Doel van de expeditie

De Paleotrip brengt de expeditieleden naar het Amoergebied, diep in het zuidoosten van Rusland. Al sinds 2001 worden hier opgravingen georganiseerd door de paleontologen van ons Museum en van het Museum voor Paleontologie van de Amoer. Net als vorig jaar gaan de opgravingen door in Blagoveschensk, een stad gelegen aan de rivier Amoer, die er de grens met China vormt.
De opgravingen in het Amoergebied zijn van onschatbare wetenschappelijke waarde. De fossielen stammen uit de periode vlak voor het verdwijnen van de dinosauriërs, zo'n 65 miljoen jaar geleden. Fossielen uit deze periode zijn erg zeldzaam, zodat paleontologen over de hele wereld nog steeds worstelen om één van de hardnekkigste raadsels uit de paleontologie op te lossen.
Catastrofe of niet?
Er bestaan uiteenlopende theorieën over het verdwijnen van de dinosauriërs. Eén van de meest bekende is de 'catastrofe-theorie', waarin de inslag van een enorme meteoriet de aarde in een stofwolk zou hebben gehuld en zo het leven voor een groot deel van de planten en dieren onmogelijk maakte.
Tot voor kort was het onderzoek over de periode vlak voor het uitsterven van de dinosauriërs vooral gebaseerd op de fossielen die werden ontdekt in Noord-Amerika, ten westen van de Rocky Mountains. Het aantal op deze plek gevonden soorten is vrij laag, waaruit onderzoekers afleidden dat de dinosauriërs eerder geleidelijk verdwenen. De ‘catastrofe-theorie’ verloor hierdoor aan kracht: het is best mogelijk dat er een meteorietinslag plaatsvond op dat tijdstip in de geschiedenis, maar die zou hoogstens de genadeslag hebben kunnen toedienen aan de reeds uitstervende dinosaurussen.

"Dino-diversiteit"
De fossielen uit Azië, die uit dezelfde periode stammen, werpen echter een heel nieuw licht op het uitsterven van de dinosauriërs. Een vergelijking van de vondsten geeft aan dat de fauna aan weerszijden van de Beringstraat totaal verschilde.
Het Amoergebied werd vooral bewandeld door hadrosauriërs of 'eendenbek-dinosauriërs'; herbivore dieren die hun naam danken aan hun afgeplatte kaakbeenderen. Paleontologen vonden er een groot aantal Lambeosaurinae, een groep hadrosauriërs die gekenmerkt wordt door een holle kam op hun hoofd. Zo ontdekte het Belgisch-Russische team in 2001 ‘de reuzenzwaan van Arhara’, Olorotitan arharensis, die in onze Museumzalen te bewonderen is.
In Noord-Amerika valt echter vooral de aanwezigheid van gehoornde dinosauriërs (ceratopsiden) op, met als beroemdste voorbeeld de driehoornige Triceratops. De hadrosauriërs waren blijkbaar al enkele miljoenen jaren voor het uitsterven van de dinosauriërs volledig uit Noord-Amerika verdwenen.
De vondsten in het Amoergebied tonen dus duidelijk aan dat de diversiteit van de dinosauriërs, vlak voor het uitsterven van de groep, groter was dan op basis van het onderzoek in Noord-Amerika werd aangenomen. Daarmee komt de catastrofe-theorie opnieuw op de voorgrond. De dinosauriërs van Azië, waar de Paleotrippers ijverig naar op zoek gaan, zouden dus een belangrijke plaats kunnen innemen in het verhaal over het uitsterven van de dinosauriërs...


