Tot de laatste snik...
Home sweet home?
De paleotrippers zijn weer thuis! Na twintig dagen weg zijn was het erg leuk om vriend, vrienden en familie in de armen te sluiten. Het afscheid ligt echter vers in het geheugen: de laatste aanblik van de lege tent van de opgravingen deed bij menigeen de tranen in de ogen schieten en de laatste blik op de Amur en op Blagoveschensk was reeds nostalgisch op het moment zelf.
Maar dinobotten: we shall meet again (in ons vertrouwde Brusselse museum)!
Maar wat hebben we nu eigenlijk allemaal gevonden? Om Christian te citeren: ‘une sympatique équipe belge’ :) en samen minstens tienduizend stenen, duizend emmers zand, honderden botfragmenten, tientallen nog verder te identificeren beenderen, vele stukken rib, enkele stukken wervel, 1 radius (kleiner bot van de arm), 3 pezen, 1 hand- of voetbeentje, 3 Ischia (het zitbeentje of het achterste bot van de heupgordel), 2 delen van een bekken, 1 linkerkaakbeen van een kleine dinosauriër en 1 jukbeen.
Het mag dus duidelijk zijn dat dit niet alleen een ongelooflijke kans was voor elk van ons amateur-paleontologen maar dat onze noeste arbeid toch ook zijn steentje zal bijdragen aan de wetenschap.
En terwijl ik dit alles als vanouds achter mijn vertrouwde PC’tje thuis zit te typen overvalt me het idee hoe raar het is om weer thuis te zijn. Niet meer vroeg opstaan om te gaan wroeten in de aarde op zoek naar fossielen van een lang vergane diersoort… ik mis het al! Ik mis het zingen met de groep, de opwinding van iets vinden, het uitgestrekte Rusland. Snif. Snif.
Wanneer kunnen we ons inschrijven voor volgend jaar?!!!
En hierbij dus een (voorlopig:) einde aan dit dagboek,
Bedankt allemaal om met ons mee te leven en hopelijk tot nog eens!
Eiblin en de rest van de groep
De transsiberische trein vertrekt naar Khabarovsk. Daar zullen de paleotrippers het vliegtuig nemen naar Moskou en nadien naar Brussel
Dagboek :