cultuur en recreatie.
De termen aangeduid met * in deze en volgende teksten worden omschreven op p. 19.
Hallerbos © Y. Adams
D
I
V
E
R
S
I
T
E
I
TIs biodiversiteit belangrijk ?
Te lang werd gedacht dat natuur en biodiversiteit enkel een
zaak waren voor idealisten met overdreven aandacht voor
milieu, planten en dieren. De natuur was handig als decor
voor de zondagse wandeling, maar de echte kijk erop vari-
eerde van onuitputtelijk over bijzaak tot overbodig.
Stilaan groeit echter het besef dat biodiversiteit voorziet
in onze basisbehoeften zoals ademen, eten, drinken en
een dak boven ons hoofd vinden. Biodiversiteit biedt ons
immers een brede waaier aan producten zoals voedsel,
energiebronnen, beschutting, traditionele en moderne ge-
neesmiddelen.
Daarnaast verstrekt biodiversiteit ook een groot aantal
diensten zoals het filteren van water, het aanmaken van
zuurstof, het vruchtbaar maken van de bodem, het vermin-
deren van het broeikaseffect en van klimaatveranderingen,
het beperken van overstromingen, het bestuiven van fruit-
bomen, enz.
De volledige lijst van producten en diensten is te lang om
op te sommen. De voorbeelden tonen aan dat de interac-
tie van natuurlijke processen een zeer complex levensweb
vormt. Indien één of ander deel van dit web niet goed func-
tioneert of uitvalt, dan worden de andere delen aangetast.
Zeer vaak is de mens hiervoor verantwoordelijk.
B
I
O
aardhommel © T. Hubin
© T. Hubin
4

België, wel vlak maar
niet monotoon
De totale oppervlakte van België bedraagt
Uiteraard is dit slechts een veralgemening. Elk van deze
33.990 km², waarvan 30.528 km² land en 3.462
zones vertoont een veelheid aan landschapselementen,
km² Belgische Noordzee. Zo'n geringe opper-
natuurlijke (rivieren, duinen, heuvels, valleien, ...) en door
vlakte lijkt een grote verscheidenheid aan land-
de mens aangelegde (weiden, heggen, vijvers, ...), die leiden
schappen in de weg te staan. Het tegengestelde
tot een hoge verscheidenheid aan habitats voor fauna en
is echter waar en wordt in de hand gewerkt
flora.
door een unieke combinatie van natuurlijke
kenmerken zoals bodem, reliëf en klimaat, en

Algemeen kent België een gematigd, door de zee beïnvloed
een ingrijpend grondgebruik.
klimaat. De jaargemiddelden in Ukkel, thuishaven van het
Koninklijk Meteorologisch Instituut, bedragen tegenwoor-
dig 9,8°C en 802 mm neerslag. In de Hoge Venen, gelegen
Na de laatste ijstijd, ruim 10.000 jaar geleden, werd de
in het zuidoosten van ons land, heerst een continentaal
steppe die België bedekte omgevormd tot een uitgestrekt
klimaat met warmere zomers en strengere winters. Zeer
en zo goed als continu bos. Van bij het begin van de eerste
in het algemeen geldt: hoe hoger de ligging van een ge-
landbouwactiviteiten, bijna 7.500 jaar geleden, tot de 19de
bied, hoe lager de temperatuur en hoe overvloediger de
eeuw werden bepaalde streken ontbost en in cultuur ge-
neerslag.
bracht. Op biologisch vlak leidde deze gematigde ontbos-
sing tot een grotere diversiteit aan habitats*, fauna en flora.
Lokale fenomenen vergroten verder de verscheidenheid
De industriële revolutie veroorzaakte echter grote veran-
aan habitats. Zo wordt de meest zuidelijke tip van ons land,
deringen in het landschap. De landbouw werd intensiever
Belgisch Lotharingen, ook wel de Belgische Provence ge-
en dus minder natuurvriendelijk, terwijl steden en bedrij-
noemd, vanwege de naar het zuiden gerichte, warme hel-
ven als paddestoelen uit de grond schoten of uitbreidden
lingen. Hier worden vaak soorten aangetroffen die vooral
en veel open ruimte inpalmden.
meer zuidelijk leven.
Y
.

Adams


©

Wat reliëf en landgebruik
betreft kan België ruwweg
worden opgesplitst in drie
zones:
· een vlak en veelal zanderig noorden (Laag-België), waar
intensieve landbouw en veeteelt domineren;
· een golvend centraal gedeelte met vnl. lössbodems
(Midden-België), met vooral in het westen en rond de
bijeneter © D. Vangeluwe
grote steden veel industrie en in iets mindere mate land-
bouw;
De laatste decennia lijkt ook België een opwarming van
· een heuvelachtig tot bergachtig zuiden met rotsige of
het klimaat te ondergaan, met het steeds meer opduiken
verweerde bodems (Hoog-België), waar bosbouw en
van zuiderse soorten tot gevolg. Dat deze niet vaak kun-
een minder intensieve landbouw het landgebruik domi-
nen worden beschouwd als een verrijking van de biodiver-
neren.
siteit zal verder in deze brochure worden uitgelegd.
© T. Hubin
5

Dieren
Aziatisch veelkleurig lieveheersbeestje © R. Verlinde
tor, mooie kleuren en makkelijke waarneembaarheid zijn
wellicht de belangrijkste factoren voor deze populariteit.
Het andere uiterste wordt gevormd door groepen zoals de
oerdiertjes, kaakwormen, dwergpotigen en schaarpissebed-
den die amper of niet bestudeerd worden in België en waar-
voor zelfs op Europese of wereldschaal de experten op één
hand te tel en zijn. Het gaat hierbij meestal om soorten die
moeilijk te observeren zijn door hun geringe grootte, hun
levenswijze (bv. parasieten) of door het voorkomen in wei-
nig toegankelijke habitats* (bv. ondergrondse holen).
Tussenin situeren zich de groepen waarvoor ooit - meestal
lang geleden - wel eens een studie in ons land plaatsvond
of die relatief goed bestudeerd zijn in een buurland. Zo
werden bv. twee insectengroepen, steenvliegen in de jaren
`50 en kokerjuffers in de jaren `80, tijdens een korte peri-
ode intensief bestudeerd, maar elke opvolging ontbreekt.
Nochtans spelen de minder populaire soorten een even
belangrijke rol in het functioneren van ecosystemen* als
de beter bestudeerde. Alleen daarom al verdienen ze onze
veenpseudoschorpioen © H. Henderickx
D
I
V
E
R
S
I
T
E
I
TVóór het verschijnen van het boek Biodiversity
in Belgium in 2003, bestond er geen gedetail-
leerd overzicht van de Belgische fauna en in
tegenstelling tot onze buurlanden wordt er in
België ook geen specifiek tijdschrift aan gewijd.
Hierdoor zijn gegevens over de verschillende
diergroepen in ons land vaak onvolledig, ver-
snipperd of zelfs onbestaande.

Grondig onderzoek wees uit dat ongeveer 22.500 dier-
soorten zijn geregistreerd in België. Maar dit is niet alles
want er is een grote kans dat soorten die bv. in het zui-
den van Nederland, het noorden van Frankrijk, het westen
van Duitsland en/of in het Groothertogdom Luxemburg
werden gevonden, ook in België voorkomen, zelfs al heeft
niemand ze tot nu toe in ons land waargenomen.
aandacht.
Op basis van schattingen verwachten biologen nog zo'n
Een derde tot de helft van de diersoorten in ons land is
12.000 bijkomende diersoorten in ons land te kunnen
in meerdere of mindere mate bedreigd. Soorten als de
vinden, vooral insecten, wormen en oerdiertjes. Dat be-
tuimelaar, steur, geelbuikvuurpad en Europese treksprink-
tekent dat het totale aantal diersoorten in ons land tegen
haan zijn de laatste decennia uit ons land verdwenen. Vele
de 35.000 aanzit en dat zowat een derde van onze fauna
andere zoals de boomkikker, otter, wrattenbijter en het
B
I
Onog niet is gekend.
gentiaanblauwtje lijken dezelfde weg op te gaan. Belang-
rijkste redenen zijn de vernietiging en versnippering* van
Eén van de redenen daarvoor is dat de wetenschappelijke
leefgebieden, verontreiniging en eutrofiëring*, klimaatver-
aandacht sterk varieert van groep tot groep. Zo zijn de
andering, de druk van recreatie en toerisme.
zoogdieren, vogels, vlinders, libellen, loopkevers en lieve-
heersbeestjes echt populaire groepen, waarvoor waarne-
Meestal zal een soort niet achteruitgaan of verdwijnen als
mers en experten stormlopen. Hun hoge aaibaarheidsfac-
gevolg van één enkele factor, maar wel door een combina-
6

dieren
aantal soorten
vastgesteld
verwacht totaal
beschreven
verwacht totaal
in België
in België
wereldwijd
wereldwijd
sponzen, holtedieren, ...
77
250
17.500
23.000
platwormen
670
1.500
39.000
63.000
rondwormen of spoelwormen
545
2.500
25.000
1.000.000
ringwormen of gelede wormen
330
600
16.000
26.000
andere wormen
81
240
4.500
5.500
spinnen en mijten
1.713
2.000
76.500
550.000
insecten
17.295
25.000
1.050.000
8.000.000
duizendpoten en verwanten
97
160
14.000
84.000
schaaldieren
774
1.250
55.000
172.000
weekdieren
311
370
108.000
210.000
andere ongewervelden zoals raderdier-
429
1.300
18.500
35.000
tjes, beerdiertjes, stekelhuidigen, ...
gewervelden
449
460
55.000
81.000
tie ervan. Zo bv. leidt versnippering tot kleinere en minder
ontwikkelen als echte pestsoorten en veel schade aanrich-
weerbare populaties, die vervolgens door lokale verstorin-
ten in de land- en tuinbouw, aan onze bomen en dijken.
gen of ziekte volledig kunnen verdwijnen.
Sommige, zoals parasieten, kunnen een gevaar betekenen
voor onze gezondheid.
Oerdieren (Protozoa)
helen
Wic

J.

V
an

Bepaalde eencelligen worden

©

oerdiertjes genoemd omdat ze
tje
worden beschouwd als voorlo-
dier
pers van de dieren, en al heel lang bestaan. Ze zijn vaak
slechts enkele honderdsten van een millimeter groot en
wimper
bewegen zich voort via schijnvoetjes, trilharen of flagel-
len, of laten zich meevoeren met water- of luchtstroming.
Eén enkele gram bodem kan 1.000 tot 500.000 oerdier-
tjes bevatten.
In tegenstelling tot de eveneens eencellige bacteriën,
waarbij het erfelijk materiaal of DNA* vrij voorkomt bin-
nen de cel, zit het erfelijk materiaal van oerdiertjes vervat
geelbuikvuurpad © R. Verlinde
in een kern. Tot nu toe zijn wereldwijd ongeveer 40.000
levende soorten beschreven, en de verwachting is dat dit
Anderzijds verschijnen met de regelmaat van een klok
maar een fractie is van het werkelijke aantal.
nieuwe soorten in ons land. Eigenlijk zijn ze niet echt nieuw,
Een schatting van het aantal soorten oerdiertjes dat
maar gaat het om soorten die normaal elders in de we-
in België voorkomt is onmogelijk wegens te geringe
kennis. Slechts enkele deelgroepen werden of wor-
reld voorkomen en op de één of andere manier hier zijn
den bestudeerd, en dan meestal nog omwille van hun
terechtgekomen. Bekende voorbeelden zijn de muskusrat,
(dier)geneeskundig, farmaceutisch of economisch be-
Aziatische grondeekhoorn, halsbandparkieten, Nijlgans,
lang. Ziekteverwekkers zoals acanthamoeben bijvoor-
beeld kunnen voorkomen in verwarmd (zwembad) of
Canadese gans, roodwangschildpad, brulkikker en het Azi-
vervuild water en veroorzaken hersenvliesontsteking.
atisch veelkleurig lieveheersbeestje.
Schaalamoeben en wimperdiertjes zijn voorbeelden van
recent bestudeerde groepen. Publicaties over zonnedier-
Terwijl men op het eerste gezicht zou denken aan een ver-
tjes en foraminiferen gaan al terug tot 1950 en vroeger.
rijking van onze fauna, vormen deze exoten* in feite vaak
De meeste in België levende soorten zijn echter onbe-
een bedreiging voor de inheemse biodiversiteit wanneer
kend of zo goed als.
ze dominant of agressief zijn. Andere soorten kunnen zich
7

Planten en zwammen
Net als bij de dieren bestaan ook hier grote verschillen
wat de kennis van de groepen betreft. Alleen de bloeiende
planten (= angiospermen), naaldbomen, varens, en in min-
dere mate de mossen en korstmossen zijn goed bestu-
deerd. Zij zijn goed waarneembaar, vertonen mooie kleu-
ren of wisten op een andere manier de, vaak levenslange,
interesse van een specialist op te wekken.
Alle andere groepen zijn matig of helemaal niet bestudeerd
in ons land. Vooral als het gaat over het mariene fytoplank-
ton*, een aantal algen- en een heleboel zwammengroepen
tast men in het duister. Nochtans spelen de soorten van
D
I
V
E
R
S
I
T
E
I
TIn 2003 is voor het eerst sinds 100 jaar een inven-
taris opgesteld van de planten, algen en zwam-
men die leven in België. Voor deze groepen zijn
ruim 13.500 soorten geregistreerd in ons land.

Er worden evenwel nog 3.500 tot 5.000 bijkomende soor-
ten verwacht, en dit op basis van hun aanwezigheid in onze
buurlanden. Dat betekent dat er in totaal zo'n 17.000 à
18.500 soorten planten, algen en zwammen zouden voor-
komen in ons land en dat 20 à 25% ervan nog niet is waar-
genomen.
B
I
O
stobbezwammetje © R. Verlinde
maanvaren © Y. Adams
8

korstmos © T. Hubin
gevlekte orchis © D. Tyteca
deze groepen vaak een essentiële rol in vele voedselketens
en in natuurlijke processen zoals humusvorming.
Vooral de vernietiging en versnippering van habitats*, draina-
ge, intensieve landbouw, bodem- en luchtvervuiling vormen
de belangrijkste bedreigingen voor planten, algen en zwam-
men in België. Net als bij de dieren is een derde tot de helft
van onze planten- en zwammensoorten bedreigd. Soorten
zoals de kleine wolfsklauw, moerasorchis, kleine maanvaren
en perzikbladig viooltje zijn reeds verdwenen. Andere zoals
de bonte paardestaart, honingorchis, nachtkoekoeksbloem
en draadgentiaan staan op het punt te verdwijnen.
reuzenberenklauw © B. Bedin - INPLANBEL
planten
aantal soorten
vastgesteld
verwacht
beschreven
Ook bij de planten en zwammen vormt het opduiken van
in België
totaal in
wereldwijd
uitheemse* soorten zoals Japanse duizendknoop, reuzen-
België
berenklauw, Amerikaanse vogelkers, reuzenbalsemien, Ca-
slijmzwammen
400
550
1.850
nadese waterpest en vele andere een probleem. Ze kun-
oogwiertjes
400
400
930
nen in competitie treden met inheemse soorten en deze
roodwieren
53
68
5.500
dinoflagellaten
200
> 250
4.000
terugdringen. In Vlaanderen bijvoorbeeld blijkt de lijst van
goudwieren
194
194
990
waargenomen exoten* bijna even lang als de lijst van in-
diatomeeën of kiezel-
1.600
2.600
12.000
heemse* planten! Uiteraard vormen niet alle exoten een
wieren
bedreiging, maar toch zegt hun aantal al iets over de om-
bruinwieren
29
41
1.700
vang van de problematiek.
groenwieren
< 900
950
12.000
juk- of voegwieren
< 740
750
4.600
andere wieren
311
347
1.900

Bacteriën en
lever- en hauw-
176
190
5.600
mossen
blauwwieren


Willame
R.

(blad)mossen
557
577
9.500

©

varens
60
65
11.000
Er zijn over de hele wereld
naaldbomen
2
2-3
630
zo'n 6.000 soorten bacteriën
bloemplanten of
1.350
> 1.400
230.000
bekend en experten vermoe-
angiospermen
ormig blauwwier
den dat dit maar 1% (!) is van
aadv
het werkelijke aantal. Bacteriën vormen de basis van vrij-
dr
wel alle voedselwebben. Ze komen voor in alle habitats*,
zwammen
aantal soorten
zelfs binnen organismen, waar ze zowel nuttige symbion-
vastgesteld
verwacht
beschreven
ten* kunnen zijn als lastige ziekteverwekkers. Over de
in België
totaal in
wereldwijd
verscheidenheid aan bacteriën in België is niets bekend.
België
Slechts enkele soorten met (dier)geneeskundig, farma-
waterzwammen
57
150
900
ceutisch of economisch belang worden bestudeerd.
juk- of wier-
?
< 400
1.100
zwammen
Van de bijna 2.000 soorten blauwwieren die wereldwijd
zakjeszwammen
> 2.000
2.700
19.300
zijn bekend, komen er zo'n 300 voor in België. Onderzoek
naar deze groep gebeurde tot op heden vooral in vervuilde
korstmossen
977
1.000
13.500
poelen, vochtige bodems en bepaalde gedeelten van de
buisjeszwammen
2.910
3.200
20.400
Belgische Noordzee. Meer onderzoek kan zeker bijkomen-
roestzwammen
250
400
8.000
de soorten aan het licht brengen. Verscheidene auteurs
geven aan dat blauwwieren bedreigd zijn, in hoofdzaak als
brandzwammen
55
100
1.500
gevolg van menselijke activiteiten, maar ook hierover zijn
schimmels of
> 250
< 2.500
16.200
slechts weinig gegevens bekend.
deuteromyceten
9

Ecosystemen
Zoniënwoud © R. Verlinde

Natura 2000

In 1992 lanceerde de Europese Unie het project Natura
2000* voor het realiseren van een ecologisch netwerk van
natuurlijke en half-natuurlijke gebieden. Het uitgangspunt
is nog steeds het afbakenen van gebieden, maar in tegen-
stelling tot de strikt op behoud gerichte natuurreservaten
wordt hier per gebied een beheersovereenkomst
opgesteld met de eigenaar.
Zo blijven bepaalde eco-
nomische, sociale, cultu-
rele of recreatie-activiteiten toe-
gelaten, behalve diegene die nefast
zijn voor natuur en biodiversiteit.
Op die manier kunnen meer en gro-
tere natuurlijke of half-natuurlijke gebieden van een
D
I
V
E
R
S
I
T
E
I
TDe belangrijkste ecosystemen* in België zijn
de loof- en naaldbossen, gras- en weilanden,
heiden en duinen, vennen en moerassen, meren
en rivieren, zonder het Noordzee-ecosysteem te
vergeten.

De verspreiding van deze ecosystemen varieert naarge-
lang de landsdelen. Zo komt zowat 80% van de Belgische
bossen voor in Wallonië, waar bijna een derde van het
grondgebied is bebost. In het Brusselse Gewest is de op-
pervlakte bos beperkt. Toch speelt ze, dankzij het Zoniën-
woud, een belangrijke rol als groene long van de hoofdstad.
Het noorden van België wordt gekenmerkt door gras- en
akkerland, heiden en duinen.
Om een deel van deze ecosystemen veilig te stellen, wor-
den sinds 1943 natuur- en bosreservaten afgebakend, voor
de eenvoud verder vermeld als natuurreservaten. Dit zijn
gebieden waar strikte regels gelden voor natuurbescher-
ming en die daarom soms geheel of ten dele gesloten zijn
voor het publiek.
Naast de natuurreservaten bestaan nog andere bescherm-
de zones: waterrijke gebieden van internationale betekenis
(= Ramsargebieden*) zoals de Vlaamse Banken in de Bel-
gische Noordzee, het Zwin, de moerassen van Harchies,
natuurparken zoals dat van de Hoge Venen-Eifel en grotten
van wetenschappelijk belang zoals de grotten van Bohon
in Durbuy.
zekere bescherming genieten, wat uiteindelijk ten goede
komt aan de biodiversiteit, zowel fauna als flora.
Ondanks alle inspanningen voor het behoud van natuur
blijkt dat men niet voldoende natuurreservaten kan afba-
Natura 2000 steunt op twee Europese richtlijnen:
kenen. Er dient immers ook rekening te worden gehouden
· de Vogelrichtlijn (1979) beschermt alle in het wild le-
met landbouw, huisvesting, industrie, transport en recrea-
vende vogelsoorten alsook de gebieden waar ze in de
tie. Op dit ogenblik is amper 1,1% van het Belgische grond-
Europese Unie broeden, voedsel zoeken en overwinte-
gebied aangeduid als natuurreservaat (zie tabel).
ren;

grondgebied (ha)
natuur- en bosreservaten
Natura 2000 (1)
oppervlakte (ha)
% van het grondgebied
oppervlakte (ha)
% van het grondgebied
B
I
O Brussel 16.200 240 1,5% 2.321 14,3%
Vlaanderen
1.352.200
28.058
2,1%
188.289 (2)
13,9%
Wallonië
1.684.400
9.781
0,6%
220.828
13,1%
Belg. Noordzee
346.200
-
0%
18.120
5,2%
Totaal
3.399.000
38.079
1,1%
429.558
12,6%
(1) natuur- en bosreservaten zijn vaak geheel of gedeeltelijk opgenomen in Natura 2000-gebieden.
(2) het Vlaams Ecologisch Netwerk werd meegerekend.

10

ven in Kalmthoutse heide © Y. Adams
ronde zonnedauw © M. Pirnay
· de Habitatrichtlijn (1992) beschermt de natuurlijke leef-
gebieden die van belang zijn voor het behoud van wilde
fauna en flora. Het gaat in hoofdzaak om kwetsbare, be-
dreigde of zeldzame habitats* en soorten.
Onder Natura 2000 wordt momenteel meer dan 12% van
het Belgische grondgebied beschermd (zie kaart). Niet min-
der dan 59 habitattypes komen hierin voor. In vergelijking
met de natuurreservaten zorgt de meer flexibele aanpak van
Natura 2000, op relatief korte termijn, dus voor een vertien-
voudiging van de totale beschermde oppervlakte in België.
De natuurreservaten zijn grotendeels opgenomen in de
aangeduide Natura 2000-gebieden, maar ze behouden
wel hun strengere beschermingsstatus. Naast de Vlaamse
Banken als Ramsargebied is in de Belgische Noordzee een
zone van 18.120 ha onder Natura 2000 afgebakend.
galigaan © Y. Adams
Bepaalde zeldzaam geworden habitats in de Europese Unie
dienen prioritair te worden beschermd. Voorbeelden van
dergelijke habitats, die ook in België voorkomen, zijn:
· kustduinen met bloeiende planten, mossen en korst-
mossen of met heide;
· kalkrijke graslanden op rots- of dorre zandbodems;
· schrale graslanden op voedselarme heuvelbodems;
· veenbossen;
· actief hoogveen, m.a.w. poelen of moerassen waar vege-
tatie wordt omgezet in veen;
· kalkhoudende moerassen met galigaan;
· gemengde hellingbossen met soorten als gewone es-
doorn, es, ruwe iep en winterlinde.
duinen met vegetatie © Y. Adams
11

Belgische Noordzee
tuimelaar © K. Grellier
derzoeksdynamiek voor de Belgische Noordzee opgestart.
Sindsdien is de kennis van de mariene biodiversiteit sterk
verbeterd. Nochtans zijn het voorkomen en de versprei-
ding van vele planten- en diergroepen in de Noordzee nog
onvolledig gekend. Dit vormt niet enkel een probleem op
zich, maar ook voor het nemen van gepaste beschermings-
maatregelen.
De kustzone is een belangrijk voedsel- en kraamgebied
voor vissen en vogels. Vooral het goed bestudeerde wes-
telijke deel van de kustwateren vertoont een hoge diversi-
teit aan habitats* en zeebodemfauna. Alhoewel de kustwa-
teren biologisch productiever zijn dan de open zee, staan
ze sterk onder druk van de menselijke activiteiten met
directe en indirecte negatieve gevolgen voor de mariene
biodiversiteit.
De industriële visserij heeft een sterke impact niet alleen
op doelsoorten, maar ook op bijvangsten. Visstocks zoals
tegenwoordig vooral de kabeljauw, en in zekere mate ook
de tong en schol, verminderen dramatisch. Sleepnetten
doorploegen de zeebodem en vernielen daarbij kwets-
bare habitats en hun karakteristieke fauna, wat leidt tot
gewijzigde natuurlijke evenwichten. Verontreiniging, eutro-
D
I
V
E
R
S
I
T
E
I
THet Belgische deel van de Noordzee heeft een
oppervlakte van 3.462 km², een gemiddelde
diepte van 20 m (max. 45 m) en grenst aan onze
65,5 km lange kustlijn. Kenmerkend voor de
zuidelijke Noordzee zijn de verschillende zand-
banksystemen, waarvan sommige bij eb boven
water uitsteken. De ooit uitgestrekte, langs de
kust gelegen zoutmoerassen en estuaria* zijn,
op enkele zeldzame uitzonderingen na (het
Zwin, de IJzermonding), verdwenen.

Strand en zeebodem bestaan vooral uit zand. Slib komt
hier en daar in de kustzone voor. Dat betekent dat de
inheemse* fauna karakteristiek is voor zachte, beweeglijke
sedimenten. Typische bewoners zijn wormen, schaal- en
schelpdieren.
Natuurlijk voorkomend hard substraat is zeldzaam. Boven-
dien is de biodiversiteit van de weinige mariene zones met
keien en grind slecht gekend. Nochtans blijkt uit studies
in buurlanden dat de fauna van deze zones zeer rijk en
divers kan zijn. Wel komen talrijke artificiële harde substra-
ten voor zoals strandhoofden, dijken, haveninfrastructuur,
boeien, scheepswrakken en weldra ook windmolens. Zij
vormen leefgebieden voor rijke en zeer diverse gemeen-
schappen van o.a. bruin-, rood- en groenwieren, zeeane-
monen, schaal- en schelpdieren. Deze gemeenschappen
zijn typisch voor rotskusten en sommigen zouden zonder
fiëring*, zand- en grindwinning, de invoer van exotische*
deze artificiële structuren niet voorkomen in de Belgische
soorten en toerisme, om maar de belangrijkste te vermel-
wateren.
den, zorgen voor verdere druk.
Het gevolg van dit alles is dat soorten zoals de tuimelaar,
steur, purperslak en platte (inheemse) oester verdwenen
zijn uit de Belgische Noordzee. Daarbij komt dat vele an-
dere, zoals de meeste roggen en haaien, op het punt staan
te verdwijnen. Anderzijds stellen we vast dat een hele rits
uitheemse* soorten zoals de Amerikaanse zwaardschede,
Nieuw-Zeelandse zeepok (of sterretje) en Japanse oester,
zich in de Noordzee vestigen en uitbreiden.
Een weloverwogen coördinatie van de menselijke activi-
fluwelen zwemkrab © V. Zintzen
B
I
O
teiten, gebaseerd op een goede kennis van de werking en
biodiversiteit van het ecosysteem*, is bijgevolg van cruciaal
Ondanks de lange traditie van ons land inzake mariene
belang voor het in stand houden van een gezond Noordzee-
wetenschappen werd pas in de jaren 1970 een echte on-
ecosysteem met zijn rijkdommen.
12

Vlaanderen
Leiemeersen © Y. Adams
Vlaanderen geniet van een gematigd zee-
Ongeveer 7,5% van de soorten die vroeger in Vlaanderen
klimaat. Het reliëf is overwegend vlak met wat
leefden is verdwenen en 30% is kwetsbaar of met uitster-
valleien en heuvels. De bodem is zandig met
ven bedreigd. Meer dan één derde van de soorten is dus
verspreide, kleirijke zones en een stijgend aan-
verdwenen of bedreigd. Dagvlinders zijn hiervan een tref-
deel van leem landinwaarts.
fend voorbeeld. In Vlaanderen is al een kwart van de in-
heemse* dagvlinders verdwenen en één derde is bedreigd.
Achter de kuststrook van zee, strand en duinen, liggen de
Het aantal soorten dagvlinders neemt voortdurend af sinds
vlakke en zeer vruchtbare polders. Tussen de polders en
1900, maar de afname is duidelijk sterker vanaf 1950.
de rivieren de Leie en de Schelde bevindt zich de Vlaamse
laagvlakte. Naar het oosten toe liggen de Kempen, een

landschap met vooral dennenbossen, weilanden en heide.


Zuidwaarts vindt men de zeer vruchtbare leemplateaus en

het Zoniënwoud.


Meer dan twee derden van de oppervlakte van Vlaanderen


wordt gebruikt voor veeteelt, land- en tuinbouw, terwijl

een kwart wordt ingenomen door bebouwingen en wegen.


De druk op natuur en open ruimte is dus zeer groot, maar

toch vindt men er een vrij rijke biodiversiteit.


Dit wordt aangetoond door de 60 soorten zoogdieren,


159 soorten broedvogels, 19 soorten amfibieën en rep-
tielen, 64 soorten dagvlinders, 604 soorten spinnen, 1.416
De grootste bedreigingen voor de biodiversiteit in Vlaan-
soorten hogere planten, 550 soorten paddestoelen en
deren zijn de beruchte ver-factoren: vermesting (m.a.w. het
meer dan 800 soorten mossen en korstmossen. Voorbeel-
overladen van het milieu met voedingstoffen zoals stikstof),
den van typische en zeldzame soorten in Vlaanderen zijn
verzuring (vooral via luchtverontreiniging), verdroging (o.a.
de gewone zeehond, het visdiefje, de boomkikker en de
door onttrekken van grondwater), verontreiniging (zoals
veldparelmoervlinder. Op Europees vlak vormt Vlaanderen
zware metalen en pesticiden) en versnippering* (opdelen
onder andere een belangrijke overwinteringsplaats voor
van de open ruimte in steeds kleinere delen).
vele soorten watervogels.
De belangrijkste habitats* voor de biodiversiteit in Vlaan-
deren zijn: duinen, heide en vennen, moerassen en andere
vochtige gebieden, kalkgraslanden, bossen en waterlopen.
De meeste zijn in zekere mate beschermd dankzij Natura
2000* (zie p. 10 en 11) en het Vlaams Ecologisch Netwerk,
het Natuurdecreet, het Bosdecreet en de Kaderrichtlijn
Water. Een beter toezicht op de genomen maatregelen,
het afbakenen van bufferzones rond kwetsbare gebieden,
het voeren van een herstelbeleid in (te sterk) aangetaste
zones en de bescherming van meer en grotere gebieden is
dringend noodzakelijk.
Meer informatie over biodiversiteit in Vlaanderen vind je
onder meer in de natuurrapporten 1999, 2001 en 2003
(zie www.nara.be).
veldparelmoervlinder © J. Mentens
13

Brussel
Aziatische grondeekhoorn © R. Verlinde
nes: de stad en zijn infrastructuur, de beboste zones, de lan-
delijke restzones in de rand en waterrijk gebied. Ondanks
de uitgesproken verstedelijking is zowat de helft van de
Brusselse oppervlakte niet bebouwd, maar bestaat ze uit,
weliswaar sterk versnipperde, private of openbare groene
ruimten zoals tuinen, parken, bossen, spoorwegbermen en
braakliggende gronden. Sites met een hoge tot zeer hoge
biologische waarde vertegenwoordigen bijna de helft van
deze groene ruimten, tuinen niet meegerekend.
Zowat 2.400 ha groene ruimte, goed voor 14% van het
Brusselse grondgebied, is beschermd onder Natura 2000*
(zie p. 10 en 11). Specifiek voor Brussel is de ontwikkeling
van een groen en een blauw netwerk. Het eerste streeft
naar de vorming van een groen snoer door het verbin-
den van de bestaande en het inrichten van nieuwe groene
ruimten in groenarme stadszones. Het tweede beoogt het
herstel van een zo continu mogelijk netwerk van opper-
vlaktewateren en een verbetering van de waterkwaliteit.
Opmerkelijk voor Brussel zijn o.a. de rijke vleermuizenfau-
na, 17 van de 19 soorten die in België voorkomen zouden
yseels
Gr

aanwezig zijn, en de zowat 1.000 soorten paddestoelen,
M.

©

vnl. te vinden in het Zoniënwoud.
elbos
e
wink

Vooral de nog steeds toenemende, hoge recreatiedruk op
V
err

de groene ruimten manifesteert zich steeds meer als een
typische bedreiging voor biodiversiteit in sterk verstedelijk-
D
I
V
E
R
S
I
T
E
I
THet Brussels Hoofdstedelijk Gewest is een verhaal
apart door zijn kleine oppervlakte, doorgedreven
verstedelijking, hoge bevolkingsdichtheid, intense
economische activiteit en dichte infrastructuur.
Maar ook grote steden en hun rand vertonen vaak
een hoge en onverwachte biodiversiteit.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is hiervan een tref-
fend voorbeeld: door de diversiteit van het milieu (bodem,
reliëf, enz.) en door de combinatie van bossen, natuurge-
bieden, parken, vijvers, stedelijk groen en open ruimten
(zoals braakliggende terreinen), omvat het een grote di-
versiteit aan ecosystemen* en heel wat gebieden met een
hoge biologische waarde. Brussel vertoont dan ook een
onverwachte rijkdom aan flora en fauna die verre van arm
of banaal is.
Het Brusselse grondgebied vertoont geen uniform stede-
lijk landschapsbeeld maar bestaat grotendeels uit vier zo-
te gebieden zoals Brussel. Daarbij komt het probleem van
de exotische* soorten dat hier uitermate in de hand wordt
gewerkt door het vele transport, de menselijke invloed en
de grotere contact- en uitwisselingsmogelijkheden.
Meer inlichtingen over biodiversiteit in Brussel vind je
onder meer via www.ibgebim.be (doorklikken naar Groene
ruimten)
.
aantal
aantal
aantal exoten
aantal
aantal
aantal
aantal verdwe-
wettelijk
soorten
inheemse
bedreigde
kwetsbare
achteruitgaan-
nen soorten
beschermde
soorten
soorten
soorten
de soorten
(sinds 1950)
soorten
B
I
O zoogdieren 42 39 3 7 11 2 allemaal
vogels
99
90
9
14
18
12
15-20
allemaal
amfibieën
7
6
1
1
5
3-4
allemaal
reptielen
4
3
1
1
1
2
allemaal
hogere planten
730
580
150
65
62
187
14
mossen
223
223
49
67
40
1
grote graslelie
© E. Branquart
14

Wallonië
zwarte aardslak © E. Branquart
Voor zijn relatief geringe oppervlakte vertoont
Vele soorten bevinden zich echter in een netelige situatie:
Wallonië een opvallende ecologische en klima-
afhankelijk van de beschouwde groep gaat 25 tot 75% van
tologische verscheidenheid. De lemige bodems
de soorten achteruit. De belangrijkste redenen daarvoor
ten noorden van Samber en Maas worden
zijn de wijziging, versnippering* en verdwijning van hun ha-
vooral gebruikt voor akkerbouw. Het zuidelijke
bitats en de verontreiniging en eutrofiëring* van bodem
deel van Wallonië vertoont een meer uitgespro-
en water. Daarbij komen nog nieuwe bedreigingen zoals
ken reliëf en bebossing.
de klimaatverandering en de vestiging en uitbreiding van
exotische* soorten.
Wallonië wordt gekenmerkt door
Hopelijk kan in de toekomst het verlies aan biodiversiteit
een groot aantal bossen en open
worden afgeremd door een nauwe samenwerking tussen
half-natuurlijke habitats* met hoge
de verschillende actoren van de landelijke ruimte. Dit kan
biologische waarde zoals droge gras-
door het hanteren van milieuvriendelijke beheersmetho-
landen, heide, moerassen en weilan-
den, het afbakenen van het Natura 2000* netwerk (zie p.
den, vaak het resultaat van vroegere,
10 en 11) en het herstel van aangetaste habitats.
kleinschalige
landbouwpraktijken.
Van de diverse biogeografische ge-
Meer informatie over biodiversiteit in Wallonië kan onder
bieden kunnen er twee worden
meer worden gevonden via mrw.wallonie.be/dgrne/sibw
onderscheiden op basis van klimaat,
of environnement.wallonie.be/eew.
ecologische eenvormigheid en hoge
landschapswaarde. De plateaus van
de Hoge Ardennen worden geken-
merkt door een hoge regenval en
enigszins boreale* invloed. Zij bevat-
ten grote oppervlakten vochtig gras-
land, veen en heide. De lager gelegen
vallei van de Helle © E. Branquart
Fagne-Famenne, met kalkhoudende
hellingen, vertoont daarentegen een warmteminnende ve-
getatie, gedomineerd door eikenbossen, droge graslanden
en weilanden met grote erfgoedwaarde.
Deze ecologische diversiteit is het decor voor een rijke
biodiversiteit met o.a. 67 soorten zoogdieren, 161 soor-
ten broedvogels, 22 soorten amfibieën en reptielen, 98
soorten dagvlinders, 62 soorten libellen en waterjuffers
en 45 soorten orchideeën. Onder hen bevinden zich een
heleboel zeldzame, bedreigde en zeer typische soorten
op Europese schaal. Voorbeelden bij uitstek zijn de ham-
ster, middelste bonte specht, blauwborst, korhoen, zwarte
ooievaar, zandhagedis, kamsalamander, moerasparelmoer-
vlinder, rivierparelmossel, kleinbladige wespenorchis en
veenorchis.
grote graslelie
korhoen © R. Verlinde
© E. Branquart
15

Wie doet er wat aan ?
versiteit binnen de verschillende economische en maat-
schappelijke sectoren. Natuur en biodiversiteit zijn niet
enkel van belang voor leefmilieu, maar dienen ook in acht
te worden genomen binnen landbouw, economie, buiten-
landse zaken, handel, transport, onderwijs, enz.
Natuureilandjes zoals reservaten hebben weinig zin als ze
worden omringd door een vaak vervuilde en drukke we-
reld. Het nastreven van een duurzame en natuurvriende-
lijke productie, consumptie, grondgebruik, mobiliteit, enz.
zijn in deze optiek een must. Om de toekomstige genera-
ties van het belang van natuur, biodiversiteit en duurzaam-
heid te overtuigen, dient het onderwijs er op alle niveaus
meer aandacht aan te besteden.
Ook u en ik zijn aan zet
Het gemiddelde gezin gooit jaarlijks zo'n 6 bomen aan
papier buiten. Een kwart van de dioxine-uitstoot wordt
veroorzaakt door sluikstoken in tuintjes. We willen aard-
beien op het wintermenu. Meer dan de helft van onze ver-
plaatsingen leggen we af over minder dan vijf kilometer en
toch hebben we steeds onze auto nodig. Liefst bouwen we
allen ons eigen huis. En over de hoeveelheid afval, water
en energie die we produceren of verbruiken zwijgen we
nog...
D
I
V
E
R
S
I
T
E
I
TOnze planeet is gekenmerkt door een ontzag-
lijke verscheidenheid aan levensvormen, die op
complexe wijze met elkaar zijn verbonden en
ontelbare ecosystemen* doen functioneren.
Biodiversiteit is ook van cruciaal belang voor
ons overleven en welzijn. Ironisch genoeg treden
wij op als de grootste vijand van biodiversiteit.
We zagen dus de tak af waarop we zitten en
ondermijnen daarmee ons (voort)bestaan. Hoog
tijd om er wat aan te doen.

De internationale dimensie
Een groeiend besef dat het behoud van de na-
tuur moet worden aangepakt op wereldschaal,
leidde tot het Verdrag inzake biologische
diversiteit
. Het werd voorgesteld tijdens de
wereldtop van 1992 in Rio de Janeiro. Het verdrag beoogt:
(1) het behoud van de biodiversiteit, (2) het duurzame* ge-
bruik van de bestanddelen ervan, (3) de eerlijke verdeling
van opbrengsten verkregen door het gebruik van biologi-
sche rijkdommen. Bijna alle landen van de wereld hebben
het verdrag onderschreven.
Tijdens de nieuwe wereldtop van
2002, in Johannesburg, werd Doel-
stelling 2010
gelanceerd. Bedoeling
is om tegen 2010 het uitsterven van
De kleine keuzes die ieder van ons elke dag maakt, hebben
soorten wereldwijd af te remmen en dit ter bestrijding
samen een grote impact. Door deze keuzes te laten inspi-
van armoede en ten bate van alle leven op aarde. Europa
reren door duurzaamheid* bewandelen we het
gaat zelfs een stap verder en wil tegen 2010 het verlies aan

biodiversiteit een halt toeroepen binnen zijn grenzen.
In België
B
I
OEr bestaan vele initiatieven voor natuur en milieu in ons
land. Er is een vrij uitgebreide wetgeving, er wordt ge-
bouwd aan een netwerk van beschermde gebieden (Na-
tura 2000*) en er is veel aandacht voor het sorteren en
recycleren van afval. Toch is er nog heel wat meer mogelijk
en nodig voor het beschermen van onze biodiversiteit.
© Y. Adams
Er moet dringend aandacht en zorg komen voor biodi-
16

Wij, mensen, delen de aarde met miljoenen andere soor-
ten dieren, planten, zwammen en micro-organismen. Waar
halen wij het recht vandaan om soorten uit te roeien? Wij
zouden integendeel moeten streven naar het behoud van
zoveel mogelijk soorten.
Onze Westerse levensstandaard heeft een zeer grote im-
pact op biodiversiteit. Deze impact verkleinen zal een be-
tuinvijver © Y. Adams
langrijke inspanning vereisen van onze maatschappij, van
u en mij. Misschien wordt die inspanning vergemakkelijkt
juiste en enige pad voor het welzijn van onze kinderen en
door de verschillende alarmbellen die geregeld rinkelen:
kleinkinderen. Het leuke aan deze kleine keuzes is daaren-
soorten die uitsterven, drinkwater dat steeds schaar-
boven dat ze niet alleen een ecologische meerwaarde bie-
ser wordt, luchtverontreiniging die kinderen en ouderen
den, maar vaak ook heel wat euro's besparen. In de tabel
steeds vaker ziek maakt, klimaatveranderingen, enz. Het is
worden enkele specifieke tips opgesomd, maar ook milieu-
misschien nog niet te laat, maar zeker vijf voor twaalf. Wij
bewuste keuzes in het algemeen, zoals spaarzaam omgaan
kunnen nu nog kiezen voor biodiversiteit, hopelijk kunnen
met water en energie, en het beperken van autogebruik,
onze kinderen en kleinkinderen dat ook nog...
helpen de biodiversiteit meer dan een handje.
in huis en tuin
geef de natuur een plaatsje
laat de natuur haar gang gaan op een plek in je tuin; voorzie een haag, vijver en/of nestkastjes; een groen-
dak zorgt voor minder wateroverlast en meer natuurkansen; kies voor honingrijke planten
kies voor inheemse planten en dieren i.p.v.
zij zijn het best aangepast aan de omgeving, vragen het minste werk, zijn beter bestand tegen allerlei
uitheemse
ziekten en zorgen niet voor problemen als ze buiten de tuin terechtkomen; koop geen exotische kikkers,
noch waterschildpadjes
huis- en tuinafval composteren
je vermindert je hoeveelheid afval en beschikt over gratis meststof: tweemaal winst dus
vermijd pesticiden, wasmiddelen met fosfaat net als andere verontreinigende stoffen maken ze mens en natuur ziek en bestaan er voldoende alterna-
tieven voor
heb respect voor dieren
dood ze niet; er bestaan talloze natuurvriendelijke manieren om bv. mollen op afstand te houden
respecteer de resterende open ruimte
waarom niet verbouwen of heropbouwen i.p.v. de open ruimte verder vol te bouwen
op school en werk
creëer ook hier een natuurplekje
een boom of vijver in de tuin of op de binnenplaats, een groendak en voor een nestkastje is weinig plaats
nodig
verkies natuurvriendelijke materialen
vermijd plastic en aluminiumfolie (breng beker en brooddoos mee); kies voor herbruikbaar i.p.v. wegwerp
beperk papiergebruik
print of kopieer recto-verso en enkel het noodzakelijke; gebruik gerecycleerd en chloorvrij papier
in de winkel
shop natuurvriendelijk
kies eerst voor bio-etenswaren, seizoensfruit en -groenten, en milieuvriendelijk vervaardigde producten
(zie labels)
voorkom overtollig afval
vermijd producten met veel verpakking; gebruik je eigen tas of een herbruikbare plastic zak
in de vrije tijd
geniet als je de natuur intrekt
en respecteer haar door lawaai te vermijden, geen afval achter te laten, niet zomaar planten, dieren of pad-
destoelen te verzamelen, op de paden te blijven en honden aan de leiband te houden
steun of word lid van een natuurvereniging
je investeert voor jezelf, je kinderen en kleinkinderen; je kan deelnemen aan activiteiten of je actief inzetten
sensibiliseer je vereniging
ben je betrokken bij een jeugd-, sport-, muziek- of andere vereniging, dan kan je in één klap veel mensen
sensibiliseren
op reis
reis bewust en natuurvriendelijk
ecotoerisme is natuurvriendelijk investeren... in natuur; respecteer de plaatselijke natuur en wees ook
hier spaarzaam met water, energie, e.a.; trein naar een leuke bestemming i.p.v. zomaar mee te doen met de
ver&vlug-trend
respecteer de bedreigde fauna en flora
doe niet mee aan de handel in bedreigde dieren en planten; koop geen ivoor, koraal of zeeschildpadden
17

Besluit
slangewortel © M. Pirnay
Vergelijkingen van oude en recente waarnemingen geven
aan dat niet minder dan één derde tot de helft van de
planten- en diersoorten in België is bedreigd. Zowat alle
achteruitgang van onze biodiversiteit is een gevolg van
menselijke activiteiten. Vijand nummer één is overduide-
lijk het aanwenden van de open ruimte voor bebouwing,
industrie en onoordeelkundig grondgebruik. Dit leidt tot
verlies, achteruitgang en versnippering van natuurlijke ha-
bitats*. Afgetekend op de tweede plaats staat verontrei-
niging. Vooral eutrofiëring* zet fauna en flora onder druk.
Andere bedreigingen zijn het overmatige, en dus niet-duur-
zame* gebruik van natuurlijke rijkdommen, de groeiende
druk van toerisme en recreatie, klimaatveranderingen en
uitheemse* soorten.
De snelle uitbreiding van een aantal exoten* vormt een
groeiende bedreiging voor de biodiversiteit in België. Ze
kunnen onze plaatselijke fauna en flora verarmen door het
wegconcurreren van inheemse* soorten. Uitheemse soor-
ten kunnen op termijn ook een bedreiging vormen voor
landbouw, economie en volksgezondheid, door schade die
ze kunnen berokkenen of ziektekiemen die ze meebren-
gen.
Ook het gebrek aan kennis over onze biodiversiteit vormt
een bedreiging. Taxonomie* en ecologie zijn pijlers waarop
het onderzoek inzake de biodiversiteit steunt. Gezien ook
stekelrog © P. Naylor
in België nog veel basisinformatie ontbreekt is het duide-
D
I
V
E
R
S
I
T
E
I
TOp basis van het boek Biodiversity in Belgium
dat in 2003 is verschenen, weten we dat zo'n
36.300 soorten dieren, planten, zwammen en
micro-organismen in België zijn gevonden. Een
vergelijkende studie van fauna en flora uit
onze buurlanden leert dat er waarschijnlijk
nog 16.000 tot 19.000 soorten zijn, die hier nog
nooit werden waargenomen, maar die wellicht
ook in ons land leven.

lijk dat deze disciplines een stimulans kunnen gebruiken. In
Het totale aantal soorten in België zou dus rond de 55.000
dit verband is het essentieel om ook het belang van ver-
schommelen. Dit hoge cijfer overtreft al e eerdere schat-
zamelingen en bibliotheken te onderstrepen, evenals van
tingen. Het houdt ook in dat meer dan één derde van de in
de onmisbare waarnemingen die talloze vrijetijdsbiologen
ons land voorkomende soorten nog niet is waargenomen.
verzamelen.
De kennis van de biodiversiteit van ons land is heel ongelijk
Het concept biodiversiteit gaat over steeds meer tongen
verdeeld. Best bekende floragroepen zijn de bloemplan-
en het aantal boeken en rapporten erover stijgt exponen-
ten, naaldbomen, varens en mossen. Bij de faunagroepen
tieel. De vrees bestaat dat `biodiversiteit' tenonder gaat
komen de zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën, vissen,
aan zijn eigen populariteit door de wirwar aan initiatieven
kevers, vlinders en libellen als best bestudeerde uit de bus.
die elkaar overlappen, de ontelbare vergaderingen, de rap-
B
I
OSoorten van deze groepen worden vaak als indicatoren portitis, enz. Hoog tijd dus om dit alles tot gezonde nor-
gebruikt in het kader van natuurbehoud. Zij maken echter
men terug te brengen en het accent te leggen op de acties
slechts 4% uit van de soorten die in België voorkomen. Tijd
die broodnodig zijn!
dus om ook de resterende 96% beter te leren kennen. Het
is nodig om onze biodiversiteit beter te kunnen inschat-
ten, en met kennis van zaken maatregelen te treffen om ze
duurzaam* te behouden.
18

Enkele omschrijvingen
boreaal: noordelijk, arctisch. Tegenhanger: austraal, zuide-
populatie: groep individuen van eenzelfde soort, die in
lijk.
eenzelfde gebied voorkomen, bv. alle stekelbaarzen in een
vijver.
DNA: erfelijk materiaal vervat in elke levende cel. Voluit:
desoxiribonucleïnezuur.
Ramsar: naam van de Iraanse stad waar in 1971 het Ver-
drag inzake waterrijke gebieden van internationale beteke-
duurzame ontwikkeling: voorzien in de huidige behoef-
nis werd getekend. Dit verdrag staat dan ook bekend als
ten zonder die van de volgende generaties in het gedrang
het Ramsarverdrag.
te brengen.
symbiont: soort die samenleeft met, op of in een andere
ecosysteem: dynamisch geheel van planten, dieren,
soort, waarbij de relatie voor beide soorten voordelig is.
zwammen en micro-organismen en hun niet-levende om-
geving, die op een bepaalde plaats een functionele eenheid
taxonomie: wetenschap betreffende het ontdekken, be-
vormen (bv. een meer met vissen, algen en waterplanten
schrijven en classificeren van soorten.
als levende bestanddelen en het water, de bodem en het
klimaat als de omgeving).
uitheemse soort: soort die in een bepaald gebied (bv.
België en omgeving) normaal niet in de natuur voorkomt,
estuarium: overgangsgebied tussen zoet water en zeewa-
maar er toch opduikt bv. door menselijk toedoen (meege-
ter nabij de monding van een rivier.
reisd met vrachtverkeer; ingevoerd voor kweek of teelt en
daarna ontsnapt en verwilderd). Synoniem: exoot of exoti-
eutrofiëring: een teveel aan voedingsstoffen, zoals stik-
sche soort. Tegenhanger: inheemse soort.
stof en fosfor, waardoor de oorspronkelijke milieutoestand
wordt veranderd. In water leidt dit tot overmatige algen-
versnippering van natuur en habitats: het uiteenval-
bloei, een verlaagde waterkwaliteit en minder biodiversi-
len van natuur en habitats in kleinere delen, door de in-
teit. Op het land gaan enkele algemene plantensoorten do-
planting van barrières zoals snelwegen, industriële zones,
mineren, ten koste van vele andere, zodat de biodiversiteit
woongebieden. Dit leidt in de overblijvende gedeelten tot
eveneens afneemt.
kleinere populaties van planten en dieren, die daardoor
een groter risico lopen om te verdwijnen.
exoot: zie uitheemse soort.
fytoplankton: verzamelnaam voor de microscopisch klei-
ne algen die in het water zweven. Wanneer het gaat over
in het water zwevende kleine diertjes dan spreekt men
over zoöplankton.
habitat: woongebied van een populatie of van een soort,
bv. het habitat van de rode eekhoorn is bos; de habitats van
de klaproos zijn schrale en vaak verstoorde zones zoals
wegbermen en akkerranden.
inheemse soort: soort die van nature thuishoort in een
konijn © T. Hubin
bepaald gebied. Tegenhanger van uitheemse soort.
Natura 2000: een netwerk van beschermde gebieden in
de Europese Unie.
19

Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen
is een instelling voor wetenschappelijk onderzoek met een brede waaier
van dienstverlening, onder meer door de uitbouw van het Museum. De expertise
omvat zoölogie, paleontologie, prehistorie, geologie, oceanografie en natuurbehoud.
Het wetenschappelijk onderzoek strekt zich uit over de hele wereld, van de tropische
streken tot de polen. Dichterbij is de Noordzee een studiegebied bij uitstek, waarbij het
oceanografisch schip Belgica een centrale rol speelt.
Het Instituut publiceert wetenschappelijke en vulgariserende werken. Het organiseert bezoe-
ken achter de schermen en natuurateliers voor jongeren. Het draagt biodiversiteit hoog in het
vaandel.

Voor informatie over biodiversiteit in het algemeen of de brochure in het bijzonder:

Biodiversiteit - Vautierstraat 29 - 1000 Brussel

T 02 627 45 45

F 02 627 41 41

E cbd-nfp@natuurwetenschappen.be
De brochure is gratis en kan worden aangevraagd via email
(biodiversiteit@natuurwetenschappen.be) of telefoon (02 627 45 45).

De brochure is een samenvatting van het boek Biodiversity in Belgium
(416 pp., 25 + portokosten).
Meer informatie of bestellingen via email
(biodiversiteit@natuurwetenschappen.be), fax (02 627 41 41)
of brief (Marc Peeters, VBD-Nk, Vautierstraat 29, 1000 Brussel).