Daar is de lente!
De admiraalvlinder of atalanta (Vanessa atalanta) is een bekende verschijning in onze tuinen en parken. Je kunt hem ook vinden in andere open ruimtes, zoals bijvoorbeeld in bloemrijke weiden of zelfs langs bospaden.
De atalanta is een trekvlinder. Net zoals trekvogels migreert hij naar het zuiden aan het einde van de herfst, op zoek naar een warme plek om de winter door te brengen. Hij verblijft dan rond de Middellandse Zee en komt terug naar het noorden in het voorjaar.
Sommige individuen migreren evenwel niet, vooral als het een zachte winter is. Deze overwinteraars verbergen zich in een hol en wachten mooi weer af om weer te voorschijn te komen.
Indien je een atalanta erg vroeg in het voorjaar tegenkomt op een zonnige plek op een pad, op een steen of een boomstam, dan is het heel waarschijnlijk een individu dat bij ons heeft overwinterd. Wees dus niet verbaasd wanneer je een atalanta op een mooie warme dag in maart of april ziet. Je kunt de overwinteraar herkennen aan zijn donkere kleuring die in contrast staat met de meer heldere kleur van de jonge net ontpopte vlinders. Deze laatste komen pas veel later in het seizoen voor tegen mei juni.
Hoe herken je een admiraalvlinder?
De atalanta behoort tot de familie van de Nymphalidae. Hij is ongeveer 30 mm lang en, wanneer hij zijn vleugels wijd uitspreid, heeft hij een spanwijdte van 60 mm.
Zijn lichaam is donkerbruin. De vleugels hebben ook een donkere kleur. Vanaf de voorrand loopt een helder rode band dwars over de voorvleugels die doorloopt naar de binnenrandhoek. Deze loopt door over de buitenrand van de achtervleugels. Tevens kun je duidelijke witte vlekken op de punten van de voorvleugels zien.
Wanneer de atalanta zijn vleugels dichtklapt is hij veel discreter: de onderkant van zijn vleugels is grijs-bruin, maar je kunt nog altijd de rode band en de witte vlekken van zijn achtervleugel zien.
Heb jij de admiraalvlinder al gezien?
Klik hier om je waarneming te plotten op de kaart van NatureDetektiv
(kaart wordt geopend in een nieuw venster)
De rupsen
De eitjes worden voornamelijk afgezet op brandnetels (in het bijzonder de grote brandnetel, Urtica dioica). De vlinder zet ze af op de onderkant van de bladeren, één ei per blad. De rups kan geel zijn met zwarte vlekken of geheel donkerbruin tot zwart.
In tegenstelling tot andere vlindersoorten, waar de rupsen in koloniën leven, is de rups van de Atalanta solitair. Ter bescherming van de vele gevaren buigt de solitaire rups één of meerdere blaadjes om tot een holte die hij gebruikt als persoonlijk toevluchtsoord. Zijdeachtige draden zorgen er dan voor dat de delen goed aan elkaar blijven zitten. Het holletje is niet alleen een beschutte plaats maar ook een maaltijd! De wanden worden immers gegeten. Op een gegeven moment zal de rups zijn oude holletje verlaten en in groenere blaadjes van naburige planten een nieuw huisje maken. Na één maand is de rups 35 mm lang en begint ze zich te verpoppen. Dit stadium duurt ongeveer 15 tot 20 dagen waarna de vlinder uit de pop te voorschijn komt.
Wat eet deze vlinder?
De atalanta heeft veel nectar nodig en vindt die net zoals alle andere vlinders in bloemen. Hij onderscheidt zich van veel andere soorten daar hij wordt aangetrokken door rijpe tot overrijpe vruchten! Je kunt hem dan ook in de herfst vaak in gezelschap van vliegen, wespen en andere insecten aan treffen op fruit, zoals peren, appels, pruimen en andere, die op de grond zijn gevallen.
Foto's © http://www.butterfly-guide.co.uk (deze website wordt geopend in een nieuw venster).