Reis rond de wereld in 25.000 jaar
De verspreiding van de eerste primaten
De primaten worden verdeeld in twee grote groepen. De groep van de Strepsirrhini (Halfapen) bevat de lemuren, de loris en hun fossiele verwanten. De groep van de Haphlorhini bestaat uit de spookdiertjes en uit de apen, waartoe ook de mens behoort, en hun fossiele verwanten. We hebben slechts een vaag idee over de voorouders van de huidige primaten, evenals over die van andere moderne groepen zoogdieren, die plots opdoken aan het begin van een tijdperk dat het Eoceen wordt genoemd, zo’n 55 miljoen jaar geleden. Fossiele vondsten lijken aan te geven dat zij in de geschiedenis bijna gelijktijdig in Azië, Europa en Noord-Amerika verschenen. Meerdere scenario’s hebben geprobeerd de verspreiding van deze groepen over de verschillende continenten te verklaren. Uit resultaten van dit nieuw onderzoek blijkt geen van deze hypothesen overeind te blijven. Integendeel, er verschijnt een heel nieuw biogeografisch scenario.
De oplossing: koolstof!
Thierry Smith, paleontoloog bij ons Museum, deed een nieuwe studie naar de verspreiding van de eerste primaten, in samenwerking met zijn Amerikaanse collega’s Kenneth D. Rose van de Johns Hopkins University en Philip D. Gingerich van de University of Michigan.
Aan het begin van het Eoceen wordt een opvallende daling van de hoeveelheid koolstof-13 in de atmosfeer gemeten, die gepaard gaat met een periode van intense wereldwijde opwarming van ongeveer 100.000 jaar. Dit minimum aan koolstof-13 kan dus dienen als een merkpunt in de tijd.
Globale opwarming: een duwtje in de rug voor snelle verspreiding?
Deze studie werd gepubliceerd in de Proceedings of the National Academy of Sciences van de Verenigde Staten. De onderzoekers werden gefinancierd door Federaal Wetenschapsbeleid, de National Geographic Society en de U.S. National Science Foundation.
Meer weten:
Thierry Smith, Kenneth D. Rose en Philip D. Gingerich (2006)
Rapid Asia–Europe–North America geographic dispersal of earliest Eocene primate Teilhardina during the Paleocene–Eocene Thermal Maximum.
In: PNAS 2006 103: 11223-11227
De bekende Amerikaanse wetenschapsjournalist Carl Zimmer heeft een commentaar geschreven op het artikel: klik hier voor het commentaar (wordt geopend in een nieuw venster - bestaat alleen in het Engels).