U bent hier: Home » ... » ... » 250 jaar natuurwetenschappen » CITES - Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora

CITES - Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora

Deze pagina naar iemand opsturen Deze pagina afdrukken
Titel: 250 jaar Natuurwetenschappen

CITES (Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora) is een internationale wetgeving die de handel in bedreigde planten- en diersoorten aan banden moet leggen. Toch wordt deze handel nog steeds in alle hevigheid gedreven; de winsten die kunnen worden gemaakt zijn dan ook niet gering. In de tentoonstelling 250 jaar natuurwetenschappen zijn enkele slachtoffers van deze natuurbedreigende activiteiten te bekijken: een Siberische tijger, een Aldabra-reuzenschildpad en enkele prachtige koralen. Het zijn verboden 'handelswaren' die door de douane werden onderschept, en daarna aan de collecties van ons Museum werden toevertrouwd.

Door het inzetten van onze wetenschappelijke kennis vecht het Museum tegen de bedreiging die deze handel vormt voor de biodiversiteit. Enerzijds maken een aantal van onze wetenschappers deel uit van het Belgisch wetenschappelijk comité dat advies en technische ondersteuning biedt aan beleidsmakers; anderzijds helpen zij politie en douane bij het vaststellen van overtredingen.

Zo doen politie en douane regelmatig beroep op Georges Lenglet, verantwoordelijke voor de collectie van gewervelden in het Museum. Zijn uitgebreide kennis wordt ingezet om de soort en herkomst van verhandelde dieren vast te stellen, en vooral of hun handel toegelaten, gedeeltelijk of volledig verboden is.

Het moeilijkst zijn de politie-interventies bij dieren die illegaal in gevangenschap worden gehouden. Georges Lenglet vergezelt het politieteam daarbij ter plaatse. Meestal gaat het om apen en grote katachtigen. “De confrontatie met de vaak hartverscheurende situaties laten je nooit onverschillig,” vertelt Georges. “Dieren die worden verwaarloosd, ondervoed of ziek zijn, en leven in slecht onderhouden en onaangepaste kooien... Jammer genoeg worden de clichés maar al te vaak bevestigd.”

Voor de douane, vaak in de Belgische luchthavens, gaat het meestal om dode specimens of fragmenten van dieren die bestemd zijn voor medicijnen, decoratie... en zelfs ingevroren vlees voor consumptie in restaurants. In het laatste geval is identificatie enkel mogelijk wanneer er nog beenderresten aanwezig zijn in het vlees. Zoniet, moet er beroep worden gedaan op DNA-onderzoek om de soort te identificeren.

“Via DNA-onderzoek kan een organisme geïdentificeerd worden vanuit het kleinste lichaamsfragment,” vertelt Thierry Backeljau, werkleider bij onze dienst Malacologie en mede-oprichter van het JEMU-project, dat op basis van de collecties van het KBIN, en het KMMA uitgebreid aan DNA-onderzoek doet en daarmee bijdraagt aan internationale DNA-databanken. “Vlees, pluimen, karkassen, beenderfragmenten, tanden, huiden... Noem maar op, je kan via DNA-analyse in de meeste gevallen de soort bepalen.”

De technieken beperken zich niet tot het bepalen van de soort, maar ook van de herkomst van het dier “Dankzij DNA-analyses kan je zelfs nagaan uit welke regio een stuk ivoor komt, en zo controleren of het dier niet werd gestroopt in een illegaal jachtgebied.”

Het is verbazingwekkend hoeveel planten en dieren nog steeds illegaal uit hun habitat worden geplukt om voor grof geld te worden verkocht. Het verwijderen van een organisme kan een grondige impact hebben op het milieu en op de biodiversiteit. “Een hond of kat zal altijd meer vriendschap geven dan een makaak of een capucijnaap in een kooi”, zucht Georges Lenglet. “We kunnen het niet vaak genoeg herhalen... Houd geen dieren gevangen als het niet toegelaten is.”

 



 

 
Laatst gewijzigd : 01 oktober 2008