

04.05.05>30.06.06
Didactisch dossier
r
ussel
B
0
0
0
autierstraat 29 - 1
V
.
Cahen -
r
:
D
v
e
.
uitge
rantw
e
V
Mosselen natuur 1
didactisch dossier

2
Mosselen natuur
didactisch dossier








Inhoud
Voor een geslaagd bezoek aan Mosselen natuur.................................. 4
De tentoonstelling in detail ................................................................ 7
Inleiding ............................................................................................................................... 7
Thema 1 - Mosselen op tafel ............................................................................................... 7
Thema 2 - Inspirerende mosselen ....................................................................................... 9
Thema 3 - Genezen met mosselen ..................................................................................... 9
Thema 4 - Mooi met mosselen .......................................................................................... 10
Thema 5 - Mosselen in hun milieu ..................................................................................... 11
Biologie van de mossel Mytilus edulis .............................................. 15
1. De mossel is een weekdier ................................................................................................. 15
1.1 Wat zijn weekdieren? .................................................................................................... 15
1.2 De mossel is een tweekleppige .................................................................................... 15
1.3 Nauwe verwanten van de mossel ................................................................................ 15
2. De bouw en levensfuncties van een mossel ...................................................................... 16
2.1 Schelp ........................................................................................................................... 16
Kadertje: `Een verborgen kleinood'........................................................................... 17
2.2 Overzicht weke delen .................................................................................................. 18
2.2.1 Voet en byssusdraad ............................................................................................. 19
Kadertje: `Plakbeest'.............................................................................................. 19
2.2.2 Voeding en spijsvertering ....................................................................................... 19
2.2.3 Ademhaling .......................................................................................................... 20
2.2.4 Bloedcirculatie ...................................................................................................... 21
2.2.5 Excretie ................................................................................................................ 21
2.2.6 Zenuwstelsel en zintuigen .................................................................................... 21
2.2.7 Voortplanting en ontwikkeling ............................................................................... 21
3. Ecologie van de mossel .................................................................................................... 22
3.1 Habitat ......................................................................................................................... 22
3.2 Aanpassingen aan extreme levensomstandigheden .................................................... 22
3.3 Predatie en mortaliteit ................................................................................................. 23
Bijlagen ........................................................................................... 24
Mosselteelt ............................................................................................................................ 25
De beekparelmossel .............................................................................................................. 27
Parelmoer, een medisch wondermiddel ................................................................................. 28
Parel, parelmoer en zijden ..................................................................................................... 29
De getijden ............................................................................................................................ 31
Aanbevolen ...................................................................................... 33
Websites ................................................................................................................................ 33
Literatuur ............................................................................................................................... 34
Mosselen natuur 3
didactisch dossier





Voor een geslaagd bezoek aan Mosselen natuur
Welkom in Mosselen Natuur
uur, onze nieuwe tentoonstelling over mosselen. Deze diertjes zijn immers niet
alleen lekker, maar ze spelen ook een rol in de geneeskunde, de mode, de kunst... Hier steken we veel op
over het leven van deze dieren: wat ontdekten biologen onder de microscoop; welk biotoop verkiezen mosselen
en welke rol spelen ze in het milieu?
Dit document is een samenvatting van wat je in deze tentoonstelling zal zien. We hebben de hoofdstukken
aangevuld met artikelen over soms vrij onbekende aspecten van de mossel.
Wens je begeleiding voor je groep?
Wat scholen betreft, richt de tentoonstelling zich tot kinderen tussen negen en dertien jaar. Ze bevat echter
ook informatie voor kleintjes die nog niet kunnen lezen en uitgediepte kennis voor leerlingen van het secundair.
Ze is speels en interactief en behoeft geen rondleiding. Maar we stellen hieromtrent wel bijkomende activiteiten
voor.
Ideale combinatie met het bezoek aan de tentoonstelling
·
Museumles mosselen
Als inleiding op de tentoonstelling Mosselen natuur
uur licht een gids tijdens een practicum de ecologie en de
biologie van de mossel toe. Die gedijt het best in de getijdenzone. Hoe getijden ontstaan en hoe de mossel
in wisselende droge en natte omstandigheden overleeft, vis je in deze les zo uit. Op een mosselschelp
verken je zelf allerlei details en schuur je doorheen de verschillende lagen tot op het parelmoer. De observatie
van gefixeerde mosselen biedt je een verbluffend inzicht in de morfologie en de anatomie van dit gespecialiseerd
weekdiertje. Er zit duidelijk meer in een mossel dan je denkt!
Duur: 45 min.
Tarief: 20 euro per groep (15 personen - bovenop toegangsprijs)
Doelgroep: vanaf vijfde leerjaar basisonderwijs
Reservering verplicht: 02 627 42 52
·
Natuuratelier mosselen
Aansluitend of voorbereidend op je bezoek aan de tentoonstelling Mosselen natuur brengen we in dit atelier de
leefwereld van de mossel naar voor. Tijdens ons bezoek aan het ontdekhoekje over de Noordzee nemen we niet
alleen de mossel maar eveneens zijn familie en vijanden onder de loep. De getijdenzone, de favoriete verblijfplaats
van de mossel, zal voor jou geen geheimen meer hebben. Ook elders in de schelpenzaal komen we verwanten
van de mossel tegen. Dat er meer in een mossel zit dan je denkt, wordt duidelijk tijdens de rest van het atelier
waarin een creatieve knutselactiviteit natuurlijk niet zal ontbreken.
Duur: 2 uur
Tarief: 2,80 euro per deelnemer (bovenop toegangsprijs)
Doelgroep: basisonderwijs
Reservering verplicht: 02 627 42 52
Aansluitend op het thema van de tentoonstelling
·
Natuuratelier Noordzee
Dit natuuratelier is een ideale voorbereiding op zeeklassen. In het speciaal hiervoor ontworpen ontdekhoekje
over de Noordzee verkennen we het leven in en aan zee. Het accent ligt op wat je gemakkelijk aan het strand
kan zien, enkele kenmerkende soorten, evenals het ontstaan van vloedmerken (wat er allemaal op het
strand achterblijft). We leggen enkele typische verschijnselen van onze kust uit: het leven in het zand, het
gevaar van uitdroging, hoe duinen worden gevormd, de voedselketens... Je kan zelf allerlei typisch materiaal
onder de loep observeren, of zelf even voelen aan speciale specimens. Daarna steek je de handen uit de
mouwen voor een leuk knutselwerkje als strandsouvenir.
Duur: 2 uur
Tarief: 2,80 euro per deelnemer (bovenop toegangsprijs)
Doelgroep: basisonderwijs
Reservering verplicht: 02 627 42 52
4
Mosselen natuur
didactisch dossier




·
Natuuratelier Fossielen +
Een bonte verzameling van voorhistorisch leven laten we tijdens dit atelier van hand tot hand gaan.
Haaientanden, hout, ééncelligen (onder de loep), maar ook dinosaurus- en mammoetbeenderen kunnen hier
eens echt vastgepakt worden. Er zitten wel geen mosselen bij, maar een aantal andere tweekleppigen
worden wel besproken. Door hun harde schelp is deze diergroep uiterst geschikt als gidsfossiel. We gaan
dan ook iets dieper in op de technische kant van fossielen: hun ontstaan, de eigenschappen en hun belang
voor de kennis van de evolutie van het leven. Een bezoek aan onder andere de schelpenzaal is een goede
voorbereiding voor de determinatieoefening die volgt.
Duur: 2 uur
Tarief: 2,80 euro per deelnemer (bovenop toegangsprijs)
Doelgroep: tweede en derde graad secundair onderwijs
Reservering verplicht: 02 627 42 52
·
Dierenverhaal over de zee en haar bewoners
Enthousiaste vertellers brengen verhalen over de zeedieren die men in het museum kan bewonderen. Achteraf
volgt een knutsel- of kleuropdracht. Speciaal voor de tentoonstelling `Mosselen natuur' brengen ze nu ook
leuke verhalen over dieren in de zee voor de allerkleinste bezoekers.
Duur: 1 uur
Tarief: 35 euro per groep (15 personen - bovenop toegangsprijs)
Doelgroep: van derde kleuterklas tot tweede leerjaar
Reservering verplicht: 02 627 42 52
Documenten op onze webstek
Dit didactisch dossier, een activiteitenboek voor in de klas (6-12 jaar) en werkbladen vind je op onze website:
www.natuur wetenschappen.be
Tarieven
Toegangsprijzen voor groepen (vanaf 15 deelnemers)
Tentoonstelling + vaste zalen
Volwassenen: 6 euro
Jongeren (2 tot 25 jaar) 4,50 euro
Een begeleider gratis per 15 personen
Leerkrachten gratis, op vertoon van hun lerarenkaart
Verplichte reservering voor groepen: 02 627 42 52
Info dag en nacht: 02 627 42 38
Een praktische gids `groepsbezoek@museum' vind je op onze website:
www.natuur wetenschappen.be/servedu
Museum voor Natuurwetenschappen
Educatieve Dienst
Vautierstraat 29
1000 Brussel
tel : 02 627 42 27
Fax : 02 646 44 66
info@natuurwetenschappen.be
Mosselen natuur 5
didactisch dossier

6
Mosselen natuur
didactisch dossier








De tentoonstelling in detail
Inleiding
1. Zeg het met mosselen
Mytilus edulis betekent `eetbare mossel'. Bij de ingang hoor je het woord `mossel' in (bijna) alle
talen.
2. Hou je van mosselen?
Het woord is aan jou: bij de ingang krijgt elke bezoeker een mossel die hij in de passende schaal van
de balans legt. Naar welke kant slaat de balans door?
Thema 1 - Mosselen op tafel
Een vleugje geschiedenis en aardrijkskunde. Mytilus edulis of Perna viridis: kwestie van tijdperk of
halfrond. Mensen eten al duizenden jaren mosselen, maar nu eens als armeluiskost, dan weer als
eersteklasgerecht.
1. In het restaurant
1.1 Mosselen zijn kosmopoliet
Waar leven mosselen? Op de wereldbol zien we waar eetbare mosselen voorkomen.
1.2 `s Lands wijs...
Mosselen worden niet noodzakelijk gegeten in de streken waar ze leven. Enkele anekdoten over
plaatselijke gebruiken.
1.3 Wie, waar en hoeveel?
Communautaire mosselen! Valt de regering?
In het journaal verneem je wie het meest mosselen eet: Vlamingen, Walen of Brusselaars?
1.4 Sinds lang vervlogen tijden
Prehistorie, Oudheid, Middeleeuwen, Renaissance: een lang verhaal over mossel en mens.
1.5 Mosselen, een feest!
Reportages over mosselkermissen en -markten.
2. In de keuken
2.1 Ze zijn gezond en maken niet dik
Als je denkt dat mosselen vet zijn, dan heb je het verkeerd voor. Het weinige vet dat ze bevatten is
gezond, met veel mono-onverzadigde en poly-onverzadigde vetzuren.
De kleintjes proberen de geuren van verschillende soorten voedsel te herkennen.
Mosselen natuur 7
didactisch dossier




2.2 Hoeveel...
mosselen eet een Belg gemiddeld per jaar? Een Belg eet ongeveer 6 kg per jaar wat neerkomt op één
mossel per dag
2.3 Mosselen klaarmaken
Recept voor mosselen natuur. Smakelijk (ontdek ook 20 recepten op onze webstek)
Welke ingrediënten gaan er in mosselen natuur? Stop ze in de pot.
2.4 Lijden mosselen tijdens het koken?
Het is heel onwaarschijnlijk dat een mossel beseft wat hem overkomt. Zijn zenuwstelsel lijkt hiervoor
veel te eenvoudig. Hij heeft zenuwen maar geen hersenen.
2.5 Mag je enkel mosselen eten als er een `r' in de maand zit?
Vroeger kon je alleen in maanden met een `r' mosselen kopen. Toen er nog geen snel vervoer en geen
koelkasten bestonden, was het onmogelijk mosselen veilig te vervoeren en te bewaren. Maar nu is
dat allemaal véél verbeterd.
2.6 Kies je imperialen of jumbo's?
De mosselen worden in categorieën ingedeeld volgens grootte, maar niet volgens kwaliteit.
2.7 Witte mosselen, oranje mosselen?
Misschien is het gewoon een door de genen bepaald individueel kleurverschil. Zoals er bruin- en
blondharige mensen bestaan.
2.8 Geen geknoei meer
Mosselen hoef je tegenwoordig alleen nog uit de zak te halen en te wassen. Ze kunnen zo in de pot!
2.9 Afval brengt op
Lege schelpen krijgen een tweede leven als substraat voor mosselzaad.
3. Producenten en consumenten
3.1 Geen Belgische mosselen?
België produceert geen mosselen. Elke mossel op ons bord is ingevoerd.
3.2 Producenten en consumenten
Hoeveel mosselen voeren we elk jaar in? Ongeveer 60 000 ton, vooral uit Nederland.
En uit andere landen? Weeg de zakken van verschillende producerende landen: de vlag staat er
telkens op.
3.3 Gevaar voor overbevissing?
In Nederland is zoveel gevist dat het oogsten van mosselzaad problematisch wordt.
3.4 Hoe kweek je mosselen?
Mosselen worden op drie heel verschillende manieren gekweekt: de Nederlandse, de Franse en de
Galicische.
Lees pagina 25: Mosselteelt
8
Mosselen natuur
didactisch dossier










3.5 Waarin zit nu het verschil?
Een flinke golfslag maakt de schelp steviger. De dikte van een schelp wordt door de kweektechniek
beïnvloed.
Welke van de drie mosselen werd het meest aan de branding blootgesteld?
4. Mosselen in de economie
Enkele gegevens over het economisch belang van mossels.
Thema 2 - Inspirerende mosselen
Je komt in een kunstgalerij waar je onze knapperd kunt bewonderen. Bijvoorbeeld in zijn
Broodthaersiaanse pot.
Mosselpot van Broodthaers
1. Hedendaagse kunst
Interview met Marie Gilissen, weduwe van de kunstenaar Marcel Broodthaers, over de vermaarde
`mosselpot'.
2. Schone kunsten
Reproducties van een twaalftal werken uit verschillende culturen en tijdperken.
3. Atelier
Kinderen kunnen zich naar hartelust op de toverlei uitleven!
Thema 3 - Genezen met mosselen
1. Mossellijm: biokracht
Hoe kleeft een mossel op een oppervlak dat niet eens droog of brandschoon is?
Lees het kadertekstje pagina 19: Plakbeest
1.1 Voetenwerk
Een mossel gebruikt zijn voet om zich te verplaatsen, zijn terrein af te tasten en byssusdraden aan
te maken.
Voet in actie
1.2 Hechten met byssus
De mossel klampt zich met zijn byssusdraden vast; die hebben uiteinden in natuurlijke lijm.
Anatomische puzzel
Mosselen natuur 9
didactisch dossier







1.3 Biocompatibele secondelijm
Met een imitatie van mossellijm zouden ze beenbreuken kunnen genezen en hechtingen vermijden.
2. Medisch parelmoer
2.1 Botherstel
Met parelmoer kunnen beenweefsels beter aangroeien. Medische proeven leiden tot heel bemoedigende
resultaten.
2.2 Het gebeurde al 2000 jaar geleden
De Maya's maakten kunsttanden in parelmoer die aan het kaakbeen vastgroeiden. Parelmoer en
been: één strijd. Er bestaan overeenkomsten in de structuur van beide stoffen.
Lees pagina 28: Parelmoer: een medisch wondermiddel
2.3 Waar komt parelmoer vandaan?
Parelmoer komt voor bij sommige weekdieren zoals de oester, de mossel, de slak Turbo marmoratus...
Maar het is pas bruikbaar bij een bepaalde dikte. Voor medisch gebruik is de pareloester (genus
Pinctada) het meest geschikt.
2.4 Het parelmoer in de schelp
Parelmoer is het materiaal dat de binnenkant van veel schelpen bedekt en die alle kleuren van de
regenboog kan reflecteren. Het bestaat uit calciumcarbonaat en komt voor bij oesters, mossels en
sommige andere weekdieren.
2.5 Biomineralisatie
Parelmoer bevat `signaalmoleculen', stoffen die de groei van beencellen kunnen bevorderen. Zo kan
parelmoer in de geneeskunde toegepast worden.
Thema 4 - Mooi met mosselen
1. Parelmoer
1.1 Parelmoeren knoopjes: luxe werd betaalbaar
In de negentiende eeuw werden parelmoerknoopjes uit de schelp van zoetwatermossels gesneden.
Door de grote bloei van deze nijverheid waren rond 1930 onder andere in de Verenigde Staten volledige
mosselbanken zo goed als uitgeroeid.
2. Mosselzijde: koninklijke zijde
Het zeldzaamste en duurste weefsel werd gemaakt met de byssusdraden van de grootste mossel
uit de Middellandse Zee: de steekmossel of Pinna nobilis.
Bewonder één van de vijftig overblijvende voorwerpen in deze stof.
Lees pagina 29: Parel, parelmoer en zijde
Pinna nobilis in zijn milieu.
- Pinna nobilis: exemplaar uit de verzameling van het Koninklijk Belgisch Instituut voor
Natuurwetenschappen.
- Handschoen in mosselzijde: exemplaar in bruikleen van het Natuurhistorisch Museum Naturalis
(Leiden).
10 Mosselen natuur
didactisch dossier






3. Parels
3.1 Natuurparels: kostbaar afval
Een parel is een natuurlijke afweerreactie van een weekdier tegen een irritatie.
Mosselijntje en de parel: sprookje voor de kleintjes.
3.2 Cultuurparels: schelpen in slavernij
De mens dwingt de natuur blijkbaar graag! Met verschillende technieken doet hij sommige
tweekleppigen parels aanmaken, door een een vuiltje onder hun mantel te stoppen..
3.3 Waar komen die parels vandaan?
Parels kunnen voorkomen bij alle weekdieren die parelmoer bezitten, maar ze zijn zeker niet allemaal
gelukt en bruikbaar.
`Parelvissende' kinderen
3.4 Hoe onderscheid je een echte parel van een valse?
Je ziet het niet zomaar aan de buitenkant, maar aan de aan- of afwezigheid van een kern binnenin.
3.5 Draag zorg voor je parels
Wat je met je dierbare parels (niet) moet doen.
3.6 Met mosselen kan je waanzinnig veel doen!
Verschillende `kunstwerken' met een knipoog (ieder zijn smaak).
3.7 Parels van bij ons
Er bestaat toch een Belgische mossel: de beekparelmossel (Margaritifera margaritifera).
3.8 Red de parelmossel!
Onze beekparelmossel is zeer gevoelig voor waterverontreiniging en overleeft dus moeilijk. Gelukkig
grijpt Europa in.
Lees pagina 27: De beekparelmossel Margaritifera margaritifera
Thema 5 - Mosselen in hun milieu
Je zag beslist al mosselbanken op de strandhoofden aan onze kust. Mosselen vinden daar de
gepaste temperatuur en veel voedsel.
1. Een helse kadans
Hoe overleven mosselen als het water zich bij eb terugtrekt. Hoe gaan ze op het juiste ogenblik open
of toe? Ze houden hun schelpen met stevige spieren dicht.
Kruip in de reuzenmossel en test hoe sterk zijn spieren zijn!
Mosselen natuur 11
didactisch dossier








2. Weer of geen weer
Een mossel is bestand tegen ongelooflijke temperatuurverschillen: je ziet hoe hij het op een
zomermiddag boven water uithoudt en hoe hij het ijskoude water trotseert.
3. Kloppend hart
Een mosselhart lijkt helemaal niet op een mensenhart. Bovendien neemt een kleurloze vloeistof de
rol van het bloed op zich.
Echografie van de hartslag van een mossel.
4. Onder water ademen
Met zijn kieuwen kan een mossel onder water ademen. Maar hiermee filtert hij ook voedseldeeltjes
uit het water, die hij naar zijn mond brengt.
4.1. Een heel krachtige filter
Elk uur filtert een mossel gemiddeld twee liter water.
- Filtermechanisme (vectorillustraties)
- Mosselen zuiveren het water.
4.2 `Plankton', zei je?
Wat eet een mossel? Welke voedseldeeltjes filtert hij? Antwoord: plankton.
Onder vergrootglazen, op tekeningen en op foto's zie je allerhande wezentjes uit het dierlijke en
plantaardige plankton.
5. Bio-indicator voor vervuiling
Om de zeevervuiling te meten, kunnen ze mosselen gebruiken. Die filteren immers allerlei stoffen uit
het water en slaan die in hun lijf op: zware metalen, giftige algen, radioactieve producten...
Levende mosselen in een koudwateraquarium.
6. Relaties met andere diersoorten
Mosselen leven nooit alleen: ze ondergaan een wisselwerking met talrijke dieren om ze heen.
Mutualisme, parasitisme, predatie of commensalisme.
Je ziet hier een `geplastineerd' commensaal krabbetje.
- Zeepok in actie
- Griezelfilm: de zeester valt aan!
7. Hoe krijgen ze kindjes?
Er bestaan mannelijke en vrouwelijke mosselen. Op microscooppreparaten zie je de evolutie van
larve tot volwassen mossel.
Mosselen schieten kuit
12 Mosselen natuur
didactisch dossier







8. De veroveraars
Mossellarven ontwikkelen zich in het plankton. Daarna zoeken ze een plaatsje op om zich te vestigen.
En dat komt niet altijd goed uit voor de mensen!
Overwoekerde stukken leiding
9. Groeien zonder ophouden
Een mossel groeit zijn leven lang: je ziet het aan de groeilijnen op zijn schelp.
Een mosselschelp van 110 mm - een record. Tel zijn strepen.
10. Mosselen en hun neefjes
Maar welke plaats nemen mosselen (tweekleppigen) tussen de levende wezens in? Hoe zijn
tweekleppigen onderling verwant? Sommige tweekleppigen worden geconsumeerd, andere niet; er
zijn mariene- en zoetwatermossels en enkele zijn vooral gegeerd voor hun parels.
Tot slot!
Ik lust geen mosselen.
Wat vind jij van mosselen? Delen andere mensen je mening of wijkt je smaak af van de norm?
Vergelijk je voorkeur met die van bekendheden en met andere bezoekers: zo weet je het vlug.
Mosselen natuur 13
didactisch dossier

14 Mosselen natuur
didactisch dossier





Biologie van de mossel Mytilus edulis
1. De mossel is een weekdier
1.1 Wat zijn weekdieren?
Weekdieren of mollusken bezitten
een week lichaam, dat meestal
beschermd of verstevigd is door een
schelp. Ze zijn tweezijdig symme-
trisch. Een gespierde voet zorgt
meestal voor de voortbeweging en
de vasthechting . Weekdieren
komen zowat in alle milieus voor,
maar vooral in water. Ook op het
land vind je vele soorten mollusken.
Er zijn al meer dan 90 000 levende
soorten gekend (Peeters, 2003) en
50 000 fossiele soorten weekdieren
beschreven.
Bij de stam van de weekdieren
hebben zich zeer veel verschillende
Figuur 1: uit de hypothetische voorouder ontstonden
vormen ontwikkeld. De eerste
verscheidene klassen weekdieren
waren vrij korte afgeplatte
wormvormige dieren. Nu vertonen
de weekdieren een enorme verscheidenheid aan soorten. Zo onderscheiden we de volgende klassen (fig.1):
de wormweekdieren (Aplacophora), de napjesslakken (Monoplacophora), de keverslakken (Polyplacophora),
de tweekleppigen (Bivalvia), de slakken (Gastropoda), de olifantstandjes (Scaphopoda) en de inktvissen
(Cephalopoda).
1.2 De mossel is een tweekleppige
In de klasse van de tweekleppigen zijn ongeveer 31 000 soorten
beschreven, waaronder 20 000 levende. De grootste soort is
ongetwijfeld de doopvontschelp (fig. 2), die tot 135 cm groot kan
worden, maar de mossel is waarschijnlijk de meest bekende
vertegenwoordiger van deze groep. Het belangrijkste kenmerk
is het bezit van twee kleppen die door een slot en een slotband
verbonden zijn. Afhankelijk van de soort kunnen de kleppen sterk
en massief of dun en teer zijn. Het lichaam is zijdelings
samengedrukt, omhuld door een mantel. De mantelranden sluiten
de mantelholte af. Bij de mossel zijn beide mantelranden over
hun volledige lengte gescheiden. Tweekleppigen en dus ook de
Figuur 2: doopvontschelp
mossel zijn de enige weekdieren zonder rasptong. Ze hebben
een sterk gereduceerde kop en zijn van gescheiden geslacht.
1.3 Nauwe verwanten van de mossel
De evolutionaire verwantschappen tussen tweekleppigen zijn nog steeds zeer onduidelijk en er moet nog
veel onderzoek gebeuren om deze te beschrijven. De subklasse van de Pteriomorpha, waartoe mosselen
behoren, hebben gewoonlijk vederkieuwen en gereduceerde sifo` s. Zelfs binnen het genus Mytilus zijn de
verwantschappen fel betwist.
Mosselen natuur 15
didactisch dossier




Systematisch situeren we de mossel als volgt:
Stam: Weekdieren
Klasse: Tweekleppigen
Subklasse: Pteriomorphia
Orde: Mytiloida
Familie Mytilidae
Genus Mytilus
Soort Mytilus californianus (Californische mossel)
De Californische mossel komt voor van Alaska tot Zuid-Californië tot op een diepte van 24 meter. De grootste
Californische mossel ooit gevonden is maar liefst 25 cm lang.
Soort Mytilus edulis (mossel)
De mossel vinden we in de getijdenzone van gematigde zeeën van het noordelijk en zuidelijk halfrond. Hij is
gemiddeld 5 tot 12 cm lang, uitzonderlijk tot 14 cm. Dit is tevens de soort die bij ons regelmatig voorkomt.
Soort Mytilus galloprovincialis (diepwatermossel)
De diepwatermossel is een omstreden soort, omdat er in de wetenschap nog geen 100% consensus bestaat
of het hier daadwerkelijk een aparte soort betreft. Sommige experts zijn nog steeds van mening dat het een
gewone mossel (Mytilus edulis) is, die wat breder is. Ze komt voor van Noorwegen tot de Middellandse zee,
in gebieden waar de gewone mossel ook voorkomt, maar lijkt een voorkeur te hebben voor wat dieper
water.
Soort Mytilus trossulus
Deze mossel wordt meestal gevonden in beschutte baaien van de noordwestelijke Stille Oceaan. Ze bezetten
een dunne band in het hoog intertidaal, boven de Mytilus californianus banken en worden 6 tot 10 cm lang.
Opmerkelijk is dat deze soort ook in de Oostzee te vinden is.
2. De bouw en levensfuncties van een mossel
2.1 Schelp
De schelp (fig. 3) bestaat uit twee ovale en convexe
kleppen die door een slotband of ligament met elkaar
verbonden zijn en met een slot articuleren. Ze is vooraan
smal en achteraan breder. De top vooraan is het oudste
Figuur 3: schelp en oriëntatie
deel van de schelp; de omringende concentrische
lijnen zijn de groeilijnen. De kleppen kunnen
bijeengetrokken worden door de voorste en
achterste sluitspier. De achterste sluitspier is
meestal het sterkst ontwikkeld. De schelp is
opgebouwd uit drie lagen (fig.4):
mantelrand
-
De dunne donkere buitenste laag
(periostracum) die de schelp tegen het in
water opgeloste koolzuurgas beschermt,
bestaat uit het eiwit conchyoline, (verwant
met chitine, het eiwit dat het pantser van
insecten vormt); ook de slotband wordt door
dit eiwit gevormd.
Figuur 4: doorsnede schelp
16 Mosselen natuur
didactisch dossier









-
Daaronder de dikke prismalaag opgebouwd uit loodrecht op de opper vlakte afgezette
calciumcarbonaatkristallen (calciet), ingebed in een eiwitrooster.
-
De binnenste parelmoerlaag, die eveneens uit calciumcarbonaatkristallen in een conchyolinerooster
bestaat, vormt dunne blaadjes evenwijdig aan de oppervlakte afgezet (aragoniet).
De buitenste lob van de mantelrand vormt
het periostracum en de prismalaag. Ze
zorgt voor de breedtegroei van de schelp.
De volledige mantel produceert de
parelmoerlaag en zorgt dus voor de
diktegroei. Waar de mantelspieren op de
schelp aanhechten, ontstaat een afdruk: de
mantellijn. Ook de sluitspieren en de
gekartelde rand van de instroomopening
vormen een afdruk op de schelp (fig. 5).
Als een vreemd element (zandkorrel,
parasiet...) tussen de schelp en de mantel
geraakt zal de mantel er schelpsubstantie
zetten. Meestal leidt dit tot een lokale
verdikking van de schelp, met eventuele
Figuur 5: binnenkant van de mosselschelp
vorming van een halfparel. Als het
(naar W. Deconinck, 1971)
vreemde element volledig omgeven wordt
met mantelweefsel, ontstaat een parel.
Welke schat schuilt er soms in een tweekleppige? Wat verbergen zijn kleppen? Een knikkertje
uit fijne parelmoerlaagjes... een parel!
Een tweekleppige maakt geen parels om zich op te tutten. Hij past gewoon een uitstekende
verdedigingstactiek toe. Hij beschermt zich tegen een vreemd lichaam tussen zijn schelp en
zijn mantel: een zandkorreltje, een wormpje of een andere parasiet. Met door zijn mantelcellen
afgescheiden parelmoerlaagjes omhult hij de indringer, maar het duurt enkele jaren voor deze
volledig als een fijne parel geïsoleerd is.
gen kleinood Maken alle tweekleppigen parels aan?
Neen, maar de meeste wel. Zelfs in onze gewone mossel kan je soms een piepklein gelig
pareltje vinden!
erbor Maar de recordhouder is de `parel van Allah': 23,8 cm groot en 6,4 kg zwaar! Een duiker haalde
hem in 1934 bij de Filippijnen boven. Die vermoedde vast niet dat zijn fabelachtige vondst in de
prille 21ste eeuw op 40 miljoen dollar geschat zou worden.
Een v Nu zijn er alleen nog cultuurparels op de markt. Japanners
vonden de methode uit om deze te kweken. De
parelkweker stopt een stukje mantelweefsel en een klein
bolletje (de kern) in een oester of een mossel, waarna
het mantelweefsel parelmoer rond het bolletje afzet.
Om een natuurparel, die op spontane wijze in een
tweekleppige ontstaan is, te vinden, moet je
ongelooflijk veel geluk hebben, want je kans is
slechts één op 15 000! Je noemt iemand dus niet
zomaar een `parel'!
Mosselen natuur 17
didactisch dossier

2.2 Overzicht weke delen
Bij een gefixeerde of gekookte mossel waarvan
de schelp verwijderd (fig. 6) is, kan men al tal
van structuren opmerken. Bloedvaten
schemeren doorheen de mantel, evenals de
spijsverteringsklier, het hart en de nieren. De
voet, de uit- en instroomopening en de
sluitspieren zijn ook zichtbaar. Wanneer we de
mossel openen, (fig. 7) worden de onderliggende
structuren zichtbaar. Hier vallen vooral de
kieuwen en de voet op.
Figuur 6: mossel zonder schelp
(naar W. Deconinck, 1971)
Figuur 7: dissectie van de mossel
(naar W. Deconinck, 1971)
18 Mosselen natuur
didactisch dossier



2.2.1 Voet en byssusdraad
De voet is tongvormig en kan opzwellen wanneer er bloed ingepompt wordt. Hij kan teruggetrokken worden
door de voorste en achterste voetspieren. Aan de voetbasis vinden we de byssusklier. De byssusdraden
ontstaan doordat een afscheiding van de klier langs een groef achteraan de uitgestrekte voet naar het substraat
loopt. Door het zeewater verhardt het secreet tot byssusdraden en hecht de mossel zich vast. Daarna laat de
voet los en kan een nieuwe byssusdraad gevormd worden (zie hieronder). Mosselen hebben een atypische
voet want die wordt niet gebruikt om te graven maar om de byssusdraden vast te hechten.
Het is al vaak geprobeerd: als je iets wil lijmen
dat zich onder water bevindt, dat bovendien nog
zout is, dan valt dat helemaal niet mee. Maar
mosselen kunnen hiermee uit de voeten!
Hun voet bevat inderdaad een klier die byssus
afscheidt, een zijige stof waarmee zij zich aan
een substraat vastkleven. Hiervoor steekt een
mossel zijn voet tussen de kleppen uit om
het terrein af te tasten. Als hij een geschikt
Plakbeest
plekje vindt, begint zijn byssusklier een
eiwitdraad af te scheiden. Zodra de
afgewerkte draad door het contact met het
zoutwater verhard is, gaat de voet iets verder om dit
opnieuw te doen. Al deze draden vormen een reuzesterk
verankeringssysteem.
De medische wereld heeft ongewone belangstelling voor
deze wonderlijm, want ze beseft dat die de oplossing kan bieden voor heel wat geneeskundige problemen.
Net zoals over parelmoer is over dit fysisch-chemisch verschijnsel fundamenteel onderzoek gevoerd. Natuurlijke
mossellijm zou echter onbetaalbaar zijn: voor 1 gram lijm zijn er immers 10 000 mosselen nodig!
Onderzoekers proberen dus uit te vinden hoe ze mosselen kunnen klonen. De grote uitdaging is alle eiwitten
te identificeren die voor de byssusvorming instaan. Dit zou naar een veel rendabeler productie van mossellijm
moeten leiden, waarbij levende mosselen geen schade ondervinden.
2.2.2 Voeding en spijsvertering
Mosselen leven in de getijdenzone,
vastgehecht aan het substraat door
byssusdraden. Wanneer de mossel in
zeewater ondergedompeld wordt, opent
de schelp zich lichtjes en kan water in de
mantelholte binnenstromen. Dit gebeurt
doorheen de instroomopening of ventrale
sifo die afgeboord is met een gekartelde
rand. Een waterstroom wordt dan op gang
gebracht via de instroomopening over de
kieuwen. Het water verlaat de mossel
langs de uitstroomopening of dorsale sifo.
De waterstroom wordt veroorzaakt door
het gecombineerde effect van de vele
trilhaartjes (cilia) op het trilhaarepitheel van
de kieuwen. Bij veel tweekleppigen zijn de
mantelranden verlengd waardoor
buisvormige sifo's ontstaan.
Figuur 8: voedselopname door Mytilus edulis
(naar P. Brien, 1966)
Mosselen natuur 19
didactisch dossier

De mossel filtert haar voedsel uit het binnenstromende water. De kleine voedselpartikels worden vastgehouden
in het slijm (mucus) dat de kieuwen bekleedt. De cilia zorgen voor een constante mucusstroom die het
voedsel naar een groeve onderaan de kieuwen brengt en vandaar naar de mond (fig. 9). Rond de mondopening
bevinden zich vier mondlappen, eveneens met trilharen bezet. Die sorteren het voedsel op grootte, gewicht
en concentratie. Alleen het kleinste materiaal wordt opgenomen en verteerd in het spijsverteringssysteem.
De grotere deeltjes worden terug naar buiten gevoerd. De belangrijkste voedingsbron is het fytoplankton,
maar ook bacteriën staan op het menu.
Figuur 9: spijsvertering
(naar Gosling, 1992)
2.2.3 Ademhaling
Waar de mossel zich onder water bevindt treedt er zuurstofuitwisseling op ter hoogte van de kieuwen. Langs
iedere zijde van de voet liggen twee kieuwen. Iedere kieuw bestaat uit doorbloede kieuwlamellen die U-
vormig geplooid zijn (fig. 10) en zo twee plaatvormige kieuwbladen vormen. Onderaan is er een groeve
waarlangs voedselpartikels naar de mondlappen gebracht worden. De trilharen op de kieuwlamellen zorgen
dat het water uit de mantelholte over de kieuwen en nadien naar de uitstroomopening stroomt. Zodra de
mossel boven water komt, sluit ze haar schelp en gaat ze over op anaërobe respiratie.
Figuur 10: ademhaling
(naar Gosling, 2003)
20 Mosselen natuur
didactisch dossier


2.2.4 Bloedcirculatie
De hemolymfe (mengsel van bloed
en weefselvocht) stroomt van de
kieuwen en de mantel, waar de
zuurstofopname gebeurt, naar het
hart, dat omgeven is door een
hartzakje (pericard). Daar vertrekt
een voorste en achterste slagader
naar de verschillende organen. Het
bloed stroomt verder in holten
tussen de cellen (bloedsinussen)
vooraleer het via de nieren over de
kieuwen terug naar het hart loopt.
De mossel heeft dus een open
bloedvatenstelsel. Bloedpigment
ontbreekt bij de mossel.
Figuur 11: bloedcirculatie
(naar W. Deconinck, 1971)
2.2.5 Excretie
De excretie en osmoregulatie worden verzorgd door twee nieren (één paar metanephridia). Ze bestaan elk uit
een U-vormige buis die langs het ene uiteinde in verbinding staat met het hartzakje en aan de andere kant
uitmondt ter hoogte van de kieuwen. Afvalstoffen komen vanuit het bloed in de vloeistof van het hartzakje,
waarna ze door de nier verwijderd worden. Ook in de nier zelf geeft het bloed afvalstoffen en water af.
2.2.6 Zenuwstelsel en zintuigen
Het zenuwstelsel is gereduceerd tot 3 paar zenuwknopen
(ganglia): kop-, voet- en ingewandszenuwknoop. Zenuwstren-
gen verbinden de zenuwknopen onderling en met de organen.
De middelste mantellob (fig. 4) bevat zintuigcellen die gevoelig
zijn voor temperatuur, chemische stoffen en licht.
2.2.7 Voortplanting en ontwikkeling
Mosselen zijn van gescheiden geslacht. De eicellen en
spermacellen van duizenden mossels worden tijdens de
voortplantingsperiode (van de lente tot de zomer) bijna
tegelijkertijd uitgestoten. De bevruchting vindt in het zeewater
plaats. Tijdens de ontwikkeling kan men twee larvale stadia
onderscheiden: de trochophora- en de veligerlarve.
Figuur 13: zenuwstelsel van een
tweekleppige (naar W. Deconinck 1971)
Enkele uren na de bevruchting ontstaat de
trochophoralarve en na amper één dag wordt
de trochophora een veligerlarve, die al een
schelpje vormt. Na 2 tot 3 weken gaat de
veligerlarve zich vastzetten op het substraat
en wordt een mosseltje dat volwassen is
binnen twee jaar. De levensduur is gemiddeld
4 tot 5 jaar (max. 20 jaar). Mosselbroed
(mosselzaad) dat uitgezet wordt, zijn
mosseltjes van één jaar oud.
Figuur 14: levenscyclus
Mosselen natuur 21
didactisch dossier



3. Ecologie van de mossel
3.1 Habitat
Mosselen vinden we voornamelijk in de
getijdenzone (intertidaal) van gematigde
zeeën in het noordelijke en zuidelijke
halfrond .
De getijdenzone is het gebied tussen de
hoogste springvloedlijn en de laagste
ebwaterlijn. Daarboven bevindt zich de
spatzone. In de getijdenzone zijn de
getijdenzone
levensomstandigheden bijzonder moeilijk
doordat eb en vloed de bodem en de
organismen afwisselend uitdrogen en
overspoelen. Het hoogste gebied, boven de
hoogwaterlijn, wordt alleen bij springvloed
overstroomd. De laagste zone, beneden de
eblijn, valt slechts droog bij springtij.
In de getijdenzone kunnen mosselen grote
oppervlakten koloniseren en bedekken
(mosselbanken). Plaatscompetitie, predatie
Figuur 15: getijdenzone
en fysische f actoren bepalen de
verspreiding.
3.2 Aanpassingen aan extreme levensomstandigheden
Dankzij een aantal aanpassingen overleven mosselen in de getijdenzone:
-
De weke delen worden beschermd door een schelp.
-
Mosselen zitten met velen samen op het substraat vastgehecht; zo kunnen ze de branding weerstaan.
-
Het zijn filteraars die rechtstreeks voedsel opnemen uit het water zonder zich te moeten verplaatsen.
-
Bij eb houden mosselen water vast door hun kleppen te sluiten. Zo ontsnappen ze aan invloeden uit
de atmosfeer en zijn dan beschermd tegen uitdroging, lucht, licht, predatie enz. Wanneer de zuurstof
uit het bijgehouden water verbruikt is schakelt de mossel op een anaërobe ademhaling over. Bij
vloed schakelen ze op aërobe ademhaling over.
-
Ze zijn bestand tegen vele abiotische factoren, waardoor we ze hoog op de kust kunnen vinden.
-
Reproductie gebeurt zonder copulatie en er ontstaat een beweeglijke larve die zorgt voor de verspreiding
van de populatie.
22 Mosselen natuur
didactisch dossier







3.3 Predatie en mortaliteit
Verscheidene factoren hebben invloed op de mortaliteit en de spreiding
van mosselpopulaties. Zo zijn die onderhevig aan temperatuur,
uitdroging, storm en golfslag, verzilting, intra- en interspecifieke
competitie en predatie. Predatie is echter de belangrijkste factor van
mortaliteit.
Veel predators verkiezen mosselen van een bepaalde grootte en
hebben daardoor invloed op de afmetingen van mosselen in de
populatie. Zodra ze groter worden dan de geprefereerde grootte van
de predators worden de dieren minder kwetsbaar.
Figuur 16: purperslak
De belangrijkste predators zijn hieronder weergegeven.
-
De purperslak (fig. 16) voedt zich met mosselen in het midden
en laag intertidaal, voornamelijk in de lente en zomer. Ze
ver wijderen 0,1 tot 0,6 mosselen per slak per dag. De slak is
het minst actief in periodes van hoge golfslag en uitdroging.
De mossel kan zich tegen deze predator verdedigen door deze
met byssusdraad te immobiliseren.
-
Zeesterren (fig. 17) roven voornamelijk onder water aan de
lage kust (sublitoraal). Ze verkiezen grote mosselen (tot 70
Figuur 17: zeester
mm). Regelmatig neemt de populatie zeesterren abnormaal
toe en dit kan het verdwijnen van grote delen van de
mosselpopulatie tot gevolg hebben.
-
Krabben (noordzeekrab (fig. 18) en strandkrab) prederen het meest
aan de lage kustlijn en in het sublitoraal. De krabben eten tot 70 mm
grote mosselen. Kleine mosselen zijn het meest kwetsbaar omdat
deze geopend kunnen worden door krabben van elke grootte. De
kwetsbaarheid vermindert met de grootte van de mossel.
-
Scholeksters (fig.19) en eidereenden (fig. 20) consumeren grote
Figuur 18: krab
aantallen mosselen geduren-
de de wintermaanden. Een
vlucht eidereenden verwijdert
ongeveer 4500 mosselen per
m² per 60 dagen. Deze vogels
kunnen een aanzienlijke
invloed hebben op de mossel-
populatie. Andere mossel-
rovende vogels zijn de storm-
meeuw en de kraai.
Figuur 20: eidereend
-
Platvissen (fig. 21), zoals de
Figuur 19: scholekster
bot, schol en schar, lusten ook
mosselen.
Figuur 21: schar
Mosselen natuur 23
didactisch dossier



Bijlagen
24 Mosselen natuur
didactisch dossier



Mosselen worden in de natuur gekweekt
en krijgen geen voedsel toegediend.
eelt
bouchots
Mosselt Er bestaan in hoofdzaak drie manieren om mosselen te kweken:
1. Op houten palen of
2. Bodemcultuur (zoals in
3. Hangcultuur (zoals in
`bouchots' (zoals in Frankrijk)
Zeeland)
Galicië)
Deze kweekwijze dateert uit de
Het mosselzaad wordt uit de
Bij deze manier van kweken
dertiende eeuw en is daarmee de
Waddenzee gehaald en
oogsten ze de wilde jonge
oudste. De mosselkweker hangt
uitgestrooid op de zeebodem, waar
mosseltjes op rotsen, maar ook op
kokosvezeltouwen tussen palen,
ze zich vastzetten. Twee jaar later
touwen die ze in de zee laten
waarop het mosselzaad, de jonge
zijn ze 5 tot 6 cm groot en worden
hangen of op dakpannen die ze op
mosseltjes, zich kan vastzetten.
ze vanuit platbodems geoogst.
de bodem leggen. Dan stoppen ze
Opdat dit op natuurlijke wijze zou
Nu vist niemand nog mosselzaad
dit mosselzaad in lange zakken.
kunnen gebeuren, staan deze
in Zeeland, omdat het er niet veel
Die rollen ze rond verzwaarde
palen in het zand dicht bij de
meer voorkomt. De kwekers
touwen die aan een vlottend raam
laagwaterlijn, meestal in beschutte
wijten dit aan de beschermings-
hangen. Zo groeien de mosselen
baaien.
maatregelen die de vangst
in volle zee, waardoor ze veel
Als het mosselzaad groot genoeg
beperken. Maar waarschijnlijk zijn
vlugger groot worden dan met de
is worden die touwen rond andere
zij zelf de schuldige: als je teveel
vorige methodes (7 tot 8 cm in 18
palen gewonden. Na een jaar zijn
mosselzaad ophaalt, heb je
maanden). Dan worden de touwen
de mosselen ongeveer 20 mm
binnenkort geen volwassen dieren
gewoon met een kraan uit het
groot. De kweker neemt de dikste
meer. En waar moet je dan
water gehaald en de zakken
af en hangt ze aan palen die hoger
mosselzaad halen?
uitgeschud.
op het strand staan. Na drie jaar
zijn ze 4 tot 5 cm groot en kunnen
ze verkocht worden.
hangcultuur
Mosselen natuur 25
didactisch dossier



















Gevaar: giftig!
Een mosselcultuur kan alleen
slagen in gezond water. Terwijl
hij water filtert, kan de mossel
bacteriologische en chemische
ver vuiling met zijn kieuwen
tegenhouden en in zijn vlees
opslaan. Hij is dus een
uitstekend bio-indicator, die
Mosselen leven vooral van
door veel meetnetten nauw-
fytoplankton, de plantjes die met het
keurig wordt gevolgd.
water meedrijven. Die zijn zo klein dat
we ze alleen maar onder de micro-
Vaak gaan deze microalgen
scoop kunnen zien: we noemen ze
woekeren; dit gebeurt meestal
microalgen.
in de lente. Dit natuurlijk
verschijnsel verergert vaak
doordat rivieren en afvloeiwater
te veel voedingsstoffen in het
milieu brengen. Sommige
microalgen maken giftige
stoffen aan, die planktonetende
zeedieren, zoals mosselen, in
hun lijf kunnen opslaan. Ze
hebben er zelf geen last van,
maar zijn wel giftig voor wie ze
eet. Bij die algen horen de
dinoflagellata, die diarree-
veroorzakende gifstoffen aan-
maken. Die laten zich snel
voelen (na twee tot twaalf uur)
onder de vorm van diarree,
buikpijn en soms misselijkheid
en braken.
26 Mosselen natuur
didactisch dossier










(Margaritifera margaritifera1)
Ooit kwam deze mossel veelvuldig in de Ardense
rivieren voor, maar nu is hij bijna uitgestorven. Hij is
heel gevoelig voor waterverontreiniging en leeft alleen
elmossel
in zuivere en koude waterlopen, met weinig minerale
zouten en een kalkarme bedding. Zijn schelp is
langwerpig, zwart en dik, met regelmatige, dicht bijeen
staande groeilijnen. Hij is tussen 95 en 140 mm lang
en 30 tot 40 mm dik.
De beekpar
De levensloop van zijn larve
(en geen enkele andere!) en para-
Teloorgang en redding
siteert er.
De beekparelmossel kan
De ongebreidelde parelvisserij
meer dan een eeuw oud
Na tien maanden verlaat de
werd Margaritifera bijna fataal. Die
worden, maar maakt
parasiterende larve de forel en gaat
teloorgang is eveneens te wijten
wel een bijzondere jeugd
vijf jaar onder het riviersediment
aan andere factoren: het vervuilde
door. In de voortplanting-
leven. Het moet wel grof en heel
water, het verdwijnen van de
stijd laat de mannetjesmossel
rein zand zijn. Als dit juveniele
beekforel, het vee en de
zijn sperma zomaar in de water-
stadium voorbij is, lijkt ze op een
landbouwmachines die te dicht bij
stroom los, waarna het wijfje het
mosseltje van 2 tot 3 mm groot en
de oevers komen, kanoërs en
in haar schelp opvangt. Telkens
komt ze uit de bodem om te
kajakkers.
worden zo duizenden eicellen
beginnen `filteren'.
bevrucht, die daarna larfjes wor-
den. Bij het begin van zijn leven
Hiermee speelt de parelmossel een
zit het larfje opgesloten tussen de
heel nuttige rol in het zuiver en
mantel en de ingewanden van het
gezond houden van het rivierwater.
wijfje: we noemen zo'n lar ve
Op twintigjarige leeftijd is hij
`glochidium'. Twee maanden later
geslachtsrijp. To ch zijn de
komt de larve vrij en gaat op zoek
nakomelingen heel schaars, omdat
naar een beekforel. Ze hecht zich
de weinige exemplaren van
vast op de kieuwen van deze vis
Margaritifera nu eenmaal ver uit
elkaar leven.
Nu spannen de Europese Commissie, het Waalse Gewest en natuurbeschermings-
verenigingen zich in om dit erfgoed te redden, dat reeds in de tijd van Julius Caesar
ontgonnen werd!
Het Europese Life-natuurproject `Parelmossel' ging tijdens de herfst van 2002 van start.
Het is gericht op de duurzame bescherming van de habitats van Margaritifera
margaritifera.
Naar verwachting zou dit project er toe moeten leiden dat de waterkwaliteit aanzienlijk
verbetert, dat er bij strategische beslissingen met de beekparelmossel rekening
gehouden wordt en dat het aantal gastvissen toeneemt.
1Pareldrager
Mosselen natuur 27
didactisch dossier



Een medisch wondermiddel
Parelmoer is het materiaal dat de binnenkant bedekt van
de schelp van veel weekdieren: mossel, oester, de slak Turbo
marmoratus.... Het wordt vooral door mantelcellen
afgescheiden en kristalliseert dankzij een eiwitrooster
(conchyoline, dat verwant is met de chitine uit de
elmoer
insectenpantser).
ar
P
H o e g e b r u i k e n z e d a t
Hoe is dit verschijnsel mogelijk?
parelmoer nu concreet?
Parelmoer en been zijn heel
verschillende weefsels, maar ze
Het lichaam van deze weekdieren
worden wel op een gelijkaardige
In de experimentele chirurgie
wrijft hun parelmoerlaag glad. De
manier gevormd.
gebruiken ze vooral parelmoer van
flinterdunne kleurloze kalklaagjes
de pareloester Pinctada, in stukjes
(aragoniet) breken het licht en
De mineralisatie van beenweefsel
of in poeder.
zorgen voor schitterende regen-
is tegenwoordig goed gekend.
boogkleuren. De weerkaatsingen
Daarentegen heeft die va n
Op orthopedische gebied
verschillen naargelang de dikte van
parelmoer nog geheimen. Toch
bijvoorbeeld lukte het om
deze laagjes en de ruimte
weten we dat de organische
parelmoeren implantaten in dierlijk
ertussen. Het dikke deel van de
materie van parelmoer veel
beenweefsel te brengen, zonder de
schelp (prismalaag) bestaat uit een
actieve factoren bevat. Onder-
minste afstotings- of vervormings-
andere kalkvariëteit: calciet.
zoekers hebben de bij de
verschijnselen. Er is vastgesteld
biomineralisatie betrokken mole-
dat bestanddelen van been
Wetenschappers zijn reeds lang
culen geïdentificeerd. Dit betekent
(calciumionen en fosfaat) de
geboeid door de fysische
dat er hier voor de beenderchirurgie
implantaten gaan inbedden. Tijdens
eigenschappen van parelmoer, zijn
nog een mooie toekomst weg-
het reconstructieproces erodeert
hardheid en zijn grote gelijkenis
gelegd is.
de oppervlakte van het implantaat
met de complexe geminerali-
eerst. Daarna treedt een
seerde weefsels waaruit beende-
constructie/resorptie op, waardoor
ren en tanden bestaan. Fysici,
Reeds tweeduizend jaar geleden
het been en het parelmoer met een
mineralogen en biologen onder-
ontdekten de Maya's dat
zaagtandvormige naad aaneen-
zoeken samen hoe schelpen
parelmoer tandbeen kon
groeien. Het been herstelt in de in
precies mineraliseren. Ze hopen zo
vervangen. Het bewijs hier voor
het parelmoer aangebrachte
analogieën te ontdekken met
leverde een indianenschedel die in
spleetjes. Dit proces begint zodra
andere gemineraliseerde biolo-
de jaren dertig ontdekt werd. Drie
het implantaat aangebracht is en
gische structuren zoals glazuur,
uit parelmoer gesneden snijtanden
duurt enkele maanden; dit hangt
ivoor, tanden en been. Eigenlijk
staan in de onderkaak vastgezet
af van zijn grootte.
hebben ze vooral belangstelling
met gemengd been-en-parelmoer-
voor de biologische compatibiliteit
weefsel. Beide structuren zijn
Wat het parelmoerpoeder betreft:
tussen parelmoer en beenweefsel
volledig compatibel.
dit wordt met een bindmiddel
en de manier waarop deze
vermengd (zoals het bloed van de
gemineraliseerde weefsels
Deze biomineralisatie (kristallisatie
ontvanger), om beenweefsel te
groeien.
op een organische structuur) is als
vervangen dat door osteoporose,
een baksteenmuur opgebouwd: de
parodontose of door een ongeval
bakstenen zijn hier kristallen en het
beschadigd is. Dit poeder wordt
cement eiwitten. Deze manier van
geleidelijk door nieuw been
schikken maakt het parelmoer
vervangen. Na dit reconstructie-
uiterst hard.
mechanisme - de osteogenese -
heeft het nieuwe been een grotere
dichtheid dan het oorspronkelijke.
Bronnen:
The first Endosseous Alloplastic Implant
in the History of Man; A. Bobbio; Bulletin
Historical Dentology 20, 1-6 - juni 1972.
La nacre, substitut de l'os; E. Lopez - S.
Berland - S. Borzeik; Pour la Science - N°
301 - november 2002.
28 Mosselen natuur
didactisch dossier




Wat een prachtig uitgedoste mossel!
De steekmossel is na de doopvontschelp
(Tridacna gigas) de grootste tweekleppige van de
wereld. Uit zijn byssusdraden werd een uiterst
kostbare stof geweven: de mosselzijde.
Het geslachtsleven van Pinna
steekmossels bij elkaar staan en
nobilis verloopt nogal vreemd. Hij
zich bovendien in een tegen-
is een `successieve hermafrodiet
overgestelde geslachtelijke fase
elmoer en zijde De steekmossel of
grote zakschelp (Pinna
met asynchrone rijping'. Dit
bevinden. De voortplantings-tijd
nobilis) is na de doop-
betekent dat elk individu de
loopt van juni tot augustus; de rest
vontschelp (Tridacna
voortplantingsorganen van beide
van het jaar is rusttijd.
gigas ) de grootste
geslachten bezit, maar dat de
par tweekleppige ter periodes van mannelijke en Het bevruchte ei ontwikkelt zich op
wereld. De schelp lijkt
vrouwelijke geslachtsrijpheid
de klassieke manier. Er zijn twee
een beetje op een
elkaar afwisselen. De gameten
larvestadia, de trochophora en de
r
el, schapenboutje: drie- komen dus niet gelijktijdig vrij, veligerlarve, die beide in het
waardoor de steekmossel zichzelf
plankton leven. De larve zet zich
a hoekig, afgerond langs
boven en heel puntig
niet kan bevruchten. Een kruis-
uiteindelijk op de bodem vast en
P langs onder. Haar bevruchting is hier noodzakelijk, metamorfoseert tot een mosseltje.
kalkachtige stek els
maar kan alleen wanneer er twee
verdwijnen bij het volwassen dier.
Steekmossels zijn inderdaad
indrukwekkend: van 20 tot 80 cm.
Er zijn er zelfs van een meter
opgevist! Dergelijk e grootte
bereiken ze, omdat ze 20 jaar oud
kunnen worden.
Pinna nobilis is een endemische
soort van het Middellandse-
Zeebekken, maar komt ook aan
Neptunusgras (Posidonia oceanica)
de Marokkaanse, Portugese en
Spaanse kusten voor. Hij zet zich
op een zandige zeebodem vast, op
een diepte van 0,5 tot 50 meter.
Een derde van zijn lengte zit onder
het sediment. Hij blijft rechtop
staan, omdat hij met zijn baard of
Samen sterk
byssusdraden (een draderige
afscheiding) stevig aan de grond
De schelp van Pinna nobilis herbergt kleine
verankerd is.
schaaldiertjes, namelijk krabbetjes van het genus
Pinnotheres en garnaaltjes van het genus Pontonia.
De steekmossel leeft tussen het
Dit samenleven is zowel voor de gastheer als voor
neptunusgras (Posidonia oceanica),
de gasten gunstig: de steekmossel bezorgt de
een zeeplant die uitgestrekte
schaaldiertjes voedseldeeltjes en zij waarschuwen
weiden langs ondiepe kusten
hem voor gevaar. Blijkbaar leven de schaaldiertjes
vormt. Deze grasvelden zijn een
buiten de schelp, maar bij onraad gaan ze erin
habitat, een schuilplaats en een
schuilen. Zodra ze de mosselmantel aanraken,
voedselbron voor de steekmossel
trekken de spieren van de mossel zijn kleppen
en nog duizenden andere planten-
dicht.
en diersoorten.
Mosselen natuur 29
didactisch dossier




tingen en ze moesten het grote
Voor de kostbaarste zijde
De lievelingsmossel van de
weekdier van op een boot met
moet je bij de steekmossel
duikers
kettingen, st aken en haken op-
zijn.
halen. Daarna
Geen duiker blijft onbewogen bij de
werden de draden
prachtige velden steekmossels in
gewassen, ge-
ondiep water. Maar dit is slechts
droogd, gekamd,
nog een vage herinnering, want
gekaard, gespon-
byssus
buiten natuurreservaten zijn deze
nen en een et-
velden grotendeels verdwenen.
maal lang in
Sedert het zeeduiken in de jaren
citroensap ge-
vijftig in zwang kwam, ziet het er
dompeld, om ze
naar uit dat er meer steekmossels
hun goudglans te
in de vitrines van verzamelaars
geven. Uit die
prijken dan in de natuur!
draden konden ze
Daarenboven komen nog
dan handschoe-
ver woestingen door scheeps-
nen of mutsen
ankers, stedelijke en industriële
weven. Je ziet
vervuiling...
zo'n handschoen
Hoewel hij ook voor zijn parels en
in de tentoonstelling.
Ondertussen is Pinna nobilis
zijn vlees commercieel gewonnen
gelukkig beschermd: het is de
werd, was het toch vooral voor zijn
duikers streng verboden er te
byssusdraden. Het wekt mis-
vissen of te oogsten. Er zijn
schien verbazing, maar uit die
h e r i n t r o d u c t i e p r o g r a m m a 's
lange, stevige en zijige draden
opgezet om de steekmossel weer
werd een metaalglanzende
in zijn oorspronkelijke leefgebied te
goudbronzen stof geweven: de
krijgen. Dit zou tevens nuttig zijn
mosselzijde. Dit vederlichte
De steekmossel: fabrikant
bij het controleren van de
weefsel is zo fijn als natuurzijde.
van hoogwaardige zijde.
gezondheid van de Middellandse-
Zeekusten, want dit weekdier staat
Reeds in de Oudheid werd
als een uitstekende bio-indicator
mosselzijde vervaardigd. Sinds-
bekend, net zoals de neptunus-
dien heeft deze industrie zowat in
De mosselzijde-industrie duurde tot
grasvelden, zijn voorkeursbiotoop.
de hele wereld haar sporen
rond 1900. Ze kende nog een korte
achtergelaten: een kleed van een
opbloei in Italië tijdens het
satraap1 van Armenië, gewaden
fascisme onder Mussolini. Nu is
van veertiende-eeuwse koningen
een borduurster op Sardinië nog de
en koninginnen, een aan paus
enige die byssusdraden oogst om
Benedictus XV geschonken paar
haar eeuwenoude kunstambacht
kousen. Sommige hedendaagse
uit te oefenen2.
1Landvoogd in het Perzische rijk
2
historici beweren zelfs dat deze
Chiara Vio: www.designboom.com/eng/
education/byssus_chiara.html
kostbare draad aan de oorsprong
zou liggen van het vermaarde
gulden vlies uit de Griekse
mythologie!
Mosselzijde was een koning
waardig: het was zo zeldzaam en
duur, omdat er voor 200 tot 300
gram zijde ongeveer 10 0 0
steekmosselen nodig waren. Deze
werden geoogst bij Malta, in de
streek van Napels, voor de kusten
van Calabrië en Sicilië... Er
bestonden nog geen duikuitrus-
30 Mosselen natuur
didactisch dossier


De getijden
De belangrijkste abiotische factor
voor de levensgemeenschap aan de
zeekust is de getijdenwerking. De
basis van de getijdenbeweging ligt
bij de beweging van de maan rond
de aarde en de aarde om de zon.
Aangezien de bewegingen van deze
twee hemellichamen zeer constant
zijn, is het ritme van eb en vloed ook
zeer constant. Men zou verwachten
dat elke cyclus 24 uur duurt. In de
praktijk is het net iets langer (24 u.
50 min) omdat de maan 12 °
Figuur 1: 3 rotaties hebben invloed op de getijdenwerking:
opschuift in zijn cyclus van 360° rond
1: De aarde draait om zijn as ( ± 24 uur); 2: De maan draait
de aarde.
rond de aarde (28 dagen); 3: De maan/aarde draait rond de
zon.
Figuur 2: een eb-vloed cyclus duurt iets
Figuur 3: de springtij - doodtij cyclus
meer dan 12 uur.
duurt iets meer dan 28 dagen
Er bestaat tussen de aarde en de maan een wederzijdse aantrekkingskracht. Deze kracht is er verantwoordelijk
voor dat de maan en de aarde in een ellipsvormige baan om elkaar bewegen. Het gemeenschappelijk
zwaartepunt ligt, doordat de aarde veel zwaarder is, zo'n 1700 km onder het aardoppervlak. Ten opzichte van
deze baan heffen, voor wat de aarde als geheel betreft, de aantrekkingskracht en de centrifugale kracht
elkaar op. Maar voor specifieke punten op het aardoppervlak is dit niet het geval. Aan de kant van de maan
overtreft de aantrekkingskracht de centrifugale kracht, aan de van de maan afgekeerde zijde is dit andersom.
De aarde neemt hierdoor de vorm van een rugbybal aan, met de twee spitse kanten naar de maan toe en er
van af gekeerd. De schil van water, die de oceaan vormt, vervormt hierbij aanzienlijk sterker dan de vaste
aarde. Door de draaiing van de aarde rond zijn eigen as verplaatst de vervorming van deze schil zich in een
dag. Vanaf een eiland in deze hypothetische wereldzee zouden zo tweemaal per dag een hoogwater en
tweemaal een laagwater kunnen worden waargenomen.
Mosselen natuur 31
didactisch dossier


Figuur 4: Door de aantrekkingskracht van de maan neemt
de aarde de vorm van een rugbybal aan.
De maan levert de grootste getijdenverwekkende kracht op aarde. Maar ook de zon, die 27 000 000 maal
zwaarder is dan de maan, oefent aantrekkingskracht uit op de aarde. Aangezien de sterkte van de
aantrekkingskracht ook afhankelijk is van de afstand tussen de hemellichamen en de zon 389 maal zo ver
van de aarde staat als de maan, is de kracht van de zon maar 45% van de kracht van de maan.
Als de zon en de maan als het ware in elkaars verlengde staan ten opzichte van de aarde, dan bundelen zij
hun krachten en trekken meer water aan. Dit noemen we springtij. Het niveau van het water is dan bij
hoogwater hoger en bij laagwater lager. De maan en de zon kunnen elkaar ook tegenwerken. Dat gebeurt als
de twee hemellichamen haaks op elkaar staan. Er wordt dan van twee verschillende kanten aan het water
getrokken, met als gevolg dat het water veel minder stijgt dan gemiddeld. Dit verschijnsel noemen we
doodtij.
De werkelijke situatie is natuurlijk een stuk ingewikkelder, aangezien er wel degelijk landmassa's zijn en de
aarde niet gelijkmatig met water is verdeeld. Continenten en eilanden zijn obstakels op de weg en de zee is
niet overal even diep. Alleen in de buurt van de Zuidelijke IJszee, tussen 55 en 65 graden zuiderbreedte,
bevindt zich een strook water die niet door land wordt onderbroken en waar de getijdengolf zich ongehinderd
kan voortplanten.
Op het zuidelijke halfrond ligt dus de oorsprong van onze getijdenbeweging. De getijdengolf die hier wordt
opgewekt beweegt zich door de Atlantische Oceaan naar het noorden en op deze reis wordt hij op verschillende
manieren vervormd door de structuur van de oceaan. Na twee etmalen arriveert de getijdengolf in de Noordelijke
IJszee. Tijdens deze reis ondervindt hij een afwijking ten gevolge van de draaiing van de aarde. Deze
Corioliskracht is op het noordelijk halfrond naar rechts gericht. Verder blijkt de Atlantische Oceaan zo groot te
zijn, dat de periode van het getijde ongeveer gelijk is aan de eigen periode van de Oceaan. Hierdoor ontstaat
er een staande golf in de breedterichting, die er voor zorgt dat de getijdenhoogten aan de rand van de Oceaan
hoger zijn dan je op grond van de aantrekkingskracht zou mogen verwachten.
32 Mosselen natuur
didactisch dossier



Aanbevolen websites
Nederlandstalig:
Algemeen:
www.natuurwetenschappen.be
www.waddenzee.nl
http://zee-dieren.pagina.nl/
Overzicht weekdieren:
http://knnv.rotterdam.free.fr/BIVALVIA.htm
http://www.schelpdieren.nl
http://www.vwa.nl/download/rapporten/Voedselveiligheid/schelpdieren.pdf#search='schelpdieren
Enkel de mossel:
http://allserv.rug.ac.be/~tdeprez/Practicum/Biologie_kan1/inleid/mollusca_files/frame.htm
http://www.koieagle.nl/content.php?article.170
http://nl.wikipedia.org/wiki/Mossel
http://www.schmidtzeevis.nl/html/mosselen.html
http://mosselen.pagina.nl/
http://www.xquis.com/products/_nl/mosselen.htm
http://www.steloy.be/HTMLsite/Zelf_koken/Schaal_en_schelpdieren/Mossel.html
http://www.trq.nl/school/B.php
http://www.geocities.com/hitsforkids11/bieb_mosselman.htm
De zwanemossel
http://home.planet.nl/~ronoffer/duiken/html/biologie/zoetwate/zwanemossel.htm
Culinair
http://home.kabelfoon.nl/~twjmk/mosselen/start.htm
http://www.coquinaria.nl/recepten/6histrecept.htm
Enkele interessante trefwoorden voor Yahoo of Google.
Mossel, mussel, Mytilus, schelpdieren, tweekleppigen, pareloester, getijdenzone, strand, weekdier
www.yahoo.com
www.google.com
Engelstalig:
http://animaldiversity.ummz.umich.edu/site/accounts/information/Bivalvia.html
http://www.ukmarinesac.org.uk/communities/biogenic-reefs/br4_4.htm
http://www.glaucus.org.uk/Dogwhelk.htm
http://www.marlin.ac.uk/species/adult_gen_Mytilusedulis.htm
http://www.lifesciences.napier.ac.uk/teaching/MB/MBmussel.html
http://www.science.mcmaster.ca/Biology/Harbour/SPECIES/BIVALVIA/RESOURCE/PHYSIO/PHYSIO.HTM
http://www.k12.nf.ca/kingacademy/musseldissection.htm
http://bioweb.wku.edu/courses/Biol225/images/Zoolab2.htm#
http://www.manandmollusc.net
Mosselen natuur 33
didactisch dossier



Aanbevolen literatuur
Interessante boeken:
DECONINCK, W. De ongewervelde dieren
BRUYNE, R. Veldgids schelpen ISBN: 9050111408
WYE, K... Schelpenencyclopedie ISBN: 9062489273
VAN TILBURG, M. Schelpen en andere zeedieren ISBN: 9060973550
Culinair:
WILLEMSE, L., Mosselen, een culinair feest, Unieboek/Van Reems. ISBN: 9026925743
VAN RIJN, J., Mosseltijd, de verrassend veelzijdige mossel, Fontaine, ISBN: 9059560124
Referenties:
BRIEN, P. Eléments de Zoologie, volume II, deuxième édition, Editions Desoer, Liége, 1966.
SEED, R. The ecology of Mytilus edulis on exposed rocky shores 2. Growth and mortality, Oecologica, 3, 317-
350, 1969.
DECONINCK, W., De ongewervelde dieren, De Nederlandse Boekhandel - De Sikkel, 1971.
MASON, J. The cultivation of the European mussel, Mytilus edulis Linnaeus, Mar. Biol. Ann. Rev., 10, 437-
460, 1972.
RAFFAELLI, D., FALCY, V. & GALBRAITH, C. Eider predation and the dynamics of mussel bed communities.
In Trophic relationships in the marine environment, (ed. M. Barnes & R.N. Gibson), pp. 157-169. Aberdeen:
Aberdeen University Press, 1990.
SEED, R., Systematics evolution and distribution of mussels belonging to the genus Mytilus: an overview.
American Malacological Bulletin, 9, 123-137, 1992.
SEED, R. & SUCHANEK, T. H. Population and community ecology of Mytilus. In: The mussel Mytilus: ecology,
physiology, genetics and culture. Developments in aquaculture and Fisheries Science, volume 25. Gosling, E.
(ed.), Elsevier, 87-170, 1992.
SEED, R. Invertebrate predators and their role in structuring costal and estuarine bivalve populations. In:
Bivalve filter feeders and Estuarine Ecosystem Processes (ed. R. Dame), Springer Verlag, Berlin, Heidelberg,
149- 196, 1993.
NYBAKKEN, J.W. Marine Biology, an ecological approach. In: Addison Wesley Longman, Reading, Mass,
1997
PEETERS, M., FRANKLIN, A. & VAN GOETHEM, J.L. (editeurs). Biodiversity in Belgium. Koninklijk Belgisch
Instituut voor Natuurwetenschappen, Brussel: 416 p., 2003.
GOSLING, E., Bivalve Molluscs. Blackwell science , Oxford, 431p., 2003
Internet
"Biv alvia" (On-line), Animal Diversit y Web. Accessed Februar y 03, 20 05 at http://
animaldiversity.ummz.umich.edu/site/accounts/information/Bivalvia.html. 2002.
2002. http://www.lifesciences.napier.ac.uk/teaching/MB/MBmussel.html (Text by Paul Read, School of Life
Sciences, Napier University, 17 March 2002, page made Paul Tett, updated 20 March 2002. )
34 Mosselen natuur
didactisch dossier