juni      
         
  Ze eet granen, bessen, zwammen, insecten, regenwormen en slakken.      
  Ze leeft in hagen, parken en tuinen met veel struiken, langs de rand van bossen en velden...        
© T.Hubin   Ze is bovenaan bruin en onderaan wit. Ze heeft wijduitstaande oren en grote ronde ogen.
Ze loopt en springt vooral ‘s nachts rond en kan goed klimmen. In tegenstelling tot de huismuis, haar nicht, woont ze liever buiten dan in huis (hoewel ze er ‘s winters vaak gaat schuilen).