Koninklijk Belgisch Instituut voor

Jaarverslag 2009 Natuurwetenschappen

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen –

WOORD VOORAF

De grote financiële crisis in de herfst 2008 deed het ergste vrezen. Toch was 2009 vrij rustig,

zodat de instelling in essentie goed bleef functioneren. De dotatie werd wel niet geïndexeerd, maar ook niet verminderd. Er kon een personeelsplan opgesteld en aanvaard worden – naar de uitvoering ervan wordt ongeduldig uitgekeken, want in 2008 waren er geen aanwervingen mogelijk. Er kwamen slechts iets minder bezoekers naar het Museum, wat na het uitzonderlijke jaar 2008 te verwachten was. De crisis kwam het ergst tot uiting in het verlies aan inkomsten uit zaalverhuur, die met 52 % gedaald zijn.

Het Instituut heeft zijn programma voor het Darwinjaar tot een goed einde gebracht. Dit vond plaats naar aanleiding van de 200ste geboortedag van de grote geleerde en van het 150-jarige bestaan van zijn belangrijkste boek, On the Origin of Species. Darwins evolutietheorie biedt nog steeds de onbetwiste basis voor een wetenschappelijke verklaring van de biologische diversiteit en de geschiedenis van het leven. In de biologie, paleontologie of ecologie wordt er steevast naar verwezen. Het op het Instituut verrichte onderzoek levert voortdurend het bewijs; dit blijkt overigens uit de talrijke voorbeelden in dit jaarverslag.

In het Darwinjaar was er ook voor een heel ruim publiek veel boeiends te beleven. De nieuwe Galerij van de Evolutie is het sluitstuk van de renovatie van de museumvleugel die aan de geschiedenis van het leven gewijd is. Ook heel belangrijk is de ondersteuning aan leerkrachten uit het hele land: handboeken, opleidingsstages en voordrachten hielpen hen om de evolutieleer beter in hun lessen wetenschappen te integreren. Vanzelfsprekend blijft al dat materieel na 2009 te hunner beschikking.

De huidige biodiversiteit is het resultaat van de evolutie: de tijdelijke tentoonstelling Walvissen en dolfijnen is hiervan een sprekend voorbeeld. Maar toevallig wordt het Darwinjaar in 2010 opgevolgd door het Internationaal Biodiversiteitsjaar … Dit is nu net het domein waarin het Instituut al 165 jaar actief is, en daarom is heel het Instituut in de weer om het te vieren. Onderzoek, expertise, verzamelingen, kennisverspreiding … er is een heel programma uitgewerkt vol acties voor zowel het grote publiek als voor onderzoekers en beleidsmakers.

De officiële start van dit programma vindt plaats op 17 november. Zal het een mentaliteitswijziging teweegbrengen? Volgend jaar maken we hiervan de balans op. Ondertussen wens ik oprecht dat dit jaarverslag 2009 u zal boeien.

cAmille pisAni

algEMEEn DIrEcTEur

Koninklijk Belgisch Instituut voor

Jaarverslag 2009 Natuurwetenschappen

Koninklijk Belgisch Instituut

voor Natuurwetenschappen

2

1. BAlAns

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen –

1. BAlAns

Financiën

De positieve trends van 2008 zetten zich in 2009 door. De inkomsten van het museum en het onderzoek zijn tweeënhalf keer hoger dan de algemene toelage die door de federale overheid aan het Instituut toegekend wordt.

De totale ontvangsten bedragen meer dan 19 M€. na verrekening van de bedragen die op het einde van het boekjaar uitstaan, vertoont de balans een positief saldo van 252 K€.

stabiele inkomsten

Hoewel er minder bezoekers waren dan in 2008, is 2009 met 320 000 bezoekers een goed jaar gebleken. De opbrengsten uit kaartverkoop voor tijdelijke tentoonstellingen (110 000 bezoekers) waren even hoog als die van het vorige boekjaar.

De inkomsten uit de activiteiten van het museum vertegenwoordigen 35 % van de eigen

inkomsten van het Instituut. De inkomsten uit de wetenschappelijke activiteiten nemen in onbeduidende mate af (-1,5 %). De onderzoeksactiviteiten zorgen voor bijna 57 % van de eigen inkomsten van het Instituut.

Het Federale Wetenschapsbeleid (Belspo) zorgt voor de meeste onderzoekscontracten bij het

Instituut. De federale overheid financiert de onderzoeksprogramma’s voor bijna 50 %. Het onderzoek voor rekening van de deelstaten en van de Europese commissie vermindert zeker niet. gelijklopend met de verhoogde inkomsten uit de particuliere sector vormen deze, naast die van de Federale Overheid, een steeds belangrijker wordende financieringspijler voor het onderzoek op het Instituut.

licht toenemende uitgaven

Tussen 2008 en 2009 stegen de uitgaven van het Instituut met 2,51 %. alle inspanningen die het aandeel van de personeelskosten binnen de uitgaven op dotatie (-4 % tussen 2008 en 2009) moesten beperken, zijn door de verhoging van de werkingskosten tenietgedaan. Hierbij zijn de twee meest relevante elementen de verhoging van de kosten voor het onderzoekschip Belgica met 6 % (van 1 926 K€ tot 2 046 K€) en de verhoging van de onderhoudscontracten voor het gebouw met 40 % (van 167 K€ tot 234 K€), als gevolg van de uitbreiding van de voor het publiek bestemde ruimtes.

Besluit

Het wordt steeds duidelijker dat het Instituut voor zijn ontwikkeling eigen inkomsten moet kunnen verwerven. De dotatie wordt volledig besteed aan lonen en aan werkingskosten die niet omlaag kunnen. Zowat 99,58 % van de met de dotatie betaalde uitgavenbegroting is opgebruikt! De diversiteit van de inkomsten is een eigenheid en tegelijk een troef van het Instituut. Deze op het huidige niveau houden en toch de structurele uitgaven beheersen, wordt een van de uitdagingen van de volgende jaren.

Koninklijk Belgisch Instituut

voor Natuurwetenschappen

1. BAlAns

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen –

1. BAlAns

Koninklijk Belgisch Instituut

voor Natuurwetenschappen

1. BAlAns

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen –

1. BAlAns

Koninklijk Belgisch Instituut

voor Natuurwetenschappen

8

2. OnDeRzOeK

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen –

2. OnDeRzOeK

De volgende voorbeelden tonen slechts een deel van het onderzoekswerk en de expertise van het KBin.

Een walvis in de antwerpse haven

Op 22 september 2009, minder dan drie weken vóór de tijdelijke tentoonstelling Walvissen en dolfijnen haar deuren opent, krijgen onderzoekers van het Instituut een ongewone sms: er drijft een dode walvis in de Haven van antwerpen! Zij zijn belast met de coördinatie van het onderzoek en de opvolging van zeezoogdieren en beseffen dat het een lange dag wordt. Daarom vertrekken ze in de vroege ochtend met al hun autopsiegereedschap naar de haven.

Het is een vrouwelijke gewone vinvis. Met een lengte van precies 19,9 meter is ze het grootste

exemplaar dat sinds de jaren 1970 in België strandde. al vlug blijkt dat het colombiaanse fruitschip Summer Flower het dier in de atlantische Oceaan aangevaren had. De dode walvis bleef dagenlang op de boeg liggen en belandde uiteindelijk in de haven. Zoiets gebeurt helaas vaak en de Internationale Walviscommissie neemt deze bedreiging ernstig. België neemt het voorzitterschap waar van een werkgroep binnen deze commissie die dit soort van problemen behandelt.

De onderzoekers spreken met de plaatselijke havenautoriteiten en de Vlaamse Overheid af om het kadaver naar het sint-annastrand te slepen, 20 km stroomopwaarts van de haven, om daar de autopsie te verrichten. Hoewel de havenbrandweer en de civiele Bescherming meehelpen, is het geen sinecure met zo’n beest van meer dan 40 ton. na de autopsie moet er iets met het skelet gebeuren, maar het KBIn bezit nu al een uitzonderlijke verzameling walvisskeletten. Daarom beslist men dat alleen de onderkaak (twee takken van elk 4,85 meter) bewaard zou blijven door de Faculteit Diergeneeskunde van de universiteit gent, als het pronkstuk van haar museum in Merelbeke.

Het raadsel van de neanderthalers

nadat ze honderdduizenden jaren Eurazië bevolkt hadden, maakten de neanderthalers tussen 40 000 en 30 000 jaar geleden in Europa plaats voor de anatomisch moderne mens (onze soort), die uit afrika kwam. Het blijft een raadsel waarom deze laatste neanderthalers verdwenen: stierven ze vanzelf uit, werden ze uitgeroeid of gingen ze op in de moderne mens?

De vraag is nog moeilijker te beantwoorden daar er uit deze periode weinig menselijke fossielen bekend zijn en doordat op geen enkele vindplaats bewezen is dat beide populaties er samen geleefd hebben. Een andere moeilijkheid is dat het materiaal waarop de onderzoekers werken, afkomstig is van opgravingen uit een tijd waar die niet altijd nauwkeurig gebeurden. Op die vindplaatsen is er geen nieuw materiaal meer te vinden. Dus hebben de paleoantropologen van het KBIn de ouderdom van de twee neanderthalerskeletten uit spy (opnieuw) met c14 bepaald.

niet alleen kan België trots zijn op deze twee in 1886 ontdekte skeletten, maar deze bewijzen ook dat er hier tot 36 000 jaar voor onze tijdrekening neanderthalers geleefd hebben. Waarschijnlijk zijn ze dragers van een heel eigen overgangscultuur, het lincombien-ranisien-Jerzmanowicien, die op veel plaatsen in noordwest-Europa sporen achterliet, waarbij spy een van de belangrijkste is. Maar niets bewijst dat dit een cultuur was van moderne mensen (Homo sapiens sapiens) of van neanderthalers. De nieuwe dateringen tonen alleen aan dat er bij de technologische evolutie en het verdwijnen van de laatste neanderthalers in deze streek waarschijnlijk meer aan de hand was dan zomaar een acculturatie van deze laatste door de anatomisch moderne mens: we weten nog steeds niet waarom ze uitgestorven zijn.

BEHEEr Van HET MarIEnE EcOsysTEEM

anTrOPOlOgIE-PrEHIsTOrIE

09 - 13.02

12.02

Het departement

Op de 200ste geboortedag van Charles Darwin wordt de Paleontologie houdt de

Galerij van de Evolutie officieel geopend. internationale conferentie Tribute to Charles Darwin and Bernissart Iguanodons.

Koninklijk Belgisch Instituut

voor Natuurwetenschappen

2. OnDeRzOeK

rEcEnTE InVErTEBraTEn

De kleren maken de soort niet

Biodiversiteitsonderzoek vereist meer dan organismen identificeren en beschrijven. Het moet ook hun evolutiegeschiedenis ontwarren om hun onderlinge relaties beter te vatten.

De beschrijvende anatomie vertrekt wel vanuit het uiterlijk van een bepaald levend wezen, maar dit is vaak bedrieglijk. Oppervlakkige gelijkenissen en verschillen komen immers niet altijd overeen met fundamentele gelijkenissen of verschillen tussen soorten van eenzelfde groep.

Zo dachten onderzoekers dat een familie mariene wormen, de Desmoscolecidae, een aparte plaats innamen binnen de grote groep rondwormen of nematoda. Ze konden ze niet plaatsen in de stamboom met de andere families rondwormen, want ze zagen geen enkele duidelijke gelijkenis. Door een klein stukje van het ribosomaal Dna (18s rDna) te ontleden slaagden onderzoekers van het KBIn samen met hun Zuid-Koreaanse collega’s erin alle evolutionaire verwantschappen van de Desmoscolecidae in kaart te brengen en ze dus nauwkeurig binnen de nematoden te situeren.

Onwaarschijnlijk huwelijk tussen een levendbarend en een eierleggend dier

alikruiken worden intensief gebruikt voor het ecologisch onderzoek van getijdenzones en als bio-indicator voor zeevervuiling. Het spreekt dus vanzelf dat deze organismes vlug en nauwkeurig gedetermineerd moeten worden. Maar sommige soorten van deze kleine mariene invertebraten lijken morfologisch zoveel op elkaar dat ze heel moeilijk te onderscheiden zijn. Dit is het geval bij Littorina saxatilis en Littorina arcana, twee soorten alikruiken die veel voorkomen in de getijdenzones aan de westelijke kusten van Europa. De schelpen van beide soorten vertonen een ongelooflijke variatie in kleur en vorm, zodat een identificatie op grond van de morfologie van de schelpen onmogelijk is. De mannetjes van de twee soorten kunnen niet aan hun voortplantingsorgaan onderscheiden worden en de niet-geslachtsrijpe jongen evenmin. alleen bij de wijfjes is dit gemakkelijk, want L. saxatilis is levendbarend en heeft een kapseltje waarin ze de jongen bewaart, en L. arcana is eierleggend en heeft geen “embryozakje”, maar een gelatineachtige klier waarbinnen het ei zich ontwikkelt.

samen met onderzoekers van de russische academie voor Wetenschappen zochten biologen van het KBIn naar een Dna-merker die L. saxatilis van L. arcana moest onderscheiden. Eerst gingen ze na of het mitochondriaal Dna een oplossing zou bieden. Maar tot hun grote verbazing was dit niet het geval, hoewel dit bij veel andere diergroepen wel kan. Toen ze daarna het kern-Dna met een andere techniek onderzochten, konden ze “merkers” bepalen die het verschil tussen de twee soorten ondubbelzinnig duidelijk maken, ongeacht het geslacht of het groeistadium.

Deze merkers werden toegepast op populaties uit de Witte Zee en de Barentszzee, ten noorden van noorwegen, met als verrassend resultaat: in deze streken kruisen beide soorten in natuurlijke omstandigheden spontaan met elkaar! Dit fenomeen is werkelijk buitengewoon, want deze dieren hebben elk een totaal andere biologische voortplantingswijze.

15.02 28.02 19.03
De poolbasis Prinsess De Koninklijke Belgische De Brusselse Toeristische
Elisabeth wordt officieel Vereniging voor Dierkunde Dienst reikt de Best Brussels
ingehuldigd met de eerste houdt haar 1ste Biology Special Venue Award uit.
rechtstreekse telefoon-Masters Day, 160 deel
verbinding vanuit het KBIN. nemende studenten, een
derde van het beoogde publiek.

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen –

2. OnDeRzOeK

Koninklijk Belgisch Instituut

voor Natuurwetenschappen

2. OnDeRzOeK

EnTOMOlOgIE

BElgIscHE gEOlOgIscHE DIEnsT

De ecologische dynamiek van de galapagoseilanden onder de loep

Midden in de oceaan, op de evenaar en op 1000 km voor de Zuid-amerikaanse kust, liggen de galapagoseilanden. Deze archipel bestaat uit 16 eilanden en een veertigtal rotseilandjes, die tussen 4 en 0,5 miljoen jaar geleden door vulkanische werking gevormd zijn. Ze zijn bekend voor hun reuzenschildpadden, leguanen en majestueuze cactussen. Maar ze vormen vooral een natuurlijk laboratorium voor evolutieonderzoek. Het KBIn verrichtte hier onderzoek op insecten en spinnen en verwierf zo een in de hele wereld gewaardeerde expertise in de ecologie van deze eilanden.

In 1982 begonnen onderzoekers van het departement Entomologie de invertebraten van deze eilanden te bestuderen. Ze onderzochten in hoofdzaak kevers en spinnen op de verschillende eilanden om er de soorten en aantallen te achterhalen. Meer dan de helft van de soorten zijn endemisch voor deze eilandengroep en zelfs vaak voor maar één eiland. Daaruit blijkt de kwetsbaarheid van dergelijke ecosystemen. Meer recentelijk werden ook mieren onderzocht en die geven een totaal ander beeld van de werking van deze ecosystemen: 70 % van de ongeveer 50 mierensoorten zijn niet inheems, maar zijn onlangs door de mens geïntroduceerd. Ze worden voor een groot deel bestudeerd om na te gaan wat voor een impact deze geïntroduceerde en vaak heel invasieve soorten hebben.

Met expedities ter plaatse en Dna-analyses in het laboratorium konden de wetenschappers de verworven kennis over de invertebraten in 2009 vervolledigen. Ze reconstrueerden de evolutiegeschiedenis van deze soorten en ontdekten de essentiële factoren van de evolutiemechanismen, wat nodig was om dit biodiversiteitsreservaat duurzaam te kunnen beschermen.

De stijging van het zeeniveau zal niet alle land onder water zetten

Deskundigen en media die over klimaatopwarming praten, voorspellen dat de stijging van het zeeniveau rampen zal veroorzaken. Maar in hun modellen en scenario’s hebben ze de sedimentologische gegevens niet overgenomen die de natuurlijke schommelingen van het zeepeil beschrijven. Zo werd de noordzeekustvlakte sinds het Holoceen (-10 000 jaar) gevormd doordat de turfgebieden (zoet water) geleidelijk door mariene afzettingen ingenomen werden. Onderzoekers van de Belgische geologische Dienst voerden c14-dateringen uit op fossiele schelpen uit recentere sedimenten. Door ze aan vroegere gegevens te koppelen konden ze de mechanismen en processen bepalen die in de loop van de laatste 3 000 jaren de evolutie van de kust stuurden. Hieruit blijkt dat het zeeniveau in de laatste 2 500 jaren niet fluctueerde (schommeling met hoogten en laagten), maar gestaag steeg met ongeveer 1 tot 1,5 mm per jaar.

In ontwikkelingslanden zijn er haast geen dijken en de lage kustzone bevindt zich nog altijd in een natuurlijke toestand. Deze streken gaan dus natuurlijk evolueren, wat betekent dat de mariene sedimenten zich verder zullen afzetten op het tempo van de stijging van het zeeniveau, zoals dit tijdens de laatste 6 000 jaren het geval was, mits er voldoende sedimenten toestromen. geologisch onderzoek wees uit dat, zelfs indien het zeeniveau met ongeveer 2 tot 4 meter per 1 000 jaar zou stijgen, de kustvlakte daar steeds breder zal worden en niet volledig zal onderlopen. Dit is bijvoorbeeld zo in landen zoals Bangladesh, Vietnam, Java …, waar de kust begroeid is met mangroves, een perfect vangmiddel voor sedimenten.

12.05 11.06

Het Museum ontvangt zijn

Het departement Beheer De vereniging Belgian 600 000ste bezoeker sinds

van het Mariene Ecosysteem Women in Science het weer open is.

stelt een nieuwe kaart voor (BeWiSe) houdt een met de plannen voor workshop rond het thema windmolenparken in de Women and evolution. Noordzee.

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen –

2. OnDeRzOeK

H1n1: wilde eenden onder verhoogd toezicht

De hele wereld was verbijsterd toen wetenschappers meldden dat een nieuw type van griepvirus H1n1 zou losbreken. Hoewel dit niet dodelijk was, was het wel zeer besmettelijk. Maar de onderzoekers waren vooral verrast dat het over de soorten heen reisde: van eend over varken tot mens. Deze influenzavirussen zijn normaal specifiek voor de diergroepen waarbinnen ze zich ontwikkelen. als wilde dieren besmet worden, is de infectiehaard meestal “waterdicht” voor de mens. Terwijl de federale veterinaire overheden maatregelen namen voor een verhoogd epidemiologisch toezicht op de kwekerijen van kippen, kalkoenen, eenden en ganzen, gelastte het Federaal agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FaVV) de ringdienst van het KBIn de wilde vogels op te volgen die het influenzavirus zouden kunnen overbrengen. Pluimvee kan immers makkelijk opgesloten en bemonsterd worden, maar wilde vogels vliegen vrij rond en veruit de meeste soorten zijn beschermd. Daarom zijn er specifieke epidemiologische programma’s noodzakelijk, die zowel de beschermingsstatus in acht nemen als de voor het volksgezondheidsbeleid noodzakelijke gegevens verschaffen. Het KBIn kan onmiddellijk de informatie verschaffen die essentieel is voor de opvolging en evaluatie van dergelijke epidemieën, want zijn ringers zijn heel bedreven in het voorzichtig vangen van vogels en zijn bemonsteringsmethodes hebben hun doelmatigheid al bewezen.

niet alleen voerde het KBIn virologische en serologische bemonsteringen uit, maar het hielp ook de gezondheidsoverheden bij het opvolgen van de bewegingen van wilde vogels (migraties), via het sinds 1927 verrichte ringwerk. Het bestand met de vangstgegevens telt vandaag meer dan vijfhonderdduizend gegevens. Met zoveel informatie kan nu nagegaan worden hoe het beruchte virus zich zou kunnen verspreiden.

Biodiversiteitsplatform

Het jaar 2009 was een van de meest productieve van het Belgisch Biodiversiteitsplatform. Er waren talrijke evenementen en nieuwe projecten op nationaal en internationaal niveau:

van het thema van de internationale biodiversiteitsdag op 22 mei;

9-12 oktober: organisatie van een internationaal symposium samen met het

expertisenetwerk EDIT tijdens de tweede wetenschappelijke bijeenkomst van DIVErsITas in Kaapstad, Zuid-afrika;

• 7 december: opleidingssessie in communicatie voor onderzoekers.

als secretariaat van het “European Platform for Biodiversity research strategy” (EPBrs) zette het Belgisch Biodiversiteitsplatform ook een inspraakbevorderend symposium rond het thema Een kennisnetwerk rond biodiversiteit op touw, dat moet bijdragen tot de discussie rond het mogelijke intergouvernementeel platform voor wetenschappelijke opvolging van biodiversiteit en ecosysteemdiensten (IPBEs).

anderzijds kon met een uitgewerkte nota over de ecosysteemdiensten een begin gemaakt worden met de projectoproepen in het raam van het onderzoeksprogramma van het Belgische Federale Wetenschapsbeleid Wetenschap voor een duurzame ontwikkeling en het Europese Era-net BiodivErsa.

Tot slot werkt het Platform succesvol mee aan projecten zoals scar-MarBIn, waar veel internationale partners financieel toe bijdragen, en BioFresh, dat voor een Europese financiering in 2009 geselecteerd werd (http://www.freshwaterbiodiversity.eu).

BElgIscH rIngWErK

EDucaTIE & naTuur

12.06

Het Biodiversiteitsplatform De verzameling Debrun (Heverlee) wordt aangekocht.

organiseert het symposium

Deze bevat duizenden fossielen, waaronder vertebraten, Science facing aliens.

invertebraten en planten uit de klassieke Belgische en Europese vindplaatsen.

Koninklijk Belgisch Instituut

voor Natuurwetenschappen

2. OnDeRzOeK

sysTEMaTIEK En BIOcHEMIscHE TaxOnOMIE

uit alle in 2009 uitgevoerde activiteiten blijkt de geloofwaardigheid en de inzet van het Belgisch Biodiversiteitsplatform op nationaal en internationaal niveau. Ze tonen bovendien aan dat het platform een sleutelrol speelt ter ondersteuning van de Belgische wetenschappelijke gemeenschap, als vertegenwoordiger op internationaal niveau en als schakel tussen Wetenschap en Beleid.

België en congo beschermen samen de biodiversiteit

De 2 miljoen km² bossen van de Democratische republiek congo (Drc) vormen bijna de helft van alle tropische wouden van het afrikaanse vasteland. De congostroom bevat meer dan een vierde van het hernieuwbare water in afrika. Maar de grootste rijkdom van het congobekken is zijn ongelooflijke biodiversiteit. De congolese regering levert al enkele jaren inspanningen voor een duurzaam beheer van de tropische wouden. Maar de Drc beschikt slechts over beperkte financiële middelen en heeft buitenlandse steun nodig om de menselijke en technische capaciteit weer op peil te brengen om zo de tropische wouden te kunnen redden.

Hoewel de congolese biodiversiteit en vooral die van de tropische vlaktewouden al sinds lang onderzocht is, is er heel weinig recente informatie beschikbaar. De huidige kennis steunt haast volledig op tijdens de koloniale tijd bijeengebrachte gegevens en collecties van specimens. De congolese wetenschappelijke gemeenschap die biodiversiteitsonderzoek verricht, heeft heel veel geleden onder het volledige isolement waarin het in de chaotische oorlogsperiode was weggezonken. Daarom werkten het KBIn, het Koninklijk Museum voor Middenafrika, de nationale Plantentuin en de universiteit van Kisangani een ambitieus project uit:

Congo-België-2010.

De belangrijkste doelstellingen van het project zijn:

• de capaciteit van de wetenschappelijke gemeenschap in de DRC vergroten door

wetenschappers en technici op te leiden;

• een Centrum voor Biodiversiteitsonderzoek in de Universiteit van Kisangani oprichten

(collecties, onderzoek, expertise, opleiding);

• in 2010 een grote expeditie organiseren langs de Congostroom om biologische

specimens te verzamelen (aan land en in de rivier), die aan het centrum voor Biodiversiteitsonderzoek toevertrouwd zullen worden en als basis dienen voor alle latere projecten ter opvolging van de biodiversiteit in het congobekken.

Het jaar 2009 werd besteed aan een voorbereidende zending en aan het opleiden van congolese onderzoekers in de taxonomie, in de ecologie en in de milieuwetenschappen in het algemeen. Met steun van het Federaal Wetenschapsbeleid, de Belgische Ontwikkelingssamenwerking, de congolese regering en de unesco kon het project computers en programma’s voor de stagiairs aanschaffen, kleine door de stagiairs uitgevoerde onderzoeksprojecten betalen, hun resultaten publiceren in tijdschriften met leescomité en een workshop over bewaringsbeleid organiseren.

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen –

2. OnDeRzOeK

Koninklijk Belgisch Instituut

voor Natuurwetenschappen

2. OnDeRzOeK

BIOlOgIscHE EValuaTIE

ZOETWaTErBIOlOgIE

De impact van biobrandstoffen op de biodiversiteit in België

Op vraag van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid onderzoekt het KBIn hoe biobrandstofteelt de biodiversiteit in België beïnvloedt. Onderzoekers bekeken hoeveel oppervlakte nodig is om deze grondstoffen te produceren. Ze berekenden voor enkele dierenpopulaties wat er zou gebeuren indien de landbouwgrond uitbreidt als gevolg van het promoten van de teelt van gewassen die niet voor de voeding bestemd zijn.

Vogels die vroeger veel voorkwamen op het Europese platteland, maar waarvan de populaties in de laatste 25 jaar met bijna de helft afgenomen zijn, blijken de beste bio-indicatoren. In natuurlijke open habitats brengt een hectare immers jaarlijks 1 ton diverse zaden op en biedt voedsel aan 30 tot 40 kg vogels. Een hectare landbouwgrond brengt daarentegen 10 ton graangewassen op, maar biedt slechts voedsel aan 1 kg vogels.

Het KBIn wil vooral de impact van de in België geteelde agrobrandstoffen evalueren om te weten of, als deze nieuwe teelten nog meer landbouwgrond opeisen en nog meer ecosystemen in beslag zouden nemen, de vogels nog sneller uit ons platteland zouden verdwijnen, wat de voedselketen ongetwijfeld uit zijn evenwicht zou brengen.

De zoetwaterparadox

slechts 0,01 % van het totale water van onze blauwe planeet is zoet water en dit neemt slechts 1 % van het aardoppervlak in. Paradoxaal genoeg leven hier meer dan 126 000 diersoorten, wat neerkomt op 12 % van alle gekende soorten.

Vijvers zijn kostbare ecosystemen met een hoge regionale biodiversiteitswaarde. Helaas verslechtert in heel Europa hun biologische kwaliteit tegen een onrustwekkend tempo. Om ze te beschermen en hun biodiversiteit te verhogen, coördineert het KBIn, in samenwerking met een tiental instellingen, het project POnDscaPE. Dit project onderzoekt de dynamiek van de ecosystemen in vijvers en de effecten van de huidige beheersmethodes op hun voortbestaan.

Het multidisciplinair onderzoek op bacteriën, fytoplankton, zoöplankton, invertebraten, amfibieën en macrofyten wees uit dat lokale factoren zoals vissen, macrofyten, sedimentkwaliteit en troebelheid de belangrijkste factoren zijn voor de biodiversiteit in de vijvers. Deze resultaten verschaffen duidelijke inlichtingen voor het beheer van erg verbrokkelde landschappen, zoals landbouwgebieden. Ze bevelen onder andere aan dat dicht bij elkaar liggende vijvers als samenhangende beheerseenheden beschouwd worden. Ook moeten plassen en vijvers van verschillende types (klein-groot, diep-ondiep) tot draslanden bijeengevoegd worden. Voorts zou het vee geen toegang mogen hebben tot sommige delen van een vijvercomplex, omdat ze met hun getrappel de oevers kunnen beschadigen. Dit betekent echter niet dat het vee helemaal niet meer bij de vijvers mag komen, want uit onderzoek naar de verspreiding van parasieten blijkt dat dit natuurlijke plassen vaak gezonder maakt dan wat tot dusver gedacht werd.

Meer in het algemeen toont het onderzoek aan dat vijvers als modellen voor een beter behoud en beheer van de hele biodiversiteit kunnen dienen. Ze komen immers nog veel voor in het landschap, hun biodiversiteit is vaak heel hoog en de positieve effecten van de aanbevolen beheersmaatregelen worden er vaak vlug zichtbaar.

03.07 10.07
In de dierentuin van Lubumbashi (D.R. Congo) opent een tentoonstelling over de biodiversiteit in Katanga, met steun van het Belgisch Nationaal Knooppunt. Het departement Invertebraten houdt de tweede EDIT-zomerschool in het nationale park Muránska Planina
(Slovakije).

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen –

2. OnDeRzOeK

Taxonomie: het KBIn brengt Europese deskundigheid bijeen

Om de fauna en flora van de hele wereld te beschermen zijn er evenveel specialisten nodig als er dier- of plantengroepen zijn! Dit is echter bijlange niet het geval en bovendien zijn de meeste bevoegdheden verspreid en heterogeen. Het expertisenetwerk EDIT (European Distributed Institute of Taxonomy) wil specialisten samenbrengen rond gemeenschappelijke vaardigheden en toepassingen. De Europese commissie (Ec) financiert dit netwerk voor vijf jaar, met een budget van 11,9 miljoen euro. Er behoren 29 instellingen toe, waaronder de grootste biologische collecties van Europa. Binnen dit netwerk staat het KBIn in voor de opleiding en de bewustmaking rond de moderne taxonomie op Europese schaal.

Zo richtte het KBIn de Europese school voor Taxonomie op (Distributed European school of Taxonomy – www.taxonomytraining.eu), die het tot nu over verschillende landen versnipperde opleidingsaanbod bijeenbrengt en organiseert. Hiervoor werkte het KBIn nauw samen met het Koninklijk Museum voor Midden-afrika en de nationale Plantentuin om de organisatie van de Europese zomerscholen te coördineren. De tweede editie vond plaats in slovakije en er deden 18 professionele taxonomen en 20 studenten uit 16 Europese universiteiten mee (11 landen).

Parallel hiermee namen jonge deskundigen uit Europese instellingen en universiteiten deel aan een programma met de naam experts-in-training, waarbij 31 stages aangeboden werden in 13 EDIT-instellingen en 8 andere partnerinstellingen. Met het door de Ec ingebrachte budget konden 17 beurzen (op 61 kandidaten) toegekend worden, wat gelijk staat met 36 weken opleiding.

Ter voorbereiding van het internationale biodiversiteitsjaar (2010) heeft het KBIn als verantwoordelijke voor de bewustmakingscampagne voor EDIT in 2009 een elektronische agenda met alle publieksevenementen opgesteld, waardoor de maatschappij het belang van biodiversiteit beter moet inzien. Op het einde van 2009 stonden er in deze onlineagenda al meer dan 150 evenementen in 30 landen (www.countdown2010.net/byse).

Tot slot schetste het KBIn ook portretten van jonge wetenschappers om zo jongeren warm te maken voor een loopbaan als taxonoom. Die portretten tonen alle aspecten van dit werk dat, hoewel veronachtzaamd, toch vaak een boeiend avontuur inhoudt. Dit blijkt uit de gepubliceerde expeditieverslagen (EDIT-blog op http://systematicsblog.myspecies.info/).

samen de databanken over de noordzee gebruiken

gegevens over de zee zijn uiterst belangrijk voor heel wat onderzoek en studiewerk, van kustbouw tot het voorspellen van klimaatwijzigingen.

Maar het observeringssysteem is erg versplinterd: in de Europese kustlanden zijn er meer dan 600 openbare en privélaboratoria die wetenschappelijke gegevens verzamelen. Ze gebruiken allemaal sondes aan boord van onderzoekschepen, onderzeeërs, vaste en drijvende platforms, vliegtuigen en satellieten om fysische, geofysische, geologische, chemische en biologische parameters te meten. De bijeengebrachte gegevens zijn moeilijk toegankelijk, niet gestandaardiseerd, niet altijd bevestigd en vaak slecht beveiligd en onbeschikbaar.

rEcEnTE InVErTEBraTEn

BEHEEr Van HET MarIEnE EcOsysTEEM

10.07 19 - 20.08 14.09
De Belgica viert haar 25ste Nederlandstalige Meer dan 70 wetenschappers en
verjaardag in Zeebrugge. leerkrachten volgen de wetenschapscommunicatoren uit Vlaamse instituten en
zomercursus Evolutie in de universiteiten en federale wetenschappelijke instellingen
klas (85 deelnemers). houden een bijeenkomst rond hun medewerking aan het
webproject ikhebeenvraag.be.

Koninklijk Belgisch Instituut

voor Natuurwetenschappen

2. OnDeRzOeK

rEcEnTE InVErTEBraTEn

In deze context ondersteunt de Europese commissie het netwerk seaDatanet dat een gestandaardiseerd systeem wil opzetten voor het beheer van gegevens over de kwaliteit van het marien milieu die door de oceanografische vloten en de nieuwe automatische observatiesystemen (boeien, satellieten) verzameld worden. Het netwerk heeft als doel de in 35 landen bestaande infrastructuur te verbeteren door ze van gestandaardiseerde zoekinterfaces te voorzien. Zo kunnen de gebruikers via één enkel virtueel loket met één handeling tientallen datasets raadplegen. Binnen het seaDatanet werkt het KBIn met 49 instellingen mee aan de archivering en bewaring van de Belgische gegevens, staat het borg voor een goede bewaring van onherhaalbare observatiegegevens en verbetert het de voor het mariene milieubeheer noodzakelijke gegevens.

nationaal Knooppunt voor het VBD

gevolmachtigd als nationaal Knooppunt kijkt het KBIn toe op de naleving van het Verdrag inzake Biologische Diversiteit (VBD), met drie belangrijke luiken: expertise en ondersteuning voor beleidmakers, informatie en bewustmaking, en ontwikkelingssamenwerking.

In het jaar 2009 viel vooral de uitgave van het 4de nationaal Verslag op. Deze verslagen evalueren om de vier jaar de uitvoering van het VBD en schetsen de toestand van de biodiversiteit van het land.

Ook de voorbereiding van het internationale biodiversiteitsjaar was een drukke tijd. Dit valt samen met het Belgische voorzitterschap van de Europese unie. Het jaar 2010 is dus een unieke gelegenheid om de burgers bewust te maken van het belang van de biodiversiteit en ze te laten beseffen dat zij er ook verantwoordelijk voor zijn, zodat ze duurzamer gaan leven. Op het einde van 2009 publiceerde het Knooppunt, in synergie met de campagne Ik geef leven aan mijn planeet, het boekje 366 tips voor de biodiversiteit, dat voor elke dag een biodiversiteitsvriendelijke daad voorstelt. Dit voor het grote publiek bestemde werkje had onmiddellijk succes: in enkele weken werden er duizenden verspreid, wat leidde tot duizenden nieuwe engagementen voor de campagne.

Het programma dat de uitvoering van het VBD in ontwikkelingslanden moet ondersteunen, wordt gefinancierd door de Belgische Ontwikkelingssamenwerking en kende een vruchtbaar jaar. Het Knooppunt onthaalde 13 stagiairs uit 9 landen, die hier taxonomie en collectiebeheer kwamen studeren. Het financierde eveneens opleidingen door onderzoekers van het KBIn in Peru, Vietnam en de D.r. congo. Ter ondersteuning van het Institut Congolais pour la Conservation de la Nature richtte het Knooppunt een workshop in over habitatdynamica, die er voor moet zorgen dat het verzamelen van gegevens op het terrein beter gestandaardiseerd wordt. Parallel hiermee heeft het Knooppunt het onderzoek dat drie congolese studenten in de nationale parken Kahuzi-Biega en Virunga verrichtten, opgevolgd en gefinancierd. Het Knooppunt heeft ook voor 60 mensen uit 11 landen 9 opleidingssessies op touw gezet rond de ontwikkeling van websites in verband met het Clearing House Mechanism (cHM). Dit mechanisme moet de landen die het VBD ondertekenden in werking stellen, om zo informatie uit te wisselen en om op wetenschappelijk en technisch gebied samen te werken. Het Knooppunt financierde vijf technische ondersteuningprojecten om de cHM’s van Benin, guinea, Ivoorkust en Madagaskar technisch te ondersteunen en drie bewustmakingsprojecten rond biodiversiteit in Burundi, Kameroen en de D.r. congo.

Ook verscheen het zesde deel van de reeks taxonomische handboeken abc Taxa: het behandelt de algen van sri lanka (www.abctaxa.be).

14.09

Op vraag van National Geographic Channel -UK vertelt Mietje Germonpré (departement Paleontologie) voor Greenfilms hoe de hond een huisdier werd.

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen –

2. OnDeRzOeK

Preventieve bewaring van de iguanodons

De dertig volledige skeletten van de beroemde iguanodons van Bernissart vormen het pronkstuk van het Museum. Er wordt dan ook onvermoeibaar gezocht naar een manier om ze goed te bewaren.

Het fossiliseren van been is een complex verschijnsel, waarbij organische materie ontbindt, het apatiet uit het beenweefsel herkristalliseert, er spoorelementen bijkomen, nieuwe mineralen de holtes opvullen en uiteindelijk alles samengedrukt wordt. Bij de iguanodons begon dit 125 miljoen jaar geleden diep in een steenkoolmijn. In de fossiele beenderen is pyriet ontstaan, dat deze heel breekbaar maakt, want pyriet oxideert zodra het met lucht of vocht in contact komt. De afbraak van het been wordt niet gestopt door de zichtbare aangetaste delen weg te krabben. Daarom hebben wetenschappers bestralingstechnieken ontwikkeld die de oxidatie van het pyriet beperken. Maar het gevaar bestaat dat het pyriet daardoor in andere mineralen wijzigt. De sulfaten die zo ontstaan kunnen beenderen gewoonweg doen breken.

Wetenschappers van het departement Paleontologie onderzochten een vijftigtal beenderen met röntgendiffractie. samen met mineralogen van de universiteit van luik hebben ze ontdekt dat bij de ontbinding van pyriet 13 nieuwe mineralen ontstaan. De twee meest voorkomende behoren tot de ijzersulfaten en kregen de namen “szomolkoniet” en “rozeniet”. Ze verschillen alleen in hydratatiegraad en kunnen naargelang de vochtigheidsgraad van het ene in het andere overgaan. Er zijn nog andere sulfaten – varianten van apatiet – gevonden, alsook verbindingen die zink, aluminium, calcium, zwavel of kwarts bevatten. Dit betekent dat bijna twintig mineralen de iguanodons van Bernissart aanvreten. sommige ontstonden toen de dieren bedolven werden, andere tijdens hun lang verblijf in de aarde en nog andere door het contact met de lucht na hun opgraving in 1878. Het verschijnsel is complex en soms zien onderzoekers in één cm³ zowel lege als met pyriet gevulde microholtes. Door deze mineralen precies te identificeren en te lokaliseren kunnen we de bewaaromstandigheden verbeteren en elk been specifiek behandelen. Zo kan dit ongelooflijk erfdeel uit de diepte der tijden bewaard worden en ons nog veel geheimen verklappen.

2009: het Jaar van de gorilla

gorilla’s en mensen hebben 98,4 % van hun genen gemeen. Deze biologische nabijheid inspireert en fascineert ons onophoudelijk. Toch worden die mensapen bedreigd door jacht, habitatverbrokkeling en -verloedering, ziektes en epidemieën en de verwoesting van de tropische wouden door onophoudelijke gewapende conflicten. Op initiatief van het Verdrag van de Verenigde naties over de bescherming van trekkende wilde diersoorten, dat beter bekend staat als het Verdrag van Bonn of de cMs en waar het KBIn al jarenlang zijn wetenschappelijke expertise inbrengt, werd 2009 uitgeroepen tot het Jaar van de Gorilla. Dit moet het publiek waarschuwen, want alle gorillasoorten zijn ingeschreven op de rode lijst van de Iucn, in het beste geval als bedreigd. in het slechtste geval als kritiek met uitsterven bedreigd. Hoewel dit moeilijk te tellen is, zouden er in de hele wereld 200 000 individuen leven en dit aantal neemt steeds verder af. De natuurbeschermingsbiologen van het KBIn hebben actief meegewerkt aan dit Jaar van de Gorilla: ze leverden de wetenschappelijke gegevens die nodig waren voor de nieuwe overeenkomst die 10 afrikaanse landen uit het leefgebied van de gorilla ondertekend hebben, om onze heel nabije verwant te beschermen .

20.09

Nadat in Brussel 100 158 bezoekers de tentoonstelling Over leven in het X-TREME gezien hebben, opent ze haar deuren in het Pavilhão do Conhecimento in Lissabon. Het KBIN, Naturalis (Leiden) en Experimentarium (Kopenhagen) hebben voor deze tentoonstelling samengewerkt.

PalEOnTOlOgIE

BIOlOgIscHE EValuaTIE

24.09

Het door het Nationaal Knooppunt voorbereide

Vierde Nationaal Verslag van België voor de Conventie van de Biologische Diversiteit is aanvaard.

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen –

3. cOllecTies

De digitalisering van complexe wetenschappelijke collecties

Musea hebben onder andere als basistaak de inventaris van hun verzamelingen bij te houden. In dit digitale tijdperk en vooral met het internet is het ook een basisopdracht deze inventarissen te digitaliseren en op het web te plaatsen.

Maar als het gaat om 37 miljoen voorwerpen van allerlei slag (een bewerkt stuk vuursteen, een bokaal met een stel mosselen, een kaart van de ondergrond van Bernissart, een unieke vlieg …), die bovendien vaak vóór de uitvinding van de computer in de collecties beland zijn, dan wordt dit een echte uitdaging. Een algemene audit van het Belgische erfgoed (2002-2003) bracht uit dat het KBIn zeker 46 soorten collecties heeft. Die zijn elk gerangschikt volgens de aard van de voorwerpen die er deel van uitmaken (dieren, fossielen, mineralen, gesteenten, boeken, tijdschriften, archieven, foto’s, boorkernen, plannen …). Voor een goede digitalisering volstaat het bovendien niet om de inventarisfiches met tekstherkenningssoftware te scannen: de bestaande gegevens moeten in een door de hele internationale wetenschappelijke gemeenschap erkend formaat omgezet worden. Een digitalisering gaat dus altijd met een verificatie gepaard. Daarom is er wetenschappelijke omkadering nodig (selectie, voorbereiding, bekrachtiging, …), naast opgeleide operators (“codeerders”) en ingenieurs en technici die de informatica moeten ontwikkelen, beheren en ondersteunen.

Elk van de 37 miljoen voorwerpen individueel inventariseren is dus onbegonnen werk en heeft maar een beperkt belang. natuurwetenschappelijke collecties bestaan vaak uit reeksen. Daarom zijn de miljoenen voorwerpen uit de collecties van het Instituut uiteindelijk slechts honderdduizenden “specimens”, namelijk de voorwerpen en groepen voorwerpen die slechts voor één significante eenheid staan (bijvoorbeeld een dierkundig taxon). De digitalisering bestaat uit een invoer per “specimen”.

Toch blijft het een titanenwerk. Zoals de andere Federale Wetenschappelijke Instellingen krijgt het Instituut hiervoor de steun van het digitaliseringsprogramma van het Federale Wetenschapsbeleid. Tien codeerders begonnen met dit werk aan het einde van 2006, maar in 2009 was de bezetting nog slechts 6,5 voltijdse banen, als gevolg van vrijwillig vertrek en het beschikbare budget.

Twee niveaus krijgen de voorrang :

• de digitalisering van de typespecimens. Het “type” is het individu waarop een in de

hele wereld geldige soortnaam gebaseerd is. De collecties van het KBIn bevatten er 110 000, wat duidelijk maakt waarom ze zo ongelooflijk belangrijk zijn voor het internationaal onderzoek. aan het einde van 2009 zijn er 52 793 types gedigitaliseerd: dat is dus bijna de helft.

• de digitalisering van de verzamelingen van de recente dierkunde, met een bijzondere

inspanning voor het Belgische materiaal. Van de miljoenen specimens zijn er 500 000 als prioritair gerangschikt. aan het einde van 2009 zijn 284 987 niet-types gedigitaliseerd, wat neerkomt op 57 % van het vooropgezette doel. Deze geven informatie over 1 973 110 niet-typeobjecten in de collecties.

al deze gegevens zijn ingevoerd in de DarWin-database, een gemeenschappelijke software waarmee de meeste wetenschappelijke collecties beheerd worden. De dienst informatica van het KBIn heeft dit programma in een openbronmodel ontwikkeld. Zodra ze gecodeerd zijn, zijn de gegevens beschikbaar op het web via de DarWin-zoekinterface (http://www. naturalsciences.be/darwin).

15.10

De tijdelijke tentoonstelling

Walvissen en dolfijnen

opent haar deuren: ze is het werk van het Muséum national d’Histoire naturelle van Parijs.

15.10

Minister Sabine Laruelle meldt dat de loonschalen van het contractueel wetenschappelijk personeel opgewaardeerd worden.

Koninklijk Belgisch Instituut

voor Natuurwetenschappen

3. cOllecTies

In het totaal zijn er aan het einde van het jaar 306 812 specimens in DarWin ingevoerd, wat informatie inhoudt over iets meer dan 2 miljoen voorwerpen, dus 5,47 % van het totaal.

Daarnaast werd ook een inspanning geleverd voor de codering van gegevens van specifieke collecties:

  • de antropologische en prehistorische collectie van het Instituut. De algemene inventaris is nu voor 100 % ingevoerd in Mars, een platform dat speciaal hiervoor op basis van openbronoplossingen ontwikkeld is.

  • de gegevens van het ringwerk in België. Sinds 1926 zijn de vogelringgegevens op

het KBIn gecentraliseerd. Hiervoor wordt een speciaal programma, Papageno, gebruikt, met inachtneming van de aanbevelingen van EurIng. De databank van de “hervangsten”, met ongeveer 450 000 gegevens, is reeds volledig geautomatiseerd. De meeste andere ringgegevens staan nog op met de hand geschreven steekkaarten. Met een dergelijk werkvolume voor de boeg werd voorrang gegeven aan grote vogelsoorten die brede ringen dragen. In 2009 zijn 548 268 steekkaarten in Papageno ingevoerd.

Het is de bedoeling om dit onmisbare werk langzaam en grondig verder te zetten. Een belangrijke stap zal gezet worden met de verbinding tussen alle specifieke databanken en DarWin, met een eengemaakte toegang en een gebruiksvriendelijker opzoekwijze.

De documenten worden gemakkelijker raadpleegbaar

Het KBIn werkt mee aan een centrale digitale catalogus van de bibliotheken van de Federale Wetenschappelijke Instellingen, waarvoor de Koninklijke Bibliotheek van België de coördinatie verzorgt.

Het werk begon enkele jaren geleden en ondertussen zijn er 194 423 lemma’s ingevoerd. In 2009 begon het KBIn met de digitalisering van de 60 768 kaarten van de Belgische geologische Dienst.

samen met het algemeen rijksarchief is het KBIn eveneens begonnen met het digitaliseren van de elementen uit zijn erfgoed die het zelf merkwaardig of zelfs uitzonderlijk acht. Op basis van deze criteria is hoofdzakelijk voor de wetenschappelijke bibliotheek van malacoloog Philippe Dautzenberg (1849-1935) gekozen.

Het KBIn digitaliseert zijn collecties zelf. aan het einde van 2009 zijn bijna 9 000 bladzijden ingescand en 244 referentiewerken in pdf-formaat omgezet.

Veel publicaties op het KBIn zijn bijna of helemaal uitgeput. Om aan de vraag van de onderzoekers te voldoen, werden 21 542 bladzijden van deze publicaties reeds omgezet in 157 – op aanvraag gratis te verkrijgen – pdf-bestanden.

23.10

De collectie van François

De collectie Lucas wordt een waardevolle aanwinst voor de Beaufays wordt aangekocht,

mineralogische verzameling van het KBIN: ze is immers de waardoor het KBIN (afdeling

belangrijkste privé-verzameling meteorieten. Antropologie en Prehistorie) de in 1886 in de grot van Spy verzamelde vondsten

kan vervolledigen.

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen –

3. cOllecTies

naar een wereldbibliotheek van het leven

Onder auspiciën van het Museum für Naturkunde (Berlijn) coördineren 28 instellingen uit 14

landen met het project Biodiversity Heritage Library for Europe (BHl-Europe) de Europese inbreng in de grote wereldwijde bibliotheek van publicaties rond biodiversiteit.

Bij de uitvoering van het Verdrag inzake de Biologische Diversiteit (VBD) bleek de gebrekkige toegang tot informatie over dieren en planten een hinderpaal. Deze informatie is immers in de voorbije eeuwen opgeslagen in boeken en tijdschriften, die zich hoofdzakelijk in Europa en noord-amerika bevinden. Wie die kennis wil bereiken, moet dus verscheidene bibliotheken bezoeken. In 2007 is het amerikaanse project Biodiversity Heritage Library begonnen met deze litteratuur op het web te plaatsen. BHl-Europe wil op gelijkaardige wijze al het beste uit de Europese litteratuur inzake biodiversiteit bijeenbrengen. Hiervoor zal een veeltalige software-interface ontwikkeld worden met andere vernieuwende gebruiksvriendelijke opzoekmogelijkheden. Zowel de wetenschapswereld als het grote publiek kan hiervan gebruik maken via de Europese digitale bibliotheek Europeana. Hierin vindt iedereen informatie uit de eerste hand over dieren en planten, maar ook zeldzame werken zoals oorspronkelijke studies door charles Darwin of alexander von Humboldt of prachtige prenten uit de 17de of 18de eeuw. natuurbeschermingsorganisaties kunnen hier een uitgebreide verzameling gegevens rond zeldzame of bedreigde dieren raadplegen, zodat ze hun beschermingsacties beter kunnen plannen.

Verzamelingen met het keurmerk “Europese infrastructuur”

In het raam van het synthesis-project verleent de Europese commissie aan een twintigtal instellingen die biologische collecties beheren, een subsidie waarmee ze externe wetenschappers kunnen onthalen om hun collecties te laten bestuderen.

In België is het KBIn de verantwoordelijke partner van de BE-TaF (Belgian Transnational access to Facilities), die voor volgende drie federale Belgische instellingen de bezoekers selecteert en beheert: het KBIn, het Koninklijk Museum voor Midden-afrika (KMMa ) en de nationale Plantentuin van België (nPB ).

Het synthesis-project zou oorspronkelijk vijf jaar lopen, maar het werd in 2009 met zes maanden verlengd omdat steeds meer Europese onderzoekers via dit project de collecties wensten te bestuderen. alleen al tijdens de laatste zes maanden kwamen er 22 onderzoekers naar het KBIn, 13 naar het KMMa en 65 naar de nPB. De bezoekers aan het KBIn bleven hier tussen 2 en 20 dagen en bezochten vooral de malacologische en de paleontologische collecties.

In het laatste jaar van het synthesis-project konden 13 Belgische onderzoekers ervan gebruik maken, waaronder 2 van het KBIn.

Wegens zijn succes werd het synthesis-project met 4 jaar verlengd (2009-2013), maar alleen het KBIn en het KMMa zijn partners binnen de BE-TaF gebleven.

In november 2009 werd een eerste oproep voor kandidaten gedaan, waarbij de BE-TaF 52 kandidaatstellingen ontving: 17 zijn aanvaard en 5 kwamen op een reservelijst. Wegens de grote belangstelling voor de Belgische collecties kreeg de BE-TaF bijkomende bezoekersdagen toegekend, wat het totaal op 173 dagen voor Europese onderzoekers brengt.

31.10 09.11

Na 16 jaar archeologische noodopgravingen langs het hst-De Belgische Geologische Dienst krijgt de leiding van de traject in Wallonië en onderzoek van de ontdekte deskundigengroep die voor de Europese Unie de vindplaatsen vertrekt het door het KBIN opgeleide personeel gedragslijnen inzake de opvang en opslag van CO2 moet naar de directie Archeologie van het Waals Gewest. opstellen.

Koninklijk Belgisch Instituut

voor Natuurwetenschappen

3. cOllecTies

Verzamelingen uit het verleden voor onderzoek in de toekomst

De ornithologische verzamelingen van het Koninklijk Museum voor Midden-afrika en van het KBIn tellen samen ongeveer 155 000 exemplaren uit de Democratische republiek congo (Drc), waaronder ook typespecimens (als enige referentie ter wereld). aan de hand van deze historische populaties onderzoeken wetenschappers hoe habitatverbrokkeling als gevolg van ontbossing of klimaatverandering de biodiversiteit van de afrikaanse vogels verstoort. Ze willen hiertoe Dna-sequenties uit oude verzamelingen extraheren om zo een referentiebibliotheek met Dna-sequenties uit te bouwen, waarmee vogels uit Midden-afrika vlug gedetermineerd kunnen worden.

Hiervoor sequenceten ze ongeveer 950 exemplaren van 225 soorten die tussen 1845 en 2008 bemonsterd werden. uit de eerste resultaten blijkt dat het Dna in de oudste specimens dermate aangetast is, dat er geen Dna-fragment meer gevonden wordt dat een eenduidige barcode door replicatie toelaat. Toch konden de onderzoekers heel korte fragmenten van de meeste geselecteerde specimens sequencen. Dus zijn oude Belgische collecties zeker nuttig voor fylogenetisch en fylogeografisch onderzoek.

12 -30.11

14.11

Een entomoloog van het KBIN De afdeling Antropologie en Prehistorie van het KBIN doet

werkt mee aan het inventari

mee aan een door de Koninklijke Musea voor Kunst en seren van de biodiversiteit van

Geschiedenis georganiseerde expeditie naar Paaseiland, de droge kustwouden van

waarbij een grafmonument onderzocht wordt. Mozambique. Programma La Planète Revisitée

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen –

3. cOllecTies

Koninklijk Belgisch Instituut

voor Natuurwetenschappen

3. cOllecTies

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen –

3. cOllecTies

2008

2009

525

320

2 185

1 407

2 710

1 727

2007

6 843 2 959 867 2 271

2008

2009

6 981

7 112

3 114

3 263

911

967

2 413

2 504

Koninklijk Belgisch Instituut

voor Natuurwetenschappen

28

4. mUseUm

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen –

4. mUseUm

Viering van het Darwinjaar

Hét evenement van het jaar 2009 was de opening van de Galerij van de Evolutie op 12 februari 2009, de 200ste geboortedag van charles Darwin. De galerij is het afsluitstuk van een grootscheepse renovatie die begon in 2007 met de galerij van de Dinosauriërs en het Paleolab. De volledige vleugel over de geschiedenis van het leven verschaft het Museum 5 000 m² totaal vernieuwde permanente tentoonstellingen.

De Galerij van de Evolutie biedt een chronologisch overzicht van enkele essentiële stappen in de geschiedenis van het leven en legt uit hoe de belangrijkste evolutiemechanismen werken. Er werden zes periodes uitgekozen, omdat het Instituut rijke verzamelingen uit die tijdperken bezit of omdat er toen verschillende levensvormen ontstonden als gevolg van belangrijke gebeurtenissen.

De tentoonstelling is ontworpen als een combinatie van een verhalende as die meer dan 1 000 specimens toont, en een verklarende as die, via modellen, films, multimedia en interactieve toestellen, vertelt welke logica’s aan het werk zijn bij de belangrijkste tweesprongen tijdens de geschiedenis van het leven.

Deze tentoonstelling bekoort blijkbaar niet alleen gezinnen (het gewone museumpubliek), maar ook volwassenen zonder kinderen en klassen uit de laatste twee jaren van het secundair onderwijs.

In aansluiting hierop is, eveneens onder leiding van de dienst Tentoonstellingen en de Museologie, de renovatie van een ruimte van 2 700 m² gestart, met een voorstelling van de huidige fauna met oog voor de relatie tussen de milieus en hun biodiversiteit. Deze renovatie wil de dynamiek van het leven tonen: dit zijn de veranderings- en aanpassingsprocessen die de evolutie sturen. In een eerste fase wordt hiervoor een volledig aan de biodiversiteit in de stad gewijde nieuwe galerij gerealiseerd.

De interactieve tentoonstelling Over leven in het X-Treme, die samen met naturalis (leiden) en Experimentarium (Kopenhagen) uitgewerkt is, was te zien in het Museum van 14 oktober 2008 tot 30 augustus 2009 (100 000 bezoekers) en daarna vanaf 20 september 2009 in het Pavilhão do conhecimento (lissabon). Moord in het Museum, de volledig door het KBIn ontworpen en gerealiseerde tentoonstelling rond criminalistiek, die ons Museum in december 2006 presenteerde, werd verhuurd aan de cité des sciences (Parijs). In 11 maanden tijd bezochten 265 000 bezoekers deze tentoonstelling.

Evolutie onderwijzen tegenover creationisme

Voor de Galerij van de Evolutie heeft de Educatieve Dienst nieuwe rondleidingen en educatieve ateliers uitgewerkt met uitleg over de evolutietheorie. De dienst hield ook vergaderingen met leerkrachten om ze advies te geven over hoe ze de evolutietheorie in hun wetenschapslessen kunnen opnemen. Met medewerking van wetenschappers werd gekeken met welke pedagogische middelen ze konden antwoorden op de door de creationistische beweging opgeroepen vragen.

sinds geruime tijd maakt de Educatieve Dienst lichte tentoonstellingen-workshops die door de 19 Brusselse gemeenten reizen. Hiervoor krijgt de Dienst steun van het Brussels Hoofdstedelijk gewest. Ze zijn gratis en worden geleid door gidsen van het Museum: het is een van de belangrijke gratis dienstverleningen van het KBIn.

In dit raam reisde de Educatieve Dienst in 2009 rond met de door haar begeleide tento-workshop Vogels in de stad / A vol d’oiseau. Ze beëindigde Water-L’eau in het museum Kijkduin (Den Helder) en bouwde Mini-jungle op in het Palais de l’univers et des sciences (Duinkerken).

17/11

Het Biodiversiteitsjaar 2010 wordt ingezet. Het boekje 366 tips voor de biodiversiteit brengt de campagne Ik geef leven aan mijn planeet weer op gang.

12.12

Reeds meer dan 3000 mensen engageerden zich in de campagne Ik geef leven aan mijn planeet. Doe ook mee op www.ikgeeflevenaanmijnplaneet.be.

Koninklijk Belgisch Instituut

voor Natuurwetenschappen

4. mUseUm

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen –

4. mUseUm

Koninklijk Belgisch Instituut

voor Natuurwetenschappen

4. mUseUm

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen –

4. mUseUm

Beheerscommissie Directiecomité van de POD Wetenschapsbeleid

Institutionele communicatie

Economische zaken

Internationale betrekkingen

Preventie en welzijn op het werk

Wetenschappelijke Raad

Koninklijk Belgisch Instituut

voor Natuurwetenschappen

ORGAniGRAm

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen

T. +32 (0)2 627 42 11

www.natuurwetenschappen.be

V.U.: Camille Pisani -Vautierstraat 29 -B.1000 Brussel