Ze woont waar bomen staan, in hagen, in tuinen... overal waar bloemen zijn.
Deze zweefvlieg heeft de vorm en de kleur van een bij. Maar haar ogen zijn groter en haar voelsprieten korter. Ze heeft slechts twee vleugels en ze steekt niet! Zij legt haar eieren bij een hoop vuilnis of in afvalwater. Daar kunnen de maden van het rottende goedje smullen.