U bent hier: Home » ... » ... » Archief 2005 » De terugkeer van de slechtvalken

De terugkeer van de slechtvalken

Deze pagina naar iemand opsturen Deze pagina afdrukken

Slechtvalken: een korte voorstelling

De slechtvalk (Falco peregrinus) is de wijdst verspreide grote valk: de soort komt wereldwijd voor, met uitzondering van Antarctica en Nieuw-Zeeland. Dit is vooral te danken aan haar succesvolle jachttechniek: de slechtvalk slaat middelgrote vogels (stadsduiven, spreeuwen, lijsters, meeuwen,…) in de vlucht, na een snelle achtervolging of door stootduiken vanuit grote hoogte. Tijdens het duiken worden de vleugels gesloten, en worden snelheden tot 300km/u gehaald. Horizontale snelheden lopen op tot 110km/u; de slechtvalk is daarmee het snelste dier ter wereld.

De slechtvalk is gebouwd naar deze snelheden: een gedrongen, gestroomlijnd lichaam, spitse vleugels met een brede basis en een spanwijdte tot meer dan één meter. Je herkent een slechtvalk ook aan zijn staalgrijze bovenzijde, opvallende lichte borst met vlekkenpatroon, en typische baardstrepen aan de kop.

Bedreigingen

Het woord ‘slecht’ stond in de Middeleeuwen voor alledaags, gewoon. De slechtvalk was in onze streken ooit nog een algemeen voorkomende soort. Vanaf 1950 begon het aantal slechtvalken echter sterk achteruit te gaan, onder andere door jagers en eierroof, maar vooral door het gebruik van schadelijke pesticiden (zoals DDT) in de landbouw.

De gifstoffen in pesticiden worden samen met voedsel opgenomen door kleinere organismen. Door veel vergiftigde prooidieren te eten, neemt een dier dat hoger in de voedselketen staat hoge concentraties gifstoffen op. Dit wordt bio-accumulatie genoemd. De slechtvalk, een toppredator en dus bovenaan zijn voedselketen, kreeg in de jaren ’50 op deze manier veel gif binnen. Dit veroorzaakte onvruchtbaarheid, broze eieren en tenslotte de dood van de valken.

In 1958 werd het laatste koppeltje broedende slechtvalken waargenomen; in de jaren zestig verdween de soort volledig uit België. Door het verbod op schadelijke pesticiden, en dankzij beschermingsprogramma’s in heel Europa, begon de slechtvalkpopulatie aan een langzaam herstel. De laatste jaren maken zij zelfs een heuse come-back… Maar niet zonder de hulp van verschillende organisaties en veel vrijwilligers.

Foto van de Sint-Michiel en Sint-Goedelekathedraal

Het koppel slechtvalken koos de linkertoren van de kathedraal uit om hun kroost groot te brengen.

Foto van een slechtvalk

Slechtvalk
© Guy Robbrecht, FIR

Foto van het mannetje van het koppel slechtvalken op de kathedraaltoren

Het mannetje van het broedpaar, op de toren van de kathedraal
© Didier Vangeluwe

Project Slechtvalk

In 1995 startte het Fonds voor Instandhouding van Roofvogels (FIR) een beschermingsprogramma voor slechtvalken. Dankzij het plaatsen van aangepaste nestkasten tegen hoge gebouwen, hoogspanningsmasten en de koeltorens van Belgische kerncentrales, telt België dit jaar reeds 40 broedparen.

Medewerkers van het Museum voor Natuurwetenschappen zorgen daarbij voor wetenschappelijke begeleiding, waarbij meer bepaald de Ringdienst instaat voor het ringen en tellen van de soort.

Deze samenwerking leidde zelfs tot een succes in het centrum van Brussel: reeds voor het tweede jaar op rij broedt een koppeltje slechtvalken in de Sint-Michiel en Sint-Goedelekathedraal. Bij de ontdekking van de eieren werd snel een camera-installatie bij het nest geplaatst. Dit laat toe de beelden van de kroost door te sturen naar een Tv-toestel beneden aan de kathedraal, waar voorbijgangers dit spektakel live en continu (ook ’s nachts, via infrarood) kunnen volgen!

Dit project wordt gerealiseerd in samenwerking met:
Fonds voor Instandhouding van Roofvogels
Commissie voor Ornithologie in Watermaal-Bosvoorde

Stad Brussel
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Politiezone Brussel-Hoofdstad-Elsene
Deken van de Sint-Michiel en Sint-Goedelekathedraal en de Kerkfabriek

Les Entreprises Louis De Waele N.V.
Electrabel

 
 
Laatst gewijzigd : 07 mei 2007