U bent hier: Home » ... » ... » Archief 2005 » Onze wetenschappers op de Belgica

Onze wetenschappers op de Belgica

Deze pagina naar iemand opsturen Deze pagina afdrukken
in het kielzog van de pioniers

Vaak wordt gedacht dat de bodem van het Belgische deel van de Noordzee uitsluitend bestaat uit zand en slib. Maar in de buurt van de Westhinder, een zandbank zowat 25 km uit onze kust, bevinden zich keienvelden.

Édouard Van Beneden, een bioloog van de Luikse universiteit, was een van de pioniers van het zeeonderzoek in België. In 1883 gaf hij volgende beschrijving van de fauna in dit gebied :

Onderwaterbeeld van een geïsoleerde steen

Onderwaterbeeld van een geïsoleerde steen en van de fauna errond

 

Foto van dodemansduim

Alcyonum digitatum, dodemansduim (een ‘week koraal’)

‘Blijkbaar bestaat er een echte bank van afgeronde stenen. Waarschijnlijk kennen Engelse vissers deze rotsachtige strook; in vroegere periodes kwamen ze hier soms vissen op grote oesters, zogenaamde paardenvoeten’ (noot : het gaat hier om de platte oester Ostrea edulis; deze oesterbanken verdwenen in de jaren 1870) […]. ‘Op deze plaatsen is de zeebodem letterlijk bedekt met een onontwarbaar woud van dicht opeen en zelfs door elkaar levende sponzen, poliepen, anemonen, dodemansduimen, mosdiertjes, manteldieren en tweekleppige weekdieren die tegen mekaar gedrongen zitten en soms zelfs in mekaar steken […] Ik moet toegeven dat ik nergens, met één trek van het net, een dergelijke hoeveelheid dieren van alle mogelijke soorten en vormen heb gezien’.

 

Sinds vele decennia hebben we geen nieuws meer over deze uitzonderlijke bodemrijkdom. Heeft Édouard Van Beneden dit gedroomd, of is de biodiversiteit daar zo ingrijpend veranderd? Kennen we onze huidige zeefauna echt wel goed?

 

Een eerste antwoord op deze vragen kunnen we krijgen door het bestuderen van de imposante verzameling zeeorganismen die Gustave Gilson, een gewezen directeur van ons Museum, meebracht van zijn verkenningstochten op zee, tussen 1900 en 1910, zowat 20 jaar dus na de vaststellingen van Van Beneden. Omdat een onderzoeksploeg van het Museum veel energie stopte in het informatiseren van deze gegevens, kunnen we vandaag bevestigen wat Van Beneden en anderen schreven. En belangrijker nog: we kunnen heel precies deze ooit zo rijke gronden lokaliseren.

Foto van een deel van de opgehaalde stenen

Stenen van alle afmetingen

 

Foto van één van de opgehaalde stenen

… soms echt grote!



Hoe is het er vandaag mee gesteld? Aan boord van de Belgica onderzochten wetenschappers van ons Museum van 13 tot 24 juni deze locaties rond de Westhinder, in het kielzog van de pioniers. En ja hoor: tonnen stenen van alle afmetingen en soorten werden met een speciaal ontworpen boomkor, een soort sleepnet, bovengehaald.

 



Welke resultaten kunnen we reeds melden? Geen enkele verrassing voor wat ooit de natuurlijke banken met platte oesters waren: de platte oester is inderdaad zo goed als verdwenen uit de Noordzee. We hebben enkel lege schelpen gevonden, wat wijst op de vroegere aanwezigheid van oesters in deze buurt. Andere soorten die heel gewoon waren in de tijd van Gilson vonden we niet meer terug, bv. Flustra foliacea (bladachtig hoornwier), geen wier maar een soort mosdiertje. Daarnaast zijn kwetsbare, vastzittende soorten (bloempoliepen, mosdiertjes, kwalpoliepen, sponzen) die typisch zijn voor dit soort bodem nog wel aanwezig, maar minder overvloedig en over het algemeen van kleinere afmetingen. We stellen een duidelijke fragmentatie en verarming vast van de biologische rijkdom in dit gebied.

Foto van een boomkor

Boomkor (met een boom van 2m), gebruikt voor deze toch wel speciale vangst

 

Foto van een zeepaardje

Zeepaardje



Het leven in deze zone verschilt duidelijk van dat in de zand- en slibzones die dominant zijn in de zuidelijke baai van de Noordzee. Zo zijn er duidelijk meer soorten aanwezig. We deden twee verrassende vondsten: een zeepaardje (Hippocampus hippocampus) en de boormossel Barnea parva, die in deze streek nog niet werden gesignaleerd. Op onze expeditie was ook een ploeg duikers mee. Voor de eerste maal namen ze hier onderwaterbeelden. En die bevestigden de waarnemingen en vaststellingen van Van Beneden en Gilson.

 




Kortom: deze eerste campagne bevestigt volledig wat in oude geschriften is te vinden. Het grote ecologische belang van deze zone komt duidelijk naar voren in ons huidige onderzoek… Verbazend toch dat natuurkenners haar zo lang links lieten liggen, hoewel Gilson reeds in 1921 had gesuggereerd om haar te beschermen. 85 jaar later, nu het belang van duurzame ontwikkeling meer en meer ingeburgerd raakt, is deze suggestie van Gilson actueler dan ooit.

Foto van enkele boormossels

Barnea parva, boormossel, tot nu zelden gesignaleerd in Belgische wateren

 

Dit onderzoek wordt gevoerd in het kader van het project ‘The Hinder Banks: yet an important region for the Belgian marine biodiversity?’. Dit project wordt gefinancierd door het Federaal Wetenschapsbeleid in het kader van het programma ‘PODO2 : global change, ecosystemen en biodiversiteit’. De onderwateropname is gebruikt met de vriendelijke toestemming van Jérôme Mallefet, coördinator van het project ‘BeWreMaBi : Belgian Shipwrecks : hostpots for marine biodiversity’ (gefinancierd door hetzelfde programma).
Foto’s: Jean-Sébastien Houziaux, Francis Kerckhof (BMM) en Michael Fettweis (BMM).

 
 
Laatst gewijzigd : 07 mei 2007