Het verleden op het spoor - pagina 3
Uit de tijd van vuur en steen
De site die in Remicourt werd blootgelegd is extra bijzonder: het team van Dominique stootte er op overblijfselen van een kampplaats van Neanderthalers uit de oude steentijd, zo’n 80.000 jaar geleden. Opgravingen van nederzettingen van deze leeftijd en kwaliteit zijn erg uitzonderlijk, niet alleen omdat een groot deel van het materiaal vergaat, maar ook omdat de overblijfselen zich veel dieper onder de grond bevinden dan recentere overblijfselen. Over een afstand van 80km lijkt dit zoeken naar een speld in een hooiberg; hoe begin je daaraan?
Dominique: “De aanwezigheid van silex (vuursteen) is een goede aanwijzing, aangezien dit materiaal in het Paleolithicum het meest werd gebruikt. In de stalen die over de hele lengte van de HST-lijn werden genomen, zochten we dus vooral naar plaatsen met een hoge silexconcentratie. Op die plaatsen werd dieper gegraven, tot een diepte van 5m.”
3 plaatsen met hoge silexconcentratie werden uitgekozen, en bij één ervan was het bingo: de site van Remicourt, in het zuiden van het vruchtbare Haspengouw-gebied, werd ontdekt. 80.000 jaar geleden hielden Neanderthaljagers hier kort halt. De open locatie maakt deze vondst nog uitzonderlijker: gewoonlijk worden zulke kampplaatsen enkel in grotten teruggevonden. “Daarenboven zijn de resten uitzonderlijk goed bewaard”, vertelt Dominique, “zeker als je bedenkt hoe oud deze kampplaats is.”
Wil je meer weten over de archeologische opgravingen op de HST-lijn? Aude en Dominique goten de resultaten in de rondreizende tentoonstelling “Het verleden op het spoor”, die nog enkele maanden op verschillende plaatsen in België te zien is. Meer info in onze rubriek ‘Museumkrant’.
Steen en been
De gevonden overblijfselen brachten nieuw inzicht in de gebruiken van Neanderthalers. Zo werden op een stukje van 2m² microscopische hout- en beenderresten van dieren aangetroffen. Organisch materiaal blijft enkel zo lang bewaard als het werd verbrand: hier werd dus vuur gemaakt. Opvallend is dat deze prehistorische vuurplaats vooral beenderfragmenten met sponsachtige structuur bevat. Dit deel van beenderen bevat veel vet, en brandt daarom goed.
Gebruikssporenonderzoek wees ook uit dat enkele van de gevonden stukken silex mogelijk gebruikt zijn als een soort beitel om beenderen te breken. Dit zijn aanwijzingen in de richting dat het een algemeen gebruik van deze Neanderthalers was om vette stukken bot te gebruiken als brandstof.
“Dit voorbeeld laat nogmaals zien dat het belangrijk is om zoveel mogelijk elementen en specialisten samen te brengen,” benadrukt Dominique. “Alleen zo kan je tot sluitende theorieën over de zeden en gebruiken van onze voorouders komen!”.