Onze wetenschappers op de Belgica
Vaak wordt gedacht dat de bodem van het Belgische deel van de Noordzee uitsluitend bestaat uit zand en slib. Maar in de buurt van de Westhinder, een zandbank zowat 25 km uit onze kust, bevinden zich keienvelden.
Édouard Van Beneden, een bioloog van de Luikse universiteit, was een van de pioniers van het zeeonderzoek in België. In 1883 gaf hij volgende beschrijving van de fauna in dit gebied :
Alcyonum digitatum, dodemansduim (een ‘week koraal’)
Sinds vele decennia hebben we geen nieuws meer over deze uitzonderlijke bodemrijkdom. Heeft Édouard Van Beneden dit gedroomd, of is de biodiversiteit daar zo ingrijpend veranderd? Kennen we onze huidige zeefauna echt wel goed?
Een eerste antwoord op deze vragen kunnen we krijgen door het bestuderen van de imposante verzameling zeeorganismen die Gustave Gilson, een gewezen directeur van ons Museum, meebracht van zijn verkenningstochten op zee, tussen 1900 en 1910, zowat 20 jaar dus na de vaststellingen van Van Beneden. Omdat een onderzoeksploeg van het Museum veel energie stopte in het informatiseren van deze gegevens, kunnen we vandaag bevestigen wat Van Beneden en anderen schreven. En belangrijker nog: we kunnen heel precies deze ooit zo rijke gronden lokaliseren.
Hoe is het er vandaag mee gesteld? Aan boord van de Belgica onderzochten wetenschappers van ons Museum van 13 tot 24 juni deze locaties rond de Westhinder, in het kielzog van de pioniers. En ja hoor: tonnen stenen van alle afmetingen en soorten werden met een speciaal ontworpen boomkor, een soort sleepnet, bovengehaald.
Het leven in deze zone verschilt duidelijk van dat in de zand- en slibzones die dominant zijn in de zuidelijke baai van de Noordzee. Zo zijn er duidelijk meer soorten aanwezig. We deden twee verrassende vondsten: een zeepaardje (Hippocampus hippocampus) en de boormossel Barnea parva, die in deze streek nog niet werden gesignaleerd. Op onze expeditie was ook een ploeg duikers mee. Voor de eerste maal namen ze hier onderwaterbeelden. En die bevestigden de waarnemingen en vaststellingen van Van Beneden en Gilson.
Kortom: deze eerste campagne bevestigt volledig wat in oude geschriften is te vinden. Het grote ecologische belang van deze zone komt duidelijk naar voren in ons huidige onderzoek… Verbazend toch dat natuurkenners haar zo lang links lieten liggen, hoewel Gilson reeds in 1921 had gesuggereerd om haar te beschermen. 85 jaar later, nu het belang van duurzame ontwikkeling meer en meer ingeburgerd raakt, is deze suggestie van Gilson actueler dan ooit.
Barnea parva, boormossel, tot nu zelden gesignaleerd in Belgische wateren