U bent hier: Home » ... » ... » ... » De poolgebieden: Getuigen van de toekomst » De poolgebieden: Getuigen van de toekomst

De poolgebieden: Getuigen van de toekomst

Deze pagina naar iemand opsturen Deze pagina afdrukken
De poolgebieden: Getuigen van de toekomst

Suspens op de Polarstern ...

Op vrijdagavond 18 mei 2005 beëindigden we zoals gewoonlijk ons werk op een van onze stopplaatsen met het binnenhalen van de fuiken. Die bevonden zich op een diepte van 3337 meter. In de loop van de dag was de mist alsmaar dichter geworden. Het ijs was eerst nogal losjes, maar nu werd het weer compacter. Het moment om de netten weer binnen te halen was daardoor uitgesteld geraakt en het was nu bijna valavond. Kortom, de omstandigheden konden moeilijk slechter zijn.

Toen we ter hoogte van de fuiken aankwamen, stuurde het systeem Posidonia van op de brug een signaal uit. We volgden het opstijgen van de fuiken, wat verloopt met een snelheid van 0.7 m per seconde. Aan het wateroppervlak werden de omstandigheden ondertussen kritiek, maar we hadden geen keuze! Op 20 m onder de zeespiegel viel het signaal uit, wat normaal is. Maar we wisten precies waar de fuiken moesten verschijnen, vlak voor ons, op 100 m van de boot. En dan hadden we een ongelooflijke meevaller : net voor ons, en nergens anders, klaarde de mist op, als was dit speciaal bedoeld om de klus wat makkelijker te maken! Iemand kondigde aan dat de fuiken normaal al boven moesten zijn gekomen. Alle ogen speurden het wateroppervlak af, maar er was niks te zien, tenzij twee of drie ijsschotsen. Het besluit was nogal evident : onze fuiken moesten wel onder een ervan hangen. Vlak voor ons dreef er een heel dikke ijsschots die meteen verdachte nummer één werd. De bevelhebber deed de boot toen enkele keren heen en weer gaan en zo brak hij de ijsschots met Zwitserse precisie in stukken. Niets te zien! Een ploeg met een klassieke afstandsbediening trok toen naar de brug : de afstand tussen de boot en het akoestisch apparaatje op de fuiken was niet groot, dus moest hij nauwkeurig kunnen worden bepaald. Maar niks, geen antwoord.

Ondertussen werd het donker en werden de gigaprojectoren van de Polarstern ontstoken. De spanning steeg ten top. Stilaan begon ik te berekenen hoeveel deze zending had gekost, wat de prijs was van twee reeksen fuiken. Het drong ook tot me door dat op alle voorziene haltes onze fuiken reeds ergens in het water hingen. Het hoofd van de expeditie stelde dan een laatste mogelijkheid voor : de boot ging rondjes varen rond de plaats waar de fuiken boven water moesten zijn gekomen. Maar door al die bewegingen raakten we het spoor bijster van de mogelijk verdachte ijsschotsen… Was alles nu om zeep? De tweede in bevel, die altijd van op de brug de operaties leidde voor het weer binnenhalen van de fuiken, trok alvast zijn overall uit. De boot begon wat rondjes te draaien, om ons geweten te sussen.

En plots een schreeuw op de boordradio : ‘sie sind da!’. Op de brug een trillende ‘tuut’ van de radiosignalen, bewijs dat de fuiken aan het oppervlak dobberden. Ik liep naar stuurboord en geloofde mijn eigen ogen niet : onze gele boeien! De kooi stak vast onder een kleine ijsschots van niemendal. En puur toevallig was de Polarstern erover gevaren.

Weinig dieren in de fuiken : ze waren maar een korte tijd op de bodem gebleven en de meest beweeglijke waren waarschijnlijk weer weggezwommen! Maar desondanks dronken we champagne!

Met Polarsterngroeten,

Claude

 

Pagina : 1 / 2 / 3 / 4

 
Laatst gewijzigd : 07 mei 2007