Walvissen uit de woestijn - pagina 3
De opgravingsite die Olivier tot in Peru bracht, is uitzonderlijk rijk aan fossielen: “De grote oppervlakte is ermee bezaaid: elke 10 meter wordt een fossiel gevonden,” vertelt Olivier. “De zone waar nu het woestijngebied ligt moet erg ondiep geweest zijn. Karkassen worden meestal afgezet in ondiep water. De stroming heeft ze mee daar doen belanden.”
De fossielen zijn bovendien van uitzonderlijke kwaliteit. “Het ondiepe water heeft ervoor gezorgd dat ze snel door sediment werden bedekt. Dat maakt niet alleen dat de beenderen goed bewaard zijn, maar ook dat de dieren in één mooi geheel zijn gebleven.” De gevonden walvisfossielen worden vrijgemaakt van zand, ter plaatse gelijmd, en veilig verpakt in plaaster voor hetT transport naar het labo.
Bij een aantal walvissen werden de baleinen uitzonderlijk goed bewaard, omdat ze snel met fijn zand werden bedekt.
De site is ook rijk aan archeologische overblijfselen. Het team vindt regelmatig potscherven, schelpen,… van beschavingen van voor het incatijdperk.
Olivier is enthousiast over de vondsten, vooral omdat ze veel vertellen over het ontstaan van de moderne walvisgroepen. “De Archaeoceti - de eerste walvissen - maakten zo’n 35 miljoen jaar geleden plaats voor de twee grote (huidige) walvisgroepen: de tandwalvissen en baleinwalvissen. Vooral vanaf het Mioceen (23-5 miljoen jaar geleden), verschijnt een hele reeks moderne families: de echte dolfijnen, bruinvissen, grondeldolfijnen, rivierdolfijnen, potvissen… De ontwikkeling van deze nieuwe groepen speelde zich vooral af in de Stille Oceaan.”
En dat maakt het gebied in Peru nu nét de ideale plek: “De site was tijdens deze periode een stukje van de bodem van de Stille Oceaan, en de fossielen van de oudste leden van deze families zijn hier te vinden!”
Van de vele gevonden fossielen, ontfermt Olivier zich vooral over de tandwalvissen: walvissen met tanden, en zonder baleinen. “Vooral de spitssnuitdolfijnen zijn mijn gebied,” vertelt Olivier. ”Van deze mysterieuze familie worden nog steeds nieuwe soorten ontdekt in afgelegen delen van het zuidelijke halfrond. Kenmerkend voor deze dieren is de opmerkelijke reductie van het aantal tanden. Enkel één of twee paar tanden blijven over, maar deze zijn bij volwassen mannetjes des te spectaculair!”
In het Pisco-gebied kan Olivier de eerste leden uit het Mioceen van deze speciale groep dolfijnen onderzoeken. “Maar het grootste deel van de expeditie hebben we in het woestijnzand doorgebracht,” lacht Olivier. “In februari keren we terug naar de Universiteit van Lima, om de vondsten in het labo te bestuderen. Wie weet wat we nog zullen ontdekken!”
De woestijnwind legt de skeletten progressief bloot. Je ziet de verschillende fossielhoudende lagen, die werden geërodeerd door de wind.
Foto's: Giovanni Bianucci en Olivier Lambert
Deze expeditie werd gerealiseerd in samenwerking met (deze websites worden geopend in een nieuw venster):
- Mario Urbina Schmitt et Rodolfo Salas Gismondi, Museo de Historia Natural, Universidad Nacional Mayor de San Marcos, Departamento de Paleontologia de Vertebrados, Lima, Peru
- Giovanni Bianucci, Dipartimento di Scienze della erra dell'Universita di Pisa, Pisa, Italië
- Klaas Post, Natuurhistorisch Museum Rotterdam, afdeling vertebraten, Rotterdam, Nederland