| |
mei |
|
|
|
 |
| |
 |
|
|
|
 |
 |
|
Hij eet vliegen, muggen, rupsen, slakken... |
|
 |
 |
|
Hij leeft in vijvers en plassen. Het is een beschermde diersoort : je mag hem niet vangen en ook zijn eitjes en zijn dikkopjes niet. |
|
|
 |
|
Zijn
huid is glad, zijn rug groen met zwarte vlekken, zijn buik is wit. Hij
zwemt zigzag onder water. Op de grond springt hij : zonder aanloop kan hij
bijna een meter ver springen. Hij zit vooral in het water en jaagt 's nachts.
|
|
|
 |
|
|
|
|