De poolgebieden: Getuigen van de toekomst
Ijsbergen vernietigen het leven
Ook het arctische zeeleven onder 30m krijgt het zwaar te verduren, ook al zijn de rechtstreekse effecten van UV-straling er weinig merkbaar. De opwarming veroorzaakt namelijk een grotere productie en verschuiving van ijsbergen.
"Langs de randen van Antarctica liggen kilometers ijsvlakten, die afglijden naar de zee. Zo worden ‘iceshelves’ of vlottend ijs gevormd, die later afbreken tot ijsbergen. Dit is altijd zo geweest, maar de laatste 10 à 20 jaar merken we dat de ijsvlakten veel sneller afbreken. Talrijke vierkante kilometers zijn zelfs volledig verdwenen. Dit is een belangrijk effect van de opwarming; rond de Antarctische Peninsula is de gemiddelde jaartemperatuur in 50 jaar tijd gestegen met 2,4°C. Enorm veel, zeker rond een grens van 0°C".
Schaaldieren: een belangijke ecologische schakel
Verder bestudeert het team niet rechtstreeks de effecten van global change. Claude De Broyer specialiseerde zich in de carcinologie: het onderzoek van schaaldieren (Crustacea). Voornamelijk vlokreeftjes (Amphipoda) kunnen van zijn volle aandacht genieten, en de laatste jaren worden ook de diepere delen van de oceaan grondig doorzocht naar crustaceeën. Maar in deze vaak nog onbekende zones worden ook nieuwe vissen, sponzen, weekdieren… ontdekt.
"De biodiversiteit van de antarctische fauna is nog weinig bekend, en de crustaceeën vormen de soortenrijkste groep in de antarctische zeëen. Tot nu toe werden voor de vlokreeftjes alleen al meer dan 800 soorten geïnventariseerd. In de diepe zee, op meer dan 1000m diepte, werden nog eens 100-den nieuwe, onbekende soorten verzameld. Het leven is er dus extreem rijk en gediversifieerd. Ook kijken we naar de rol van crustaceeën in het ecosysteem: wanneer die gekend is, kan ook veel beter voorspeld worden wat de resultaten van klimaatsveranderingen kunnen zijn op de structuur van de voedselketen. En dus op al het leven in de oceaan…".
De expeditieleden ontdekten dat deze ijsbergen de bodem van de oceaan afschaven, en zo de volledige levensgemeenschap vernietigen. Rond heel het continent zou 10% van het erg rijke bodemleven beïnvloed worden door het verhoogde aantal ijsbergen. "A priori is dat geen probleem, omdat de gemeenschappen zich kunnen herstellen,” vertelt Claude De Broyer. “Maar door de lichtcyclus en de ijsbedekking is de periode van primaire productie in deze gebieden beperkt en ligt de voedselproductie erg laag, zodat het herstel tientallen tot zelfs honderden jaren kan duren".
Om de gevolgen van deze verstoring op lange termijn vast te stellen, werd in 2004 het project BENDEX (Benthos Disturbance Experiment) opgestart. Daarbij werd een stuk bodem van 1km op 200m artificieel verstoord. Over de komende 10 jaar zal het herstelvermogen van de benthische gemeenschappen gevolgd worden.
In januari start, in samenwerking met Duitse collega’s, de missie ANDEEP III. De Polarstern, een Duitse ijsbreker uitgerust voor oceanologisch onderzoek, vertrekt daarbij voor drie maanden voor een verkenning van de bodems van de zuidelijke oceaan.