Dieren voor de Goden
De beentjesknagers
Als je houdt van uitdagende puzzels met veel verschillende stukjes, dan kan je een carrière in de archeozoölogie in overweging nemen. Archeozoölogen bestuderen dierlijke resten en sporen uit archeologische opgravingen, en proberen zo de relaties tussen mens en dier in vervlogen tijden te reconstrueren.
Wim Van Neer, hoofd van de dienst Bioarcheologie van ons Museum, is gespecialiseerd in dierenresten uit Europa, Afrika en het Midden-Oosten. “Ons team neemt wereldwijd deel aan opgravingen van oude menselijke beschavingen, om er de dierlijke en plantaardige resten te analyseren”, vertelt Wim. “Bij de dierenresten gaat het dan zowel om slacht- en keukenafval, bewerkte beenderen als om dieren die gebruikt werden in oude rituelen.”
Niet alleen dierenbotten geven nuttige informatie; ook schelpen, tanden, schubben, huid en haar zijn belangrijk. Na het opgraven wordt het materiaal in een laboratorium nauwkeurig schoongemaakt, uitgeselecteerd en opgemeten; een aanzienlijk karwei. “Ze noemen me thuis de Beentjesknager”, lacht Veerle Linseele, archeozoöloge in het team van Wim en verbonden aan het Center for Archaeological Sciences van de Katholieke Universiteit Leuven.
De identificatie van de resten gebeurt door ze te vergelijken met recent materiaal uit de collecties van het Museum. “En dan kunnen we alles in een archeologische context plaatsen”, vertelt Veerle. “Dankzij al die stukjes en botjes kunnen we het leven van mensen en dieren van duizenden jaren geleden achterhalen.”
Alle foto's © Hierakonpolis Expedition