U bent hier: Home » ... » ... » ... » Expeditie in het Noordpoolgebied » Expeditie in het Noordpoolgebied - pagina 3

Expeditie in het Noordpoolgebied - pagina 3

Deze pagina naar iemand opsturen Deze pagina afdrukken
Op de archipel

Dag internaut,

Woensdagnamiddag (16 juli) zijn we geland in Longyearbyen; een fijne koude winderige regen sloeg ons in het gezicht. Hoewel Longyearbyen op meer dan 78° noorderbreedte ligt, is het klimaat er best draaglijk, omwille van de Golfstroom die de Svalbard bereikt, de archipel waar Spitsbergen deel van uitmaakt en waarvan Longyearbyen de ‘hoofdstad’ is. Het is hier 7° Celsius, maar als je van Brussel komt, waar het kwik steeg tot 30°, dan is het contrast bijna een schok. Voor de middernachtzon zullen we wat moeten wachten. De hemel zit potdicht en we hebben in de verte nauwelijks een paar streepjes zon gezien.

Met het vliegtuig hebben we de Noorse zee overvlogen, waarboven het stof van het pakijs steeds dichter werd. Gelukkig voor ons betrok de hemel pas volledig toen we al dicht bij Longyearbyen waren, waardoor we door de raampjes van het vliegtuig een grandioos landschap hebben kunnen bewonderen, een opeenvolging van besneeuwde toppen en valleien doorgroefd van indrukwekkende gletsjers.

Op de luchthaven werden we verwelkomd door collega Jørge Berge, jong specialist van vlokreeftjes, de schaaldiertjes die we zijn komen bestuderen. Jørge is net benoemd tot docent aan de universiteit van Longyearbyen, een instelling aan het einde van de wereld, die nochtans 150 studenten telt. Omdat zijn vrouw en zijn drie kinderen nog op het vasteland verblijven biedt hij ons onmiddellijk aan in zijn appartement te logeren tot we twee of drie dagen later in Longyearbyen de bemanning van de Polarstern kunnen vervoegen.

Donderdagvoormiddag (17 juli) zijn we op de universiteit gebleven, maar nadien gaan we op verkenning in de buurt. Longyearbyen ligt aan de fjord ‘Adventfjorden’, naam die herinnert aan de ‘Adventure’, een Britse walvisvaarder die in de 17de eeuw het gebied doorkruiste. In de 19de eeuw kende deze plek een aanzienlijke ontwikkeling, nadat er belangrijke steenkooladers waren ontdekt. Op de bergflanken rond de stad kan je talrijke mijnen zien; enkele ervan zijn nog in werking. In dit gebied is de bodem vanaf 30 cm diepte permanent bevroren, wat men permafrost noemt. Daardoor kunnen de leidingen tussen de gebouwen niet ondergronds en krijgt de stad een apart uitzicht. In de haven ligt de ‘Lance’ voor anker, het oceanografisch schip van het Noorse Poolinstituut; met zijn ‘arendsnest’, naam die wordt gegeven aan de mast met een cabine erop, is hij van ver herkenbaar. Dankzij die uitkijkpost kan de boot te midden van de ijsbergen varen.

We besluiten op de gletsjer te klimmen die boven de vallei troont en vandaar hebben we een indrukwekkend zicht op de stad en haar omgeving. Uit veiligheidsoverwegingen verplicht Jørge ons een geweer mee te nemen om voorbereid te zijn op eventuele ongelukkige ontmoetingen met ijsberen, wat in deze streek absoluut ernstig moet worden genomen.

Foto van de Lance
Luchtfoto van Spitsbergen

 

Foto van het landschap op Spitsbergen

 

Foto van een vlokreeftje

 

Foto rendieren

Op de gruiswallen, opeenstapelingen van rotsachtige blokken die door de gletsjer worden voortgestuwd, ontdekken we fossiele sporen van loofbomen die de streek bedekten in het Tertiair. Vanuit geologisch standpunt is de Svalbard een archipel die zowat 50 miljoen jaar geleden loskwam van Groenland. Tijdens onze korte wandeltocht zien we ook rendieren, van een ondersoort die korter op haar poten staat dan de continentale rendieren.

Morgen gaan we op de luchthaven een Poolse collega en zijn assistent oppikken. Nog heel wat discussies onder ‘vlooikreeftologen’ staan ons te wachten voor we zaterdagnamiddag aan boord gaan.

Meer nieuws over zowat een week,

Patrick

 


Ga naar pagina : 1 / 2 / 3 / 4 / 5

 
Laatst gewijzigd : 07 mei 2007