Een bronzen medaille voor België… voor Biologie
Achttien jaar en bruisend van talent
Onze toekomstige wetenschappers hebben talent. Dat hebben ze bewezen op de Internationale Biologie Olympiade. Die ging door van 12 tot 19 juli in het Tsukuba International Congress Center in Tsukuba, Japan en werd in aanwezigheid van de keizerlijke hoogheden prins en prinses Akishino plechtig geopend.
Aan deze ‘olympische spelen van de biologie’ namen 56 delegaties van over de gehele wereld deel, in totaal 221 studenten die net hun secundair onderwijs beëindigden. Het kruim van de toekomstige wetenschappers, want ieder deelnemend land stuurt de 4 laureaten van hun nationale olympiade, voor België twee Vlamingen (Charlotte Callewaert van Barnum Roeselaere en Samuel Vandewaeter van het Klein Seminarie, eveneens te Roeselaere) en twee Franstaligen (Jeanne Fourmentin van het Collège SaintJulien te Ath en Nicolas Lepers van het Institut St. Aubain Ste Elisabeth in Namen).
Na een zware week van zowel praktische als theoretische testen volgde een uitbundige proclamatie: Samuel Vandewaeter werd 136ste (met 55 %) op 221 en behaalt daarmee een bronzen medaille, Charlotte Callewaert eindigde als 167ste. Jeanne Fourmentin en Nicolas Lepers eindigden respectievelijk op de 175ste en 185ste plaats. Als we die resultaten in hun context plaatsen, wordt duidelijk waarom ze zo merkwaardig zijn.
Wat is de Biologie Olympiade?
De Internationale Biologie Olympiade is een competitie voor jongeren uit de derde graad van het secundair onderwijs die laureaat zijn van de preselectie in hun land. Ieder jaar is een ander land gastheer voor de Olympiade (in 2001 was dit België). De internationale jury bestaat uit professoren en experten van de deelnemende landen. In de theoretische en praktische proeven komen alle domeinen van de biologie - vooral de meest actuele - aan bod, in theorie op het niveau van het secundair onderwijs, maar dikwijls het bachelorniveau waardig!
Voor de praktische proeven moesten de deelnemers de specifieke activiteit van een enzyme meten en spectrofotometrisch bepalen, een zijderups in- en uitwendig bestuderen, mutanten van het bananenvliegje sexen en chromatografisch scheiden op basis van oogpigmenten, vruchten en zaden analyseren, het bewegingsmechanisme van de flagelle van een eencellige alg ontrafelen en een celcyclus reconstrueren door cellen te tellen en te meten. Niet vanzelfsprekend! De cijfers spreken voor zich: het gemiddelde voor de praktische test lag op 51 %.
De theoretische test was eveneens niet van de poes: 54 meerkeuzevragen, en 35 vragen met grafieken, berekeningen, invul- en sorteervragen over alle aspecten van de actuele biologie (celbiologie, fysiologie en anatomie, genetica, ecologie, biosystematiek en ethologie).
Amateurs en professionelen
Onze studenten die uit een algemeen secundair onderwijs komen, waar maximaal twee uur biologie per week in het lessenpakket is opgenomen, hebben het moeilijk op dergelijke internationale competities. In veel andere landen, zoals in Aziatische landen en de Verenigde Staten, om er maar enkele te noemen, is het secundair onderwijs anders geörienteerd. In plaats van een algemeen onderwijs is er mogelijkheid tot een doorgedreven specialisatie, waarbij het aantal uren biologie tot 6 à 9 uur per week kan bedragen. Ook in vele Europese landen bestaat een wetenschapsopleiding op secundair niveau. Dergelijke studenten hebben uiteraard meer kans op medailles en voor sommigen zijn daar ook interessante beloningen aan verbonden: toegang tot bepaalde universiteiten, studiebeurzen of toelagen om in het buitenland te studeren. De prestaties van onze laureaten, die zich weten te handhaven tussen deze ‘professionelen’ zijn daarom des te merkwaardiger. Deelnemen aan een Olympiade is voor hen daarbij belangrijker dan winnen.
Jongeren met interesse voor wetenschappen blijven in ons secundair onderwijs spijtig genoeg op hun honger. Het jaarlijks stijgend aantal deelnemers aan de nationale biologie olympiade en de motivatie van de geselecteerden om zelfstandig een groot pakket leerstof grondig te verwerken, tonen dit aan. De voorgestelde wijziging van de eindtermen biologie voor de 1ste graad beloven nochtans weinig goeds en zouden zelfs de klok terugdraaien. We kunnen maar hopen dat de nieuwe minister van onderwijs dit plan niet doorvoert. We blijven ijveren voor een richting met een degelijk pakket wetenschappen, zoals in de meeste van onze buurlanden, zodat we gewapend zijn om het groeiend tekort aan wetenschappers in de toekomst op te vangen.