september      
       
  Hij eet insecten, slakken, regenwormen, kikkers, vruchten,  
  zwammen...
Hij leeft in tuinen, hagen, parken, kreupelhout... waar veel schuilplaatsen zijn.
   
© KBIN T. Hubin   Zijn rug staat vol met 2 tot 3 cm lange stekels. Als er gevaar dreigt, zet hij die recht en rolt zich op tot een bol.

Hij jaagt 's nachts en slaapt overdag. Hij kan snel lopen en goed zwemmen. Zijn winterslaap duurt van oktober tot maart, maar nu en dan wordt hij wakker.