Expeditie in de Gobi woestijn - pagina 2
Toen op het einde van het Krijt, zo'n 65 miljoen jaar geleden, een einde kwam aan de overheersing van de reptielen, met name de dinosauriërs, kwam een hele wereld vrij voor de zoogdieren.
Eigenlijk bestaan de zoogdieren al even lang als de dinosauriërs: beiden ontstonden ongeveer 220 miljoen jaar geleden. De kleine zoogdieren leefden echter tientallen miljoenen jaren in de schaduw van de grote dinosauriërs. Bij het verdwijnen van de dinosauriërs werd een overvloed aan nieuwe leefgebieden beschikbaar, die de kleine zoogdieren vrij konden innemen. In de verschillende omgevingen ontstonden na verloop van tijd aparte soorten, wat leidde tot een grote variatie aan zoogdiersoorten. Dit proces heet radiatie.
Link naar de geologische tijdsschaal als een beeld.
Link naar de geologische tijdsschaal als een tekst.
Belangrijke periodes in het Cenozoïcum waren het Paleoceen (65 tot 55 miljoen jaar geleden) en het Eoceen (55 tot 34 miljoen jaar geleden). In het Paleoceen, de periode die op het Krijt volgt, was er een eerste radiatie van eerder vreemde, archaïsche soorten, die snel uitstierven. Maar van de huidige egels en andere insectivoren vinden we hier al voorouders terug!
Aan het begin van het Eoceen verschijnen de eerste echt bekende zoogdiergroepen, zoals de onevenhoevigen (zoals primitieve paardjes), de evenhoevigen (zoals primitieve runderen), de walvissen, de knaagdieren, de vleermuizen en de eerste primaten (zoals Teilhardina belgica). De voorlopers van de moderne carnivoren (zoals Mesonyx) komen pas op het einde van het Eoceen tot bloei.
De plotse opkomst en bloei van deze nieuwe groepen is opmerkelijk, en wordt vaak gebruikt als één van de belangrijkste kenmerken van de overgang van het Paleoceen naar het Eoceen. Toch is er nog weinig bekend over deze gebeurtenissen: Waar en wanneer ontstonden deze dieren? En uit welke groep? Dat zijn enkele van de vragen waarover ons expeditieteam zich in China zal buigen.