U bent hier: Home » ... » Dossier Evolutie » Creationisme?

Moet creationisme aan bod komen in een Museum voor Natuurwetenschappen?

Deze pagina naar iemand opsturen Deze pagina afdrukken
Titel: dossier Evolutie

 

In de loop van de geschiedenis heeft de mens zich altijd vragen gesteld rond de oorsprong en de dynamiek van het leven op aarde en de plaats die hij daarbij inneemt. De controverse rond het antwoord op deze vragen is zo oud als de vragen zelf: reeds in de oudheid, nog voor het Christendom en de Islam ontstonden, stelden Socrates en Plato dat het leven op aarde slechts kan worden verklaard door de tussenkomst van een intelligente ontwerper (een creatieve God), terwijl voor Democritus en Lucretius het leven een louter natuurlijke verklaring heeft.

Deze controverse werd later verder op de spits gedreven met de ontwikkeling van de evolutietheorie en in het bijzonder met het werk van Charles Darwin. Inderdaad, net zoals andere wetenschappelijke theorieën onze voorstellingen van de wereld fundamenteel hebben veranderd, veroorzaakte Darwins boek On the Origin of Species (1859) een ware schokgolf en een storm van protest die zich tot ver buiten de wetenschappelijke wereld liet voelen. Immers, doordat Darwin een natuurlijke, m.a.w. materiële, verklaring gaf voor de diversiteit van het leven op basis van de evolutie van soorten door natuurlijke selectie, ging hij lijnrecht in tegen de toenmalige, religieus geïnspireerde, creationistische ideeën en het bijbelse scheppingsverhaal.

Ondanks de overweldigende bewijsmassa die Darwins ideeën ondersteunt, zijn deze creationistische protesten ook nu nog steeds heftig. Dit blijkt uit de vele rechtzaken in de VS rond de vraag of het creationisme, al dan niet gemaskeerd als de “Intelligent Ontwerp” idee, in het lesprogramma van het openbaar secundair onderwijs moet worden opgenomen als “wetenschappelijk alternatief” voor de evolutietheorie. Hoewel het creationisme in Europa, en in het bijzonder in België, niet dezelfde maatschappelijke impact heeft als in de VS, proberen conservatief christelijke en islamitische milieus ook hier het creationisme als een wetenschappelijke theorie voor te stellen.

Om het wetenschappelijk karakter van het creationisme te staven, worden “bewijzen” aangevoerd die, voor zover ze niet gebaseerd zijn op een letterlijke lezing van de Bijbel of de Koran, op het eerste gezicht dikwijls zeer overtuigend kunnen lijken, maar die bij nader toezien berusten op achterhaalde feiten, misvattingen en foute interpretaties. Bovendien impliceert het creationisme dat, als we de oorsprong en/of werking van bepaalde biologische structuren en mechanismen nu (nog) niet begrijpen, deze structuren en mechanismen per definitie onbegrijpbaar zijn en dus moeten worden toegeschreven aan de tussenkomst van een bovennatuurlijke, goddelijke, entiteit. God vult hier dus de gaten in onze kennis op. Een dergelijke houding zet echter een rem op verder onderzoek en staat dan ook in schril contrast met de wetenschappelijke benadering van leemten in onze kennis: voor de wetenschap vormen dergelijke problemen juist een uitdaging die aanzet tot nieuw onderzoek dat moet leiden tot een coherente en verifieerbare verklaring en het toetsen daarvan.

In tegenstelling tot het creationisme is de evolutietheorie wél volledig in het moderne wetenschappelijke denkkader verankerd. Dit betekent dat haar predicties, werkhypothesen en implicaties voortdurend worden geverifieerd, getest en eventueel verworpen, op basis van statistisch verzamelde gegevens, wiskundige modellen en proefondervindelijk onderzoek. In die zin doorstond de evolutietheorie met groot succes het overweldigende aantal onafhankelijke tests en verificaties, waaraan ze in de loop van de voorbije 150 jaar door duizenden onderzoekers werd onderworpen, terwijl niemand haar tot nu toe op wetenschappelijke gronden heeft kunnen verwerpen. Daardoor is de evolutietheorie nu minstens even sterk onderbouwd en wetenschappelijk aanvaard als de relativiteitstheorie en de gravitatietheorie.

Kortom, noch de aard van bewijsvoering, noch de bovennatuurlijke tussenkomsten waarop het creationisme is gebaseerd, zijn in overeensteming met de methoden, inzichten en verworvenheden van de moderne wetenschap. Anderzijds hoeven religie en wetenschap niet met elkaar in conflict te treden: het gaat immers om verschillende inzichtsdomeinen, zoals door de katholieke kerk werd erkend, toen Paus Johannes-Paulus II in zijn rede tot de Pauselijke Academie der Wetenschappen (22 oktober 1996) verklaarde dat de evolutietheorie niet in tegenspraak is met de katholieke geloofsdoctrine. In dezelfde zin heeft de Anglicaanse Kerk onlangs haar excuses aangeboden aan Darwin, omdat ze hem al die tijd verkeerd heeft begrepen.

Tegen de achtergrond van dit fundamentele verschil in methodiek en aard, en in het licht van de toenemende maatschappelijke druk van het creationisme in Europa, stemde de Raad van Europa op 4 oktober 2007 een resolutie, die het onderwijzen van creationisme als wetenschappelijke theorie uitdrukkelijk verwerpt. In overeenstemming hiermee, is het dan ook een zeer bewuste keuze geweest om in de nieuwe “Galerij van de Evolutie” het creationisme niet te behandelen. Zoals reeds eerder benadrukt, gaat het hier immers om een religieuze geloofsdoctrine, die geen solide wetenschappelijke basis heeft en die bijgevolg ook geen wetenschappelijk alternatief biedt voor de evolutietheorie. Dus net zoals het creationisme niet thuishoort in het wetenschapsonderwijs, hoort het ook niet thuis in een educatief natuurwetenschappelijk museum.

De Galerij van de Evolutie laat het brede publiek kennismaken met de wetenschappelijke bewijzen die een natuurlijke, materiële verklaring bieden voor de oorsprong en de dynamiek van de biodiversiteit op aarde, inclusief de mens. Ze toont hiermee de gegevens, de werkwijzen en de resultaten die de wetenschap toelaten de geschiedenis van het leven te reconstrueren. Zoals in ieder wetenschappelijk project is er daarbij geen plaats voor zaken waarvoor geen bewijs bestaat of die niet kunnen worden getoetst.

De nieuwe galerij is dan ook het cement dat alle andere tentoonstellingsruimten over het leven op aarde tot een logisch en wetenschappelijk onweerlegbaar geheel samenvoegt. Evolutie is immers de rode draad die alle leven op aarde verbindt en het is die boodschap die het Museum aan de bezoekers wil meegeven met de beroemde woorden van de evolutiebioloog Theodosius Dobzhansky (1973):


“Niets in de biologie heeft betekenis, behalve in het licht van evolutie”

 



 

 
Laatst gewijzigd : 12 februari 2009