Ga naar inhoud.
Logo Biodiversity 2010
 
 
Taal
Banner Biodiversity 2010

Biodiversiteit op windmolenparken

Deze pagina naar iemand opsturen Deze pagina afdrukken

Francis KerckhofIn de late lente van 2008 werd voor onze Belgische kust het eerste windmolenpark gebouwd. Naast heel wat groene energie leveren de 6 windmolens ook nieuwe biotopen in het Belgische deel van de Noordzee. De bodem van de Noordzee bestaat immers voornamelijk uit zandige bodem, en de molens trekken soorten aan die liever op een harde ondergrond leven. Ook nieuwe soorten vestigen zich op en rond de windmolens, en zorgen op die manier voor een verhoogde biodiversiteit. De vraag is of deze biodiversiteit positief onthaald mag worden.

Francis Kerckhof, onderzoeker bij ons Noordzeedepartement, houdt deze kolonisatie van de nieuwe molens in het oog.

“De harde substraten trekken soorten aan die normaal gezien niet voorkomen in het Belgisch deel van de Noordzee. Enerzijds komen er soorten uit het Kanaal, die daar leven op rotsgesteenten, via de stroming mee. Anderzijds brengen schepen op onze drukbevaarde zeeroutes exotische soorten mee van andere continenten, die hier mede dankzij de opwarming van het water goed gedijen. Zo zijn er al soorten gevonden die oorspronkelijk uit Zuid-Amerika komen.”

Tot hier toe telden de wetenschappers in totaal 49 soorten, waarvan enkele niet-inheemse diersoorten, zoals de Nieuw-Zeelandse zeepok en de dansmug T. Japonicus, die normaal gezien voorkomt in Australazië en langs de Amerikaanse oostkust. Deze nieuwe soorten kunnen een gevaar vormen voor de lokale biodiversiteit, doordat ze bijvoorbeeld de aanwezige soorten eten of met ze concurreren voor voedsel en ruimte. Vanaf het moment dat zo’n soort een bedreiging vormt, wordt ze een invasieve soort genoemd.

“Een goed voorbeeld van een invasieve soort is de Japanse oester. Deze kan na verloop van tijd heuse riffen vormen in een gebied dat normaal gezien enkel uit zandbanken bestaat. Aangezien harde substraten een veel groter soortenaantal herbergen, zou je dit kunnen toejuichen. Maar onze zandbanken hebben een eigen, natuurlijke biodiversiteit, die daardoor volledig op zijn kop zou worden gezet.”

Om eventuele negatieve effecten op te kunnen vangen, volgen Francis en zijn collega’s de nieuwe ecosystemen nauwgezet op. “Het is echter niet zeker of er dan nog kan worden ingegrepen,” waarschuwt Francis. “Op het moment dat er een negatief effect wordt vastgesteld, is het vaak al te laat. Dan kan je de schadelijke soort enkel proberen in te tomen, maar ze verwijderen is vaak onmogelijk.”

In de toekomst wordt de Belgische Noordzee nog verrijkt met 300 tot 400 windmolens. Het onderzoek van het Noordzeedepartement is onontbeerlijk om een goed beleid en beheer van onze mariene biodiversiteit te garanderen.

 
Laatst gewijzigd : 09 juni 2010