Biodiversiteit is een maat voor de rijkdom van het leven. Hoe meer soorten levende wezens, hoe groter de biodiversiteit. Maar niet alleen het aantal soorten is belangrijk, ook binnen één bepaalde soort kan er diversiteit zijn. Denk bijvoorbeeld maar aan hondenrassen: zowel een chihuahua, een labrador, als een St-Bernard behoren tot dezelfde diersoort. Hun uiterlijke verschillen worden veroorzaakt door een aantal genetische variaties die het resultaat zijn van selectieve kweek. Dit geldt niet enkel voor hondenrassen, want ook in de natuur is er genetische diversiteit binnen dezelfde soort. Inzicht in genetische variatie en de factoren die hierop inwerken is dus een onmisbaar onderdeel van biodiversiteitsonderzoek.
Erik Verheyen houdt zich bezig met het bestuderen van de populatiegenetica van zoetwatervissen. “Genetisch onderzoek is een belangrijk hulpmiddel bij het inschatten hoe soorten en hun populaties worden beïnvloedt door veranderingen in hun leefomgeving. Door dit onderzoek beschikken we over belangrijke informatie die kan helpen bij de bescherming en het behoud van deze soorten.”
Een mooi voorbeeld hiervan is de rivierdonderpad. Dat is geen pad, maar een klein Europees zoetwatervisje dat voorkomt van Scandinavië tot Zuid-Spanje. Samen met andere wetenschappers onderzocht Erik populaties rivierdonderpadden uit een aantal Belgische rivieren. Hij ontdekte dat er in België binnen deze soort verschillende genetische groepen bestaan. Eén daarvan komt uitsluitend voor in de beken en rivieren van het Scheldebekken, een tweede groep is te vinden in het bekken van de Maas. In de Steenputbeek, die ook tot het Scheldebekken behoort, ontdekten de wetenschappers nog een derde genetische groep. “Dit was een onverwachte vondst”, zegt Erik. “De rivierdonderpadden in die ene beek behoren tot een genetische groep die normaal alleen voorkomt in Oost-Europa. De dieren kunnen onmogelijk zelf tot in deze beek gezwommen zijn. We vermoeden dat ze als verstekeling zijn meegereisd met een lading forel die in de Steenputbeek werd uitgezet.”
Genetisch onderzoek kan ons ook iets leren over de conditie waarin een populatie zich bevindt. “De conditie van rivierdonderpadden kunnen we bepalen door de verhouding tussen hun lengte en gewicht te berekenen”, zegt Erik. “Hoe zwaarder een vis van een bepaalde lengte is, hoe beter zijn fysieke conditie. We hebben vastgesteld dat in populaties met een grote genetische variatie, de rivierdonderpadden gemiddeld een betere conditie hebben dan in populaties met weinig genetische variatie. Een verarming in genetische variabiliteit kan dus een bedreiging zijn voor het voortbestaan van een populatie.”
En dat is precies wat er op dit moment gebeurt. Op onze beken en rivieren staan erg veel sluizen, dammen en andere kunstmatige constructies. Voor de rivierdonderpadden zijn dit onoverkoombare barrières. Door de vele obstakels worden populaties steeds meer van elkaar gescheiden en worden ze bovendien steeds kleiner. In kleinere populaties is er minder genetische variatie en zal de conditie en de vruchtbaarheid van de rivierdonderpadden achteruitgaan. De rivierdonderpad is vandaag dan ook een bedreigde diersoort in België.
“Het verhaal van de rivierdonderpad gaat ook op voor tientallen andere vissoorten”, besluit Erik. “Maar dankzij genetisch onderzoek weten we welke populaties er in gevaar zijn en kunnen we bepalen op welke plaatsen er moet worden ingegrepen, bijvoorbeeld door het bouwen van vistrappen. Dit zijn speciale passages waardoor de vissen toch de obstakels kunnen voorbijzwemmen en waardoor de verkleining van de populaties dus wordt tegengegaan.”