| |
 Even
kijken of je het allemaal begrepen hebt (vervolg)! Antwoord met waar of
niet waar.
5. Je helpt de dieren als je stenen en afgebroken takken opzij legt.
6. Je moet op de paden blijven (zelfs als er een terreinfiets voorbijraast).
7. Als je dieren wil bekijken sta dan met je gezicht in de wind, zo vliegen je
haren niet in je ogen.
8. Je mag jonge dieren van de grond oprapen. De ouders hebben ze daar speciaal
voor gelegd.oplossing |
 |